Door John T. Knieriem*

Het meest vernietigende zinnetje in het nieuwste CPB-rapport staat niet in de samenvatting. Niet in de perspresentatie. Niet in de grafieken waarmee politici straks weer op televisie verschijnen. Het staat bijna verstopt op pagina 20. Daar schrijft het Centraal Planbureau letterlijk dat niet is vast te stellen of Nederland een ‘te hoge’ of ‘te lage’ economische ongelijkheid heeft. Lees dat nog eens zorgvuldig.

Het CPB kan dus niet bepalen of het probleem waar het 28 pagina’s over volschrijft überhaupt een probleem ís. Sterker nog: in hetzelfde hoofdstuk erkent het CPB dat te weinig ongelijkheid economisch schadelijk kan zijn, omdat dan de prikkels verdwijnen om te investeren, te ondernemen, risico te nemen en vermogen op te bouwen.

Dat is een opmerkelijke bekentenis. Want de rest van het rapport leest alsof de conclusie allang vaststaat: vermogen is verdacht, box 2 is oneerlijk, ondernemers betalen te weinig belasting en de overheid moet sterker herverdelen. Met andere woorden: de conclusie staat al vast, terwijl het bewijs nog ontbreekt.

Geen neutrale keuzes

En precies daar zit het fundamentele probleem. Het CPB presenteert zichzelf als wetenschappelijk onafhankelijk economisch adviseur van de overheid, maar de keuzes in dit document zijn allesbehalve neutraal. Wat als ‘verstoring’ wordt gezien, welke ongelijkheid problematisch heet, welke groepen moreel onder het vergrootglas liggen en welke fiscale voordelen als normaal worden beschouwd: dat zijn geen puur technische maar pure politieke keuzes. Dat zie je meteen aan de manier waarop verschillende vormen van vermogen worden behandeld.

Pensioenfondsen beheren in Nederland ruim 1800 miljard euro aan vermogen, grotendeels fiscaal vriendelijk opgebouwd. Dat heet verstandig beleid en vooruitdenken.

Eigenwoningbezit vertegenwoordigt ongeveer 1400 miljard euro vermogen en wordt jaarlijks voor miljarden ondersteund via fiscale voordelen. Dat heet bescherming van de middenklasse. Maar zodra een ondernemer vermogen opbouwt in een bv, dit bedraagt in totaal circa 600 miljard, verandert de taal plotseling. Dan heet het ‘uitstel van belastingheffing’. Dan verschijnt het frame van ongelijkheid en fiscale bevoordeling.

De impliciete boodschap is duidelijk: collectieve vermogensvorming is maatschappelijk gewenst, particuliere vermogensvorming verdacht. Hier wordt een culturele mentaliteitsverandering gepropageerd.

Nederland kijkt steeds wantrouwender naar mensen die investeren, sparen, ondernemen en vermogen opbouwen buiten de structuren van de staat om. Dat zie je overal terug. Een ondernemer die twintig jaar vermogen in zijn bedrijf laat zitten voor investeringen, buffers of pensioenopbouw wordt al snel bekeken alsof hij iets ontwijkt. Terwijl diezelfde ondernemer vaak geen cao heeft, geen (gegarandeerd) pensioen, geen WW, geen doorbetaling bij ziekte en geen collectieve zekerheid. Voor veel ondernemers ís die bv het pensioen.

Denk aan de huisarts met een praktijk-bv die jarenlang buffers opbouwt omdat hij geen werkgever heeft die voor zijn pensioen of arbeidsongeschiktheid zorgt. Of de mkb’er die slechte jaren moet kunnen overleven zonder vangnet. In het CPB-rapport verdwijnen dat soort verschillen vrijwel volledig.

Reële prikkels

De miljardair die fiscaal optimaliseert en de mkb’er die zijn pensioen in eigen beheer opbouwt belanden in dezelfde grafieken, onder hetzelfde morele frame en uiteindelijk onder dezelfde beleidsdruk. Dat is een ideologisch denkkader waarin vermogen, ondernemerschap en fiscale zelfstandigheid bij voorbaat als probleem worden behandeld.

Ondertussen blijft het echte probleem grotendeels buiten beeld: arbeid wordt in Nederland extreem zwaar belast. Het toeslagenstelsel heeft een systeem gecreëerd waarin extra werken soms nauwelijks loont. In de afbouwzones van toeslagen lopen marginale druk-pieken op tot zeventig of zelfs tachtig procent. Dat zijn de reële prikkels waar honderdduizenden huishoudens mee te maken hebben.

De overheid belast eerst arbeid extreem zwaar, probeert daarna via toeslagen de schade te repareren en eindigt vervolgens met een bureaucratisch systeem dat gezinnen kan vernietigen zodra één formulier verkeerd wordt ingevuld. Maar over die verstoring schrijft het CPB opvallend weinig.

De echte scheefgroei in Nederland zit namelijk niet tussen de ondernemer met een bv en de werknemer. De echte scheefgroei zit tussen burgers die proberen zelfstandig iets op te bouwen en een overheid die zich met steeds meer regels, lasten en morele frames in hun economische leven wurmt. En precies daar wordt dit rapport gevaarlijk. Want een samenleving die wantrouwend gaat kijken naar mensen die presteren, investeren en ondernemen, tast uiteindelijk haar eigen fundament aan.

Welvaart ontstaat niet uit herverdelingsschema’s of uit CPB-modellen, en zeker niet uit fiscale correcties. Welvaart ontstaat omdat mensen risico nemen. Omdat ondernemers investeren zonder garantie op succes. Omdat sommige mensen jarenlang harder werken, sparen en bouwen in de hoop later iets op te kunnen bouwen voor zichzelf en hun kinderen. Maar precies die groep staat in Nederland steeds vaker permanent onder verdenking. En dat heeft uiteindelijk directe economische gevolgen, want beleid verandert gedrag.

Ondernemers investeren minder als ze het gevoel krijgen dat succes vooral leidt tot hogere lasten en meer wantrouwen. Kapitaal zoekt landen op waar investeren stabieler en voorspelbaarder is. Talent vertrekt naar economieën waar ambitie niet voortdurend verdacht wordt gemaakt. En mensen gaan zich steeds meer richten op de korte termijn: sneller consumeren, minder investeren, minder vermogen opbouwen en minder bereidheid om risico’s te nemen voor de lange termijn. Zo verliest een economie langzaam haar dynamiek, haar innovatiekracht en uiteindelijk haar groeivermogen.

Ideologische ontsporing

Eerst verdwijnen de investeringen. Daarna de ambitie. Daarna het ondernemerschap. Daarna de groei. Waarom nog twintig jaar bouwen als de overheid bij elk beetje succes klaarstaat met nieuwe regels, nieuwe heffingen en nieuwe morele discussies over ongelijkheid?

En uiteindelijk houd je een land over dat misschien statistisch iets gelijker is geworden, maar economisch zwakker, voorzichtiger en afhankelijker. Een land waar steeds minder mensen nog werkelijk iets durven opbouwen.

Dat is de werkelijke consequentie van het denken dat uit dit rapport spreekt. En het meest opmerkelijke: het CPB beseft dat zelf: op pagina 20 van het eigen rapport. Daarom verdient dit rapport geen plek als kompas voor toekomstig beleid, maar als voorbeeld van hoe economisch denken ideologisch kan ontsporen. Een land dat groei, ondernemerschap en vermogensvorming structureel met wantrouwen bekijkt, organiseert uiteindelijk zijn eigen stagnatie.

Het CPB-rapport zou niet leidend moeten zijn voor nieuw beleid, maar terug moeten naar de tekentafel samen met het wereldbeeld dat eruit spreekt.

*John T. Knieriem is aangesloten bij Klassiek Liberaal, een platform binnen de VVD.

Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!