De onderzoekers weten nog niet precies waar de prehistorische mensen de groene stenen vonden. Maar alles wijst erop dat de mens destijds op de hoogte was van lokale afzettingen van koperhoudende mineralen in de Pyreneeën.

Toen de archeologen door de aardlagen groeven, vonden ze sporen van minstens 23 vuurplaatsen en -kuilen.

Ze vonden ook bijna 200 groene stenen die bij de vuurplaatsen leken te horen. Volgens de onderzoekers zijn ze meegenomen naar de grot.

Veel van de stenen hebben bovendien duidelijke sporen van verhitting. Dit duidt erop dat mensen al in de vroege kopertijd hoog in de bergen mineralen verwerkten om koper te winnen.

Een kleine maar belangrijke stap voor de mensheid, die langzaam overging van de steentijd naar de kopertijd, die op dat moment zijn intrede deed in het huidige Spanje.

Rond 3025 v.Chr., rond dezelfde tijd dat de mens in de Pyreneeën waarschijnlijk voor het eerst metaal ging bewerken, werd 850 kilometer verderop, in Andalusië, de indrukwekkende kopertijdstad Los Millares gesticht.