De woningeigenaar kreeg eind mei 2025 van de gemeente te horen dat hij het dakterras en de bijbehorende buitentrap moest verwijderen. De eigenaar, die de woning verhuurt, was het daar niet mee eens. Hij verwees naar een bouwvergunning uit 1896, waarbij op de tekeningen een ‘plat’ staat, met daar naartoe een deursparing. Volgens hem werd hier een dakterras mee bedoeld.
Waardedaling appartement
Daarnaast zei hij dat de financiële en contractuele gevolgen van verwijdering van het dakterras en de buitentrap ingrijpend zijn. Zo zal het appartement in waarde dalen en verwacht hij dat de huurder vertrekt. Het bedrag van 10.000 euro voor het te laat weghalen van het dakterras zou ook buitenproportioneel zijn.
De gemeente had een andere uitleg bij het woord ‘plat’. Dat zou enkel duiden op een plat dak en niet per se op een dakterras. Op luchtfoto’s was het dakterras bovendien pas rond 2012 voor het eerst te zien.
Optreden
De voorzieningenrechter heeft de oude bouwvergunning ook bekeken en ‘kan niet vaststellen dat hiermee een dakterras is bedoeld en vergund’. Daarnaast schrijft de voorzieningenrechter in het vonnis dat ‘het algemeen belang gediend is met handhaving en dat daarom in principe tegen een overtreding moet worden opgetreden’. Omdat er geen zicht is op legalisatie, is het niet nodig om van handhaving af te zien.
De eigenaar van de woning krijgt tot 17 juni 2026 de tijd om het dakterras en de buitentrap weg te halen.