„Dit is het dumpen van afvalstoffen”, zei voormalig officier van justitie in milieuzaken Gustaaf Biezeveld in een uitzending van het onderzoeksjournalistieke programma Zembla in 2020. „Een economisch delict van de hoogste categorie. Daarbij kun je denken aan een celstraf van zes jaar.” De conclusie van de officier leidde niet tot een strafzaak tegen het bedrijf dat betrokken was bij de dump, maar tot een lawine aan juridische procedures tegen de boodschappers zelf. 

Zowel de redactie van Zembla als de voormalig milieuofficier werd door het bedrijf Granuliet Import Benelux aangeklaagd, omdat de reputatie van het bedrijf geschaad zou zijn doordat het werd gelinkt aan mogelijke milieuvervuiling in natuurplas Over de Maas. De rechtszaken duurden vijf jaar en hadden, volgens de onafhankelijke organisatie Free Press Unlimited en de advocaat Jens van den Brink, eigenschappen van een zogeheten SLAPP: Strategic Lawsuit Against Public Participation. Dit zijn zaken die niet gewonnen hoeven te worden; de tegenpartij afschrikken met juridische intimidatie en hoge proceskosten is voldoende.

Granuliet Import Benelux werd in 2022 deels in het gelijk gesteld, maar in hoger beroep draaide dat vonnis volledig. Het gerechtshof oordeelde dat de uitlatingen voldoende steun vonden in het feitenmateriaal en binnen de grenzen van de vrijheid van meningsuiting vielen, een oordeel dat in 2025 door de Hoge Raad werd bevestigd. Maar toen was de schade al aangericht. „We waren geen journalisten meer, maar juristen”, zegt Roelof Bosma, eindredacteur van Zembla. „Het kostte zeeën van tijd.” Nog altijd weegt hij zijn woorden zorgvuldig. „De zaken gingen over komma’s en punten. Ook nu lezen ze waarschijnlijk mee.”

Journalisten, activisten en wetenschappers worden steeds vaker geconfronteerd met intimiderende rechtszaken, blijkt uit een rapport van Free Press Unlimited (FPU). „Het heersende beeld is dat het niet in Nederland voorkomt”, zegt Jasmijn de Zeeuw, jurist en onderzoeker voor de ngo. „Maar dat klopt niet. Het speelt wél en heeft grote gevolgen.”

Juridische druk

Volgens FPU neemt het aantal SLAPP-achtige zaken in heel Europa toe. Vooral dossiers rond milieu, vastgoed en bestuurlijke besluitvorming blijken gevoelig. Rond de publicatie van zijn rapport werd FPU benaderd door verschillende advocatenkantoren, omdat hun cliënten ervan werden beschuldigd SLAPP-zaken te voeren of journalisten juridisch te intimideren. „Dat ze ons ook benaderden, illustreert het probleem wel zo’n beetje”, zegt Ruth Kronenburg, directeur van FPU.

SLAPP-zaken komen overwaaien uit de Verenigde Staten, waar hoge schadevergoedingen geëist kunnen worden en bedrijven sneller naar de rechtbank stappen. „Greenpeace werd onlangs in de VS aangeklaagd voor het tekenen van een petitie”, zegt mediarechtadvocaat Jens van den Brink, die voor media als BNNVARA en NRC werkt. Hij verwijst naar een zaak in april waarin de milieuorganisatie verantwoordelijk werd gehouden voor het steunen van protesten tegen een oliepijpleiding. De boete liep op tot 345 miljoen dollar. Van den Brink: „Dat soort extreme zaken, die helemaal nergens over gaan, hebben we hier niet.” 

Maar dat betekent niet dat het probleem in Nederland ontbreekt. „Rechtszaken zoals die tegen Zembla, met een afschrikkend effect en de technieken van een SLAPP, hebben we wel”, meent Van den Brink. „Ze pakten iedereen aan: experts, hoogleraren, bronnen. Dat creëert een klimaat waarin mensen zich wel drie keer bedenken voordat ze iets zeggen.” 

Zelfcensuur

Het effect van SLAPP-zaken is volgens De Zeeuw vaak groter dan het vonnis: zelfcensuur, terughoudende bronnen en een verschraling van het publieke debat. „We hebben tientallen artikels in onze mailbox die jij nooit hebt gelezen, omdat de journalisten ze niet durfden te publiceren, uit angst voor een rechtszaak”, aldus De Zeeuw. „Dat raakt de hele samenleving.” 

Dat merkte Zembla ook. „We hebben stukken gehad waarvan onze advocaat zei: het klopt, maar publiceer het nu niet, want dat kan je er niet bij hebben,” zegt Bosma. De rechtszaken hebben volgens hem tonnen gekost. Ook bronnen werden voorzichtig. „Deskundigen dachten wel drie keer na voordat ze met ons praatten, uit angst voor de gevolgen.” Volgens Bosma berichtten zelfs andere journalisten niet meer over het onderwerp. ,,Collega-journalisten vertelden me dat ze wel wilden, maar dat de hoofdredactie ervan afzag. We raakten geïsoleerd.” 

Vanwege de hoge proceskosten zijn vooral freelancers kwetsbaar. „De kosten van een SLAPP kunnen al snel oplopen tot tienduizenden euro’s,” zegt Thomas Bruning van de Nederlandse Vereniging van Journalisten. „Dat is voor veel journalisten simpelweg niet op te brengen.”

Europese bescherming

Om deze juridische druk tegen te gaan, nam de Europese Unie in 2024 een anti-SLAPP-richtlijn aan. Die verplicht lidstaten om journalisten en maatschappelijke organisaties beter te beschermen tegen ongegronde en intimiderende rechtszaken. De richtlijn bevat concrete maatregelen. Zo moeten rechters de mogelijkheid krijgen om SLAPP-zaken in een vroeg stadium af te wijzen. Ook kunnen eisers verplicht worden de volledige proceskosten van de gedaagde te vergoeden.

Nederland moet de richtlijn uiterlijk op 7 mei implementeren, maar de regering kiest ervoor om slechts delen ervan over te nemen. Volgens de Tweede Kamer voldoet de bestaande wetgeving grotendeels al, omdat er een wetsartikel is waarmee rechters vorderingen kunnen afwijzen, als zij oordelen dat er misbruik wordt gemaakt van het procesrecht. Volgens juristen en belangenorganisaties is ‘misbruik van procesrecht’ echter niet voldoende, omdat het moeilijk te bewijzen is. „Negen van de tien keer past de rechter het niet toe,” zegt De Zeeuw van FPU.

Ook universitair docent internationaal privaatrecht Birgit van Houtert ziet dat rechters terughoudend zijn. „Juist daarom vraagt de Europese richtlijn om een expliciet mechanisme waarmee een ongegronde intimidatiezaak zo vroeg mogelijk kan worden afgewezen.” Maar Nederland neemt dat niet over, waarmee een belangrijk hulpmiddel voor rechters ontbreekt om dit type procedures te herkennen en effectief aan te pakken. ,,Terwijl je juist ziet dat rechters meer handvatten nodig hebben om een SLAPP-zaak af te wijzen,” zegt advocaat Van den Brink. 

Bovendien ligt de bewijslast bij ,,misbruik van procesrecht” bij de partij die wordt aangeklaagd en niet bij de eiser. De Europese richtlijn wil dat omdraaien, maar dat neemt Nederland ook niet over. Daarbij geeft de Europese richtlijn rechters de mogelijkheid om een hele zaak af te wijzen om eindeloze procedures te voorkomen. Dat kan in Nederland nu niet, omdat ,,misbruik van recht” alleen geldt voor één specifieke vordering. Je kan dan één eis van de procederende partij afwijzen, maar niet alles, terwijl SLAPP-zaken juist bestaan uit veel verschillende eisen.

Geen kostenvergoeding

Een ander belangrijk punt is de proceskostenveroordeling. De Europese richtlijn stelt dat slachtoffers van SLAPP-zaken hun volledige proceskosten vergoed moeten kunnen krijgen als zij winnen. Nederland kiest ervoor om dit onderdeel niet over te nemen, opnieuw omdat de huidige wetgeving zou voldoen. ,,Daar ben ik het absoluut mee oneens”, zegt Van Houtert. „Zelfs als je een SLAPP-zaak wint, krijg je je kosten bijna nooit volledig terug. Dat betekent dat het financiële risico blijft bestaan. Het is juist belangrijk om dit wettelijk vast te leggen, zodat er rechtszekerheid ontstaat en een afschrikkend effect richting eisers.” 

De Zeeuw van FPU benadrukt dat ook. ,,Zelfs als je kan bewijzen dat er misbruik wordt gemaakt van het procesrecht, bepaalt de rechter in veel gevallen alsnog dat de eiser de proceskosten niet volledig hoeft te vergoeden.” Zonder die zekerheid blijven vooral kleinere spelers kwetsbaar, benadrukt de organisatie. Journalisten zonder vaste aanstelling, lokale activisten of wetenschappers lopen het risico op hoge kosten, zelfs als zij uiteindelijk in het gelijk worden gesteld. 

Alleen internationaal

Een ander kritiekpunt is dat de Europese richtlijn alleen bescherming biedt tegen grensoverschrijdende zaken, terwijl het merendeel van de SLAPP-zaken juist binnenlands wordt gevoerd. Bij minder dan 9 procent van de Europese SLAPP-zaken zijn volgens FPU verschillende landen betrokken. „De EU heeft niet de bevoegdheid de lidstaten te verplichten om de richtlijn ook voor nationale SLAPP-zaken in te voeren, maar het wordt wel aangemoedigd. Nu is dat niet gebeurd,” zegt Van Houtert.

Van Houtert vreest bovendien dat Nederland aantrekkelijk wordt voor partijen die kritische journalisten, activisten of onderzoekers juridisch onder druk willen zetten. Sommige landen, zoals België en Spanje, zijn voornemens de Europese anti-SLAPP-richtlijn volgens haar steviger te implementeren. „Als de bescherming in Nederland zwakker is dan elders, kunnen eisers bewust voor de Nederlandse rechter kiezen,” zegt zij.

Van Houtert sluit dan ook niet uit dat de Europese Commissie Nederland uiteindelijk zal aanspreken op de beperkte invoering van de richtlijn. Lidstaten zijn verplicht Europese regels effectief om te zetten in nationale wetgeving. „Als blijkt dat de bescherming in de praktijk tekortschiet, kan Nederland alsnog worden gedwongen de wet aan te passen.” 

Volgens FPU laat Nederland hiermee kansen liggen om het publieke debat beter te beschermen. ,,SLAPP-zaken raken niet alleen individuele journalisten of organisaties, maar ook de samenleving als geheel,” zegt De Zeeuw.

Eind mei is er een Kamerdebat gepland over de reikwijdte van de richtlijn. Het ministerie van Justitie en Veiligheid kon voor publicatie niet reageren op vragen van NRC.

Geef cadeau

Deel

Mail de redactie