NOS Nieuws•vandaag, 12:36
Een verdwenen schilderij uit de collectie van de Joodse kunsthandelaar Jacques Goudstikker blijkt in bezit te zijn van nazaten van een van de grootste collaborateurs uit de Tweede Wereldoorlog: de Nederlandse luitenant-generaal Seyffardt. Hij was tijdens de oorlog commandant van het Vrijwilligerslegioen Nederland van de Duitse Waffen-SS.
De zaak is aan het licht gebracht door een man die tot zijn afgrijzen heeft ontdekt dat hij familie is van deze commandant. Hij wist dat niet doordat de familie Seyffardt na de oorlog van naam veranderde.
De man besprak zijn ontdekking met een familielid, een kleindochter van Seyffardt. Zij zou hem hebben gewezen op het schilderij dat bij haar in de gang hing: Portret van een jong meisje van Toon Kelder (1894-1973).
Foto familielid, via Arthur BrandDe sticker op de achterkant van het doek
In geluidsopnamen die de man maakte van het gesprek met de kleindochter zou te horen zijn dat zij wist dat het om roofkunst ging. Dit is kunst die de Duitse bezetters tijdens de Tweede Wereldoorlog van Joodse eigenaren afpakten of tegen een veel te lage prijs overnamen.
Dat de kleindochter wist dat het ging om roofkunst, ligt voor de hand. Op de achterkant zit een sticker met de vermelding “Collectie Goudstikker”. Ook zou ze gezegd hebben dat ze het niet wilde teruggeven.
“Ik was met stomheid geslagen.”, zegt de man in De Telegraaf(opent in nieuw venster). “Daarom breng ik het nu in de publiciteit. Ik voel diepe schaamte over het familieverleden en ben woedend over het jarenlange zwijgen. Het schilderij moet terug naar de Joodse rechthebbenden.”
Kunstdetective Brand
De Nederlandse wet biedt geen mogelijkheid om teruggave af te dwingen. De man zocht daarom contact met kunstdetective Arthur Brand om het geheim in de openbaarheid te krijgen.
“Ik was verbijsterd”, zegt Brand tegen de NOS. “Dat een schilderij van de Jood Goudstikker wordt teruggevonden bij een van de grootste collaborateurs, het hoofd van het Vrijwilligerslegioen, de man die bij een actie van het Nederlandse verzet werd doodgeschoten – daarin komt alle treurigheid van de Tweede Wereldoorlog samen.”
Kunsthandelaar Goudstikker stapte ten tijde van de Duitse invasie in mei 1940 op een boot naar Engeland. Hij stierf aan boord door een val in het ruim. Zijn honderden kunstwerken kwamen in handen van de tweede man van nazi-Duitsland, Hermann Göring.
Erfgenamen
Göring liet een deel van de collectie in oktober 1940 in Amsterdam veilen. Portret van een jong meisje is toen door Seyffardt gekocht, denkt Brand. Seyffardt werd in 1943 doodgeschoten door twee verzetsstrijders. Het doek is daarna vermoedelijk via zijn zoon bij de kleindochter beland.
Brand heeft contact opgenomen met de erfgenamen van Goudstikker, die in de VS wonen. Zij willen het werk terug, zegt Brand.
De Telegraaf heeft gisteren de kleindochter gesproken. Ze zou tegen de krant gezegd hebben dat zij niet wist dat het om roofkunst gaat. Ze zou wel met de familie gaan overleggen “of de bereidheid bestaat het op korte termijn terug te geven aan de familie”.