Juist openbare recreatievoorzieningen als kermissen, stranden en buitenzwembaden worden steeds vaker geconfronteerd met overlast door groepen jongeren die zich gewelddadig en intimiderend gedragen. Dat ziet ook directeur Jordy Grijpink van Security Services Nederland. Hij beveiligt al meer dan 10 jaar allerlei evenementen.

Geen sociale controle

“Helaas zien we de laatste jaren steeds vaker incidenten die dat plezier en de veiligheid in de weg staan”, vertelt Grijpink. “Evenementen die ooit een onschuldige plek van vermaak waren, zoals de kermis, veranderen steeds meer in plekken waar sociale controle ontbreekt, groepsgedrag ontspoort en jongeren grenzen opzoeken die eerder ondenkbaar waren.”

Als voorbeeld noemt hij de kermis in Den Haag. Het aantal mensen dat toegang tot de kermis is ontzegt, is explosief gestegen. Van 68 in 2023 naar 161 vorig jaar. “Die ontzeggingen zijn het gevolg van agressief en ongewenst gedrag richting bezoekers, ondernemers, beveiligers en andere hulpverleners.”

Verharding van gedrag

Het gaat volgens Grijpink niet alleen om een toename van het aantal ontzeggingen. “Er is ook een verharding van het gedrag: het meenemen van messen of andere verboden voorwerpen, groepsvorming, confrontaties met beveiliging en het bewust opzoeken van grensoverschrijdend gedrag.”

Hij ziet dat groepen jongeren vaak rondtrekken zonder toezicht van ouders of opvoeders. “Het lijkt er sterk op dat ouders niet meer weten waar hun kinderen uithangen, laat staan wat ze doen. De ouders scrollen, de kinderen slopen.”

Filmpjes staan razendsnel online

Daarnaast ziet Grijpink dat social media versterkend werkt. “Filmpjes van opstootjes en vechtpartijen verschijnen tegenwoordig razendsnel online. Jongeren zoeken die confrontaties bewust op, puur voor likes, shares en aandacht.” Volgens de directeur is er sprake van een nieuwe norm: “Als het niet gefilmd is, dan is het niet gebeurd. Een mentaliteit van een generatie die steeds minder grenzen kent.”

Jan Dirk de Jong houdt zich namens de hogeschool van Leiden bezig met de aanpak van jeugdcriminaliteit. Hij nuanceert dat er meer overlast is door groepen jongeren. “Iedere generatie kent zorgen over groepen jongeren in de publieke ruimte. Denk aan de nozems in de jaren 50, de Telegraafrellen en provo’s in de ’60s, krakers en voetbalhooligans in de ’80s. Het zijn vooral groepen jonge mannen die historisch gezien vaker voor zichtbare overlast zorgen.”

Voorzieningen zijn verdwenen

Maar toch is er iets veranderd, zegt De Jong. Namelijk de context waarin het gebeurt. “Groepen kunnen zich veel sneller organiseren via social media. Incidenten worden ook direct gefilmd, gedeeld en opgeblazen.” Volgens De Jong zijn stranden, kermissen, festivals en pleinen logische plekken waar de groepsdynamiek sneller escaleert omdat er weinig structuur, begeleiding of toezicht is.

Daarnaast speelt volgens de lector mee dat voorzieningen voor jongeren vaak zijn verdwenen of verschraald. “In sommige wijken of nieuwere gebieden is weinig laagdrempelig aanbod voor de jeugd. Jongeren zoeken elkaar dan meer op in de publieke ruimte zonder begeleiding of begrenzing.”

Samenleving is veranderd

Hij ziet ook een bredere maatschappelijke ontwikkeling. “Sommige jongeren ervaren weinig binding, perspectief of steun in hun leefomgeving. Wat risico’s op overlast en probleemgedrag kan vergroten.”

Maar De Jong wil het niet alleen gooien op ‘slechte opvoeding’ of ‘geen normen meer’. “Dat is te simpel want ook de samenleving is veranderd. Gedrag dat vroeger sneller werd gezien als baldadigheid wordt nu sneller gefilmd, gedeeld en ervaren als onveiligheid.”

Duizenden anderen kijken mee

En als jongeren samenkomen, gedragen ze zich anders dan wanneer ze alleen zijn. “Er ontstaat sneller stoer gedrag, onderlinge competitie, elkaar opjutten, risico nemen voor status en minder individuele remming. Social media versterken dat weer. Jongeren kunnen elkaar snel oproepen, filmen, livestreamen en reputatie opbouwen. De groep kijkt mee, maar duizenden anderen ook. Dat verhoogt de druk om jezelf te laten zien. Zo kan één klein incident razendsnel groter worden.”

Maar, stelt De Jong gerust, jongeren zijn niet ineens veel slechter geworden. “De cijfers laten een genuanceerder beeld zien. De jeugdcriminaliteit is de afgelopen 20 jaar juist fors gedaald en ongeveer gehalveerd sinds de piek rond 2007. Bij jongerenoverlast zie je ook geen simpel bewijs voor een enorme explosieve groei.”

Snelle escalatie

Maar er verandert wel iets. “Incidenten escaleren sneller, worden sneller zichtbaar en via social media sneller verspreid. Daardoor voelt het groter en dreigender. Het zegt ook iets over een tijd waarin zichtbaarheid, online reputatie en directe reacties steeds belangrijker zijn geworden. Social media versterken groepsdruk en publieke spanningen worden sneller nationaal nieuws.”

Harder straffen of alleen naar ouders wijzen, gaat het probleem niet oplossen. “Je hebt een combinatie nodig van duidelijke grenzen, zichtbare handhaving, vroeg signaleren en goed jongerenwerk. Daarnaast een goede samenwerking tussen scholen, ouders, jongerenwerk, politie en gemeenten.”