Wel schoten de marges extreem hard op en neer na het uitbreken van het conflict eind februari, blijkt uit de Monitor Brandstofprijzen van de ACM. Het gaat om het verschil tussen de prijs waarvoor pompstations inkopen (de groothandelsprijs) en waarvoor ze verkopen (de retailprijs). 

Grotere bandbreedte

Deze marge is niet alleen maar winst voor de eigenaar van het tankstation. Er zitten ook nog kosten in verwerkt, zoals voor transport en opslag. Maar het is wel het bedrag dat het dichtst bij de winstmarge per liter komt en daarom interessant om op in te zoomen, vooral bij diesel.

Sinds juni vorig jaar zat er minimaal 6 cent marge tussen de prijs waarvoor een liter diesel bij de groothandel wordt verkocht en waarvoor deze bij de pomp wordt verkocht. De maximale marge tot het uitbreken van de oorlog was 14 cent. Een bandbreedte van 8 cent.

Hard op (en neer)

Na de Amerikaanse en Israëlische aanval op Iran bedroeg de marge minimaal 7 cent en maximaal 24 cent. Een bandbreedte van 17 cent en meer dan een verdubbeling. Wat daar de reden voor is, blijkt niet uit het onderzoek van de ACM. 

De prijzen voor benzine schoten iets minder hard op en neer, maar vertoonden ook grote pieken en dalen dan voor maart.

Maar geen aanwijzing dus voor extra winst voor pomphouders. “Zij kunnen het zich niet veroorloven om hogere prijzen te vragen voor hun benzine en diesel dan hun concurrent”, legt Martijn Snoep uit. Hij is voorzitter van de ACM. “En daar zie je dus dat concurrentie op dit moment nog goed werkt.”

Miljardenwinsten

Dat geldt niet voor de grote spelers, blijkt ook wel uit de kwartaalcijfers van onder meer Shell en Saudi Aramco. Beide bedrijven boekten miljarden extra winst in het eerste kwartaal van dit jaar. Met dank aan de afgeknepen olietoevoer uit het Midden-Oosten.

Daardoor steeg de olieprijs met zo’n 70 procent. “Het is niet aannemelijk dat de kosten van olieproductie in dezelfde mate zijn gestegen als de prijzen”, aldus de ACM. Ook raffinaderijen lijken hogere marges te halen, aldus Snoep.

De ACM gaat dit daarom nog extra onderzoeken. Ook komt er een onderzoek naar het gebruik van ‘pricing software’ bij bedrijven in de brandstofketen. Dit soort software helpt bedrijven de prijs van brandstof te bepalen, onder meer door algoritmes. 

Er zijn geen aanwijzingen dat er hiermee regels worden overtreden, maar de ACM wil graag weten hoe het werkt, licht een woordvoerder toe.

Meer onderzoek

Verder gaat de ACM nog checken of de prijzen aan de pomp net zo hard de olieprijs volgen als deze weer gaan dalen als toen ze stegen. Uit eerder onderzoek bleek dat een lagere olieprijs minder snel wordt doorgerekend in de literprijs, ook wel het ‘rockets & feathers-effect genaamd.

We kunnen Shell ook bedanken, betoogt RTL Z-beursanalist Jacob Schoenmaker. Hij legt in de onderstaande video waarom en wie echt profiteert van de gestegen prijzen