NOS Nieuws•vandaag, 20:27
Sander van Hoorn
verslaggever
Sander van Hoorn
verslaggever
Nog 46 Gazanen met een verblijfsvergunning om in Nederland te studeren, te werken of onderzoek te doen, zitten vast in Gaza. Nederland kan ze daar weghalen, maar doet dat tot nu toe niet, ondanks een uitspraak van de rechter.
Juist vandaag reisde weer een konvooi van mensen uit Gaza, via Israël naar Jordanië. Het gaat om mensen die in een ander land een verblijfstitel hebben. Landen kunnen aan de Israëlische dienst COGAT lijsten met namen doorgeven van mensen die zij uit de Gazastrook willen halen. Israël controleert of ze niet gezocht worden en geeft dan groen licht om georganiseerd, door de Israëlische linies en door Israël zelf, naar Jordanië te gaan.
Daar kunnen mensen dan bij de verschillende ambassades hun visum ophalen. Zo liggen er ook visa klaar bij de Nederlandse ambassade in Amman. Maar Nederland heeft, voor zover COGAT op verzoek van de NOS kan nagaan, geen lijst met namen ingediend.
Inspanningsverplichting
Mensen van buiten de EU die in Nederland een studie willen volgen, kunnen een aanvraag indienen bij de IND. Bijna vijftig Gazanen zagen hun aanvraag goedgekeurd. Net zoals mensen uit andere landen zijn ze zelf verantwoordelijk voor de reis naar en het verblijf in Nederland. Het enige verschil met bijvoorbeeld een Amerikaan is dat de Nederlandse ambassade voor Gazanen onbereikbaar is zonder medewerking van Israël.
De Raad van State en de rechtbank in Den Haag besloten eerder dat Nederland zich daarom moet inspannen om de medewerking van Israël te krijgen. Minister Berendsen van Buitenlandse Zaken is tegen de uitspraak in beroep gegaan en wil daarom niet inhoudelijk reageren. Hij zegt het vonnis intussen wel uit te voeren, maar dat heeft in elk geval niet geleid tot het indienen van een namenlijst bij COGAT.
“Het is op zijn minst heel merkwaardig dat een minister die een heel duidelijke opdracht van de rechtbank(opent in nieuw venster) en nota bene van de Raad van State heeft gekregen, deze zo minimaal uitvoert dat in feite de kern van die uitspraak wordt gemist. Dat de mensen alsnog niet krijgen waar ze recht op hebben”, zegt advocaat Wil Eikelboom. Zijn kantoor spande namens een aantal Gazanen de rechtszaken aan.
Een van hen, Mohammed Aldeeb, heeft een uitnodig om in Utrecht neurologie te studeren. Hij is nu basisarts in een ziekenhuis in Gaza. “Ik hoop dat we volgende keer alsnog op de lijst komen te staan”, zegt hij vanuit Gaza. “Ik ben Nederland dankbaar voor de mogelijkheid in Nederland een vervolgstudie te doen.”
Het huis van Aldeeb is verwoest en ligt in een deel van Gaza dat nu door Israël bezet wordt. “Ik heb gelukkig een appartement kunnen huren, maar het blijft een dagelijks gevecht om voldoende drinkwater en eten te kopen voor mijn gezin.”
‘Groep valt hier niet onder’
De procedure bij COGAT is bekend. Al sinds het begin van de oorlog in Gaza vinden dit soort konvooien plaats. En in diplomatieke kringen doet nu ook al de volgende datum de ronde: 21 of 28 mei. COGAT roept Gazanen die een verblijfstitel hebben in een ander land op om de ambassade van dat land te benaderen met de vraag om hun naam op een lijst te zetten. De oproepen worden via bijvoorbeeld Facebook gedaan en daar wordt ook de procedure uitgelegd.
Al met al lijkt het onwaarschijnlijk dat de Nederlandse regering die procedure niet kent. De vraag blijft dan waarom er geen gebruik van wordt gemaakt. Eikelboom: “Andere landen hebben dat wel gedaan en voor zover ik weet, is er ook geen rechter aan te pas gekomen. Het is beperkte consulaire dienstverlening die andere landen gewoon bieden.”
Minister Berendsen zegt daarover dat “consulaire bijstand verleend wordt aan Nederlanders in het buitenland. Deze groep valt daar niet onder”.
Twee oud-diplomaten betogen vandaag in NRC(opent in nieuw venster) dat Nederland meer moet doen om de groep uit “het hermetisch afgesloten getto van Gaza” te evacueren. “Het lijkt erop dat de minister van Buitenlandse Zaken bereid is de grenzen van het juridisch en moreel toelaatbare ver op te rekken om mensen buiten de deur te houden die leven in een gebied waar volgens de Verenigde Naties, het Internationaal Gerechtshof en vele mensenrechtenorganisaties en experts sprake is (geweest) van genocide”, schrijven zij.