Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevat
meningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groep
redacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer een
handvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Het proces verliep bijna geruisloos. Nog maar een jaar geleden waren de vooruitzichten uitermate somber voor Oekraïne, in zijn ongelijke strijd tegen Moskou. In de cynische woorden van Donald Trump, in zijn rechtstreekse aanval op president Volodymyr Zelensky, vorig jaar: „You don’t have the cards”. En inderdaad, zonder Amerikaanse steun waren de Oekraïense kansen bijzonder klein. Zeker toen Trump steeds meer de visie van het Kremlin ging volgen, met inbegrip van de Oekraïense terugtrekking uit de Donbas.
Een jaar later staat Oekraïne er beduidend florissanter voor. Niet dat het land zich heeft bevrijd van de Russen en hun misdadige aanvallen op de burgerbevolking, integendeel. Maar tegen alle verwachtingen is het initiatief in de oorlog langzaam gekanteld.
Voor het eerst sinds 2023 herovert Oekraïne meer terrein dan de Russen innemen; het land bestookt Rusland met meer langeafstandsdrones dan andersom; en aan het front worden volgens Kyiv maandelijks zo’n 35.000 Russische militairen uitgeschakeld – gedood of verwond. Dat is meer dan Moskou kan vervangen, waarmee de Russische bezettingsmacht de facto slinkt.
Tegelijkertijd brengt Oekraïne de oorlog steeds dieper Rusland in, met dagelijkse aanvallen op de olie-industrie. Dat heeft niet alleen aanzienlijke gevolgen voor de Russische economie, maar drukt ook steeds meer op de positie van Poetin. De korte, karige viering van de Dag van de Overwinning, zaterdag in Moskou, was symbolisch voor de Russische angst voor een Oekraïense ‘interventie’.
Met grote voorzichtigheid signaleren militaire analisten dan ook de eerste tekenen van een ommekeer in de oorlog, met de aantekening dat die geen enkele garantie bieden voor strategische Oekraïense successen in de toekomst.
Dat de Oekraïners na de loodzware, strenge oorlogswinter plotseling het tij mee hebben is geen toeval. Het land heeft zich sinds de grootschalige invasie volop gestort op een eigen defensie-industrie, van kruisvluchtwapens tot ’s werelds modernste dronetechnologie. Die investeringen betalen zich nu terug.
Dat deze innovatieve wapenindustrie wereldwijd inmiddels toonaangevend is blijft een klein mirakel. Tijdens de overlevingsoorlog sinds 2022 is Oekraïne volgens schattingen getroffen door meer dan 125.000 kamikazedrones, zware vliegtuigbommen en ‘gewone’ raketten. Toch produceert het land nu zoveel drones dat ze worden geëxporteerd.
Ondanks de hoon van president Trump over een hulpaanbod van Zelensky, installeerden de Amerikaanse strijdkrachten vorige maand Oekraïense anti-dronesystemen in Saoedi-Arabië om hun belangrijkste legerbasis in de regio te beschermen tegen Iraanse aanvallen. Intussen tekent Zelensky het ene na het andere contract in de Golf, in ruil voor battle-tested luchtafweer en oorlogskennis.
Voorzichtig signaleren militaire analisten de eerste tekenen van een ommekeer in de oorlog, al bieden die geen garantie voor strategische Oekraïense successen
De opmerkelijke ommezwaai blijft in Europa niet onopgemerkt: van een blok aan het been is Oekraïne geworden tot een belangrijke pijler van de Europese veiligheid. De Finse president Alexander Stubb verwoordde het onlangs zo: „Dit gaat niet meer om financiële hulp aan Oekraïne. We moeten het omdraaien. Kunnen we het ons veroorloven Oekraïne buiten [de NAVO] te houden, wetende dat zij de beste militaire kennis hebben?”
Zonder twijfel heeft Oekraïne Europa nodig. Zonder de EU-steun van 90 miljard euro was Kyiv zwaar in de problemen geraakt, zeker zolang Poetin weigert zijn uitzichtloze oorlog te stoppen. Maar Europa heeft Oekraïne minstens even hard nodig. Dat Oekraïne zich weet op te richten is wonderbaarlijk genoeg. Laat het een extra motivatie zijn om het land door dik en dun te blijven steunen.
Geef cadeau
Deel
Mail de redactie