“Ik ga nooit van mijn leven meer een film maken die zo succesvol is als die trilogie”, zei Jackson. “Maar ik ben er heel trots op dat we ze hebben gemaakt. Er zijn heel veel regisseurs die heel lang films maken en helemaal geen succes hebben. Ik heb de films zelf al twintig jaar niet meer gezien. Maar mensen lijken er nog steeds van te genieten. En dat is ook de enige manier waarop films blijven voortleven – als mensen ernaar blijven kijken.”

Een van de redenen waarom Jackson de film aandurfde, was het feit dat de digitale technieken een enorme vlucht hadden genomen. “Je kan Lord of the Rings ook maken met handpoppen, maar ik denk niet dat je dan de fantasie kan benaderen die mensen in hun hoofd hebben terwijl ze het boek lezen”, aldus de regisseur. De makers besloten de boeken van Tolkien te benaderen alsof het een realistisch historisch avontuur was. “We benaderden en onderzochten het als een gebeurtenis uit de geschiedenis, zoals het leven van Henry VIII of Willem de Veroveraar.”

De opnames duurden 266 dagen. “Als we van tevoren hadden geweten wat ons te wachten stond, hadden we het project niet aangedurfd”, vertelde de regisseur lachend. “Dan waren we doodsbang geweest. Maar we waren naïef en dachten: dat doen we wel even.” Er waren dagen dat Jackson geen idee had hoe hij een bepaalde opname moest gaan doen. “Maar dat zeg je niet tegen je cast en crew. Dus ga je praten en vraag je mensen: had jij een idee over die scène? En als een acteur dan met een idee komt zeg je: ja, dat wilde ik doen! Zo overleefde ik zulke dagen.”

Jackson had nooit in zijn leven verwacht om een Gouden Palm te winnen. “Net zoals ik wist dat ik nooit van mijn leven een balletdanser zou worden, of olympisch atleet. Er zijn bepaalde dingen waarvan je weet: die zijn voor mij niet weggelegd. Omdat ik geen films maak die normaliter een Gouden Palm krijgen.” De regisseur brak door met de horrorkomedies Bad Taste en Braindead, die nu als genreklassiekers worden beschouwd. “Als jonge beginnende filmmaker kan je altijd horror draaien – ook als je geen geld of geen echte acteurs hebt”, legde hij uit. “En wij dachten: we gaan de films zo smerig maken als we kunnen. Want we moeten iets hebben waarmee we opvallen. Maar het was een gok: omdat we in 1987 Bad Taste wisten te verkopen op de filmmarkt van Cannes, mocht ik mijzelf opeens een regisseur noemen.”