
Staat de artistieke vrijheid onder druk? Het is een intrigerende vraag, maar veel publiek komt er niet op af. Zelden was de grote zaal van De Balie zo leeg als deze dinsdagavond. Er zijn hooguit vijftig stoelen beschikbaar en die zijn niet allemaal gevuld. Het is zo rustig dat je bij binnenkomst denkt dat je in de verkeerde zaal bent beland. Door de bezetting komt het niet: schrijvers Lale Gül en Pieter Waterdrinker, en kunstenaars Tinkebell en Ronald Ophuis. Hoogleraar Wim Voermans komt iets zeggen over de wet.
Ophuis schildert over gruwelijkheden. Zo zien we in de zaal een schilderij over de genocide in Rwanda die honderdduizenden mensen het leven kostte. Ophuis’ werk bracht hem ooit in de problemen: hij werd aangeklaagd vanwege een schilderij over kindermisbruik dat aanstootgevend zou zijn. Na veel juridisch gedoe was de conclusie dat het een maatschappelijke aanklacht betrof en geen kinderporno. Ook Tinkebell werd meerdere keren aangeklaagd: zo had ze bijvoorbeeld tientallen hamsters in plastic ‘hamsterballen’ laten rondlopen.
Waterdrinker kreeg een rechtszaak aan zijn broek omdat een van zijn personages een antisemitische uitspraak deed. Hij werd veroordeeld tot onder meer een boete en ging in hoger beroep. Hij won, de staat ging in cassatie en Waterdrinker werd vrijgesproken. Toen was hij inmiddels een ton lichter. Als je de staat tegenover je vindt, zo leren we, heeft dat een enorm intimiderende werking: zo’n zaak slokt je tijd, geld en aandacht op. Dat in al deze gevallen vrijspraak volgde, doet daar niets aan af.
Ophef en ruis
Dan komt het gesprek op een hele andere vraag: is de burger voor de artistieke vrijheid niet gevaarlijker dan de staat? Tinkebell denkt dat de overheid rechtszaken begint omdat burgers klagen. Een ingewikkelde spagaat: kunst is een gesprek en kunstenaars willen een publiek bereiken. Zolang het gesprek over de kunst gaat, is het prima. Dat ligt anders als mensen het kunstwerk niet hebben gezien, maar er wel een mening over hebben. Dat overkwam Tinkebell met de tas die ze van haar kat maakte.
Dit probleem wordt groter door sociale media, een gebrek aan concentratie, dat mensen niets lezen en nog veel meer, somt Tinkebell op. Soms is ophef een compliment, maar lang niet altijd. Dan is het vooral ruis. Gül denkt dat kunst sowieso controversieel is. Haar werk leverde haar talloze bedreigingen op. Religiekritiek valt in een lange traditie en heeft altijd problemen opgeleverd. Volgens Gül hoort controverse er gewoon bij, want mensen zijn nou eenmaal conservatief en gaan mee met de meute.
Zelfcensuur is dan ook het grootste probleem, denkt Waterdrinker. Je modelleert jezelf toch naar de heersende moraliteit en de communis opinio. De bedreigingen aan het adres van Gül gaan bijvoorbeeld ontzettend ver en dus kijken velen wel uit voordat ze zich ook aan religiekritiek wagen. Waterdrinker denkt dat de Nederlandse literatuur zichzelf sowieso vaak inhoudt. Boeken worden mede daarom niet of nauwelijks besproken. Dat is in Frankrijk met Michel Houellebecq wel anders.
Voorwaarden scheppen
Wim Voermans wijst erop dat de wet zegt dat de staat voorwaarden schept voor maatschappelijke en culturele ontplooiing. Dat stelt in de praktijk echter maar weinig voor. Een basale voorwaarde is beveiliging. Daar was bij Gül discussie over. Tinkebell heeft zoveel haatmail ontvangen dat deze niet meer te tellen is. Een van de afzenders werd er ooit voor van haar bed gelicht. Dat vond Tinkebell dan weer onzin, want de vrouw was hoogzwanger en had haar niet eens bedreigd. Ze werd vrijgesproken.
De Raad voor Cultuur denkt inmiddels ook na over de artistieke vrijheid. Daar vindt men dat instellingen kunstenaars moeten beschermen als ze met dit soort problemen in aanraking komen. Dat klopt niet, denkt het panel al snel, want dat kunnen instellingen helemaal niet. Voermans denkt dat de moderator van dienst – Yoeri Albrecht – niet voor hem in de bres hoeft te springen als ondergetekende een lelijk stukje over deze avond schrijft. Gül denkt ondertussen dat het in Turkije allemaal veel erger is dan hier.
Dat het ergens anders erger is, zo zegt Waterdrinker, maakt niet uit. Artistieke vrijheid moet worden verdedigd, want vandaag ben jij het, maar morgen ik. Zo is het, maar wat die verdediging concreet inhoudt blijft vaag. Een man in het publiek vraagt zich af of de kunsten niet het meest worden bedreigd door de enorme desinteresse van het publiek. Als mensen de artistieke vrijheid niet op hun netvlies hebben, zullen ze die ook niet verdedigen. Maar ze hebben er wel last van als die verdwijnt.
Beeld: zaal in De Balie met rechts een deel van het schilderij van Ophuis. Foto: Chris Aalberts.
Waardeer dit artikel!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan!
Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.