De bouw van landwindmolens in Nederland is vrijwel stilgevallen. Eind 2025 telde Nederland volgens de nieuwe Monitor Wind op Land 2025 ongeveer 2.547 windturbines, met een gezamenlijk opgesteld vermogen van 7.054 megawatt. Dat is netto slechts 96 megawatt meer dan een jaar eerder. Alleen in 2017 was de jaarlijkse groei in de afgelopen tien jaar nog lager.

In 2025 werden 29 nieuwe windturbines gerealiseerd, maar daar stonden 20 verwijderde turbines tegenover. Netto kwamen er dus negen turbines bij. De verwachte gemiddelde jaarproductie van wind op land steeg daardoor beperkt: van 21,2 naar 21,5 terawattuur.

Pijplijn droogt op

Voor de komende jaren is het beeld niet veel beter. In de fase ‘bouw in opdracht’ zit nog maar 72 megawatt aan projecten. Dat zijn projecten met een onherroepelijke vergunning én een getekend contract met een turbineleverancier. Deze projecten worden doorgaans op korte termijn gerealiseerd.

Tegelijkertijd staat er 191 megawatt aan sanering in voorbereiding. Het gaat om oude turbines die nog moeten worden verwijderd, onder meer als onderdeel van eerdere repoweringprojecten. Omdat de hoeveelheid geplande sanering groter is dan het vermogen dat nu daadwerkelijk in opdracht is gegeven, verwacht de monitor voor 2026 een netto afname van het opgesteld vermogen aan windenergie op land.

Ook de bredere pijplijn biedt slechts beperkt comfort. In totaal zit er 1.723 megawatt aan projecten in ontwikkeling, maar een groot deel daarvan bevindt zich nog in vroege fases. Vooral het voortraject groeide sterk, tot 780 megawatt. Die projecten zijn echter onzeker: vergunningen, politieke besluitvorming, netaansluitingen en nieuwe milieunormen kunnen de omvang en haalbaarheid nog sterk beïnvloeden.

Milieunormen en draagvlak remmen projecten

Een belangrijke rem blijft de onzekerheid over landelijke milieunormen voor windparken. Sinds de uitspraak van de Raad van State in 2021 zijn de oude landelijke normen voor nieuwe windparken buiten werking. Nieuwe normen zijn nog niet vastgesteld. Daardoor wachten sommige projecten op landelijke duidelijkheid, terwijl andere proberen door te gaan met lokaal vastgestelde normen.

Ook bestuurlijk en politiek draagvlak blijft een knelpunt. Gemeenten schuiven gevoelige besluiten regelmatig vooruit, mede door zorgen van omwonenden en de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026. Provincies zoals Utrecht, Overijssel, Zuid-Holland en Gelderland nemen vaker de regie, onder meer via plan-MER-trajecten. Dat verklaart een deel van de groei in het aantal projecten in het voortraject, maar niet dat er snel nieuwe turbines worden gebouwd.

Netcongestie en lastige businesscase 

Daarnaast spelen netcongestie en verslechterde projectrendementen een rol. Windprojecten hebben doorgaans een lange aanlooptijd, waardoor netaansluitingen vaak vroeg worden aangevraagd. Toch noemt de monitor inmiddels ook bij windprojecten voorbeelden waarbij aansluiting op het net vertraagt of onzeker is.

De businesscase staat eveneens onder druk door hogere kosten, duurdere turbines, gestegen rentes en volatielere stroomprijzen. Negatieve stroomprijzen maken exploitatie lastiger, zeker wanneer projecten op zulke momenten geen SDE++-subsidie ontvangen.

Opgave richting 2030 en 2050

De stagnatie komt op een moment dat wind op land een belangrijke rol houdt in de Nederlandse energieplannen. Het Klimaatakkoord rekent voor 2030 op ten minste 35 terawattuur grootschalige hernieuwbare elektriciteit op land, opgewekt met wind en zon. In het Nationaal Plan Energiesysteem wordt voor 2050 zelfs een indicatieve groei naar 17 gigawatt wind op land voorzien.

Daar staat Nederland nu ver van af. De totale projectcapaciteit, inclusief gerealiseerde turbines en pijplijn, komt eind 2025 uit op 8.777 megawatt. Dat is ongeveer de helft van het vermogen dat in het nationale energiesysteem voor 2050 wordt voorzien.

De monitor laat daarmee vooral zien dat wind op land in Nederland niet langer vanzelf groeit. Er staan nog projecten op de rol, maar de daadwerkelijke bouw is teruggevallen tot een minimum. Zonder duidelijkheid over normen, ruimte, netaansluitingen en projectfinanciering dreigt wind op land de komende jaren eerder vermogen te verliezen dan toe te voegen.