De interesse in thuisbatterijen groeit snel: steeds meer huishoudens zoeken naar manieren om hun eigen zonnestroom op te slaan. Energie leveren aan het net levert minder op dan een paar jaar geleden door de komst van terugleverkosten. Ook het salderen verdwijnt. Met een batterij hopen mensen toch nog wat geld te verdienen.
Opvallend is dat 10 kWh vaak als standaard wordt verkocht. Bij accuexpert.nl wordt deze batterij bijvoorbeeld de ‘ideale keuze’ genoemd ‘voor de meeste huishoudens’. Uit de analyse van het platform Jeroen.nl blijkt dat dit helemaal niet de ideale keuze is.
Dat zit zo. Volgens Milieu Centraal verbruiken huishoudens met zonnepanelen gemiddeld 30 procent van de opgewekte stroom direct zelf. De rest gaat terug naar het elektriciteitsnet, waar je tegenwoordig vaak slechts enkele centen per kWh voor krijgt.
Eigen gebruik verhogen
Met een thuisbatterij kun je het eigen verbruik van zonne-energie verhogen en zo besparen op je energierekening. Je slaat overtollige zonne-energie op voor later gebruik, bijvoorbeeld voor in de avond of nacht. Op die momenten hoef je dan geen stroom van het net af te nemen.
Uit een analyse van Jeroen Bakker, op basis van de gegevens van 1365 huishoudens over een heel jaar, blijkt dat het zelfgebruik stijgt naar 58 procent met een batterij van 5 kWh en naar 61 procent met een batterij van 7 kWh.
Maar het punt is nu: het percentage zelfgebruik stijgt nauwelijks nog bij grotere batterijen. Met een batterij van 15 kWh zit je bijvoorbeeld op een zelfgebruik van 66 procent. “Terwijl die 15 kWh-batterij drie keer duurder is dan die van 5 kWh”, zegt Bakker. Zijn conclusie: de eerste kilowatturen batterijcapaciteit leveren gemiddeld het meeste op. Een thuisbatterij van 5 kWh is voor de meeste huishoudens genoeg.
Ook bij Milieu Centraal zeggen ze dat een thuisbatterij maar ‘beperkt’ je zonne-energie kan opslaan. 6 kWh is volgens de stichting meestal het maximale wat een huishouden nodig heeft. Hoe dat komt? Simpel gezegd: in de zomer krijg je ‘m niet leeg, en in de winter niet vol.
Zelf aan de slag
Bakker zegt er wel bij: het gaat hier om gemiddelden. Wie precies wil weten hoe de berekening voor zijn eigen huishouden eruitziet, en dus hoe groot de thuisbatterij moet zijn, moet zelf aan de slag.
Hij adviseert een P1-meter aan te schaffen – een apparaatje dat je in de slimme meter in je meterkast plugt – en daarmee je verbruik per kwartier te registreren, om die gegevens na een jaar te analyseren.
Vuistregel
Het kan ook simpeler, zegt energie-expert Dennis van der Meij. “Ik gebruik als vuistregel: bekijk wat je gemiddeld ’s nachts gebruikt tussen maart en september, en doe dat keer 1,5. Dan kom je een heel eind in de buurt. Meestal kom je dan op een batterijgrootte van 3 tot 5 kWh.”
Van der Meij ziet dat veel mensen te grote batterijen kopen. “Ik vraag altijd aan die mensen: wat doe jij ’s avonds en ’s nachts dan? Als je op een mooie dag 20 kWh in de batterij stopt, dan haal je daar ’s nachts hoogstens 5 kWh uit. Dan kun je de volgende dag dus ook maar 5 kWh laden.”
Hij stoort zich aan de verkooppraatjes van installateurs die grote batterijen aanbieden. “Ze zeggen erbij dat eigenaren van zonnepanelen straks duizenden euro’s moeten betalen als de salderingskosten verdwijnen. Maar dat klopt helemaal niet.”
Wat meespeelt, denkt hij, is dat installateurs meer verdienen als ze grotere batterijen verkopen.
Batterijen verdienen zich niet terug
Wat levert zo’n thuisbatterij nou op voor je portemonnee? De meeste thuisbatterijen verdienen zich nog niet terug, laat de berekening van Bakker zien. Preciezer: wie nu een 3 kWh-batterij koopt van 1500 euro, heeft deze in 21 jaar terugverdiend bij een jaarlijkse besparing van 71 euro. Of zoals Bakker het zegt: “Ik krijg het niet rondgerekend.”
Ook bij Milieu Centraal zeggen ze: een thuisbatterij is zo duur dat je hem op dit moment hoogstwaarschijnlijk niet terugverdient met die besparing op je stroomrekening.
Vergoedingen ‘onbalans’ lopen terug
Er zijn ook thuisbatterijen van bijvoorbeeld Zonneplan, Frank Energie of Tibber die op afstand worden aangestuurd en helpen het energienet in balans te houden. Als plotseling meer of minder energie wordt opgewekt dan verwacht, bijvoorbeeld omdat het harder of zachter waait dan een dag eerder was voorspeld, dan kan zo’n batterij bijspringen door razendsnel te laden of ontladen.
Daar staat een vergoeding tegenover. Daarmee kan de batterij deels worden terugverdiend. Het afgelopen jaar bleken die vergoedingen echter sterk terug te lopen. Ook hier is terugverdienen niet gegarandeerd.
Minder afhankelijk van het stroomnet
Naast financiële overwegingen kan het ook zijn dat mensen batterijen aanschaffen om minder afhankelijk te zijn van het stroomnet, bijvoorbeeld bij een black-out zoals vorig jaar in Spanje en Portugal. De meeste batterijen vallen echter ook bij een stroomstoring uit. Tenzij je extra investeert in speciale apparatuur, maar dit kost duizenden euro’s extra, vertelden experts eerder aan RTL Nieuws.
Tegelijk kan een thuisbatterij er wel voor zorgen dat huishoudens meer eigen zonnestroom gebruiken en daardoor minder afhankelijk zijn van fossiele stroom van het net.