Diagonaal over het makelaarsbord in de voortuin zit een sticker. Het Oost-Brabantse landhuisje van zangeres/singer-songwriter Lenny Kuhr (76), gelegen aan een stil weggetje, is verkocht. Het valt haar zwaar, zegt ze. Want de verkoop van het huis hangt samen met haar besluit om Nederland te verlaten. „Ik wil niet in een land wonen waarin ik zie dat het antisemitisme zo toeneemt.” In Israël leeft ze, met man Rob, straks dichtbij haar twee dochters en vier kleinkinderen. Maar haar migratie markeert ook het einde van haar zangcarrière. Ze geeft nog een paar shows, op 31 mei is haar laatste concert in Utrecht.
Welk liedje bij haar muzikale afscheid past? Ze hoeft er niet lang over na te denken. Dat is ‘De Troubadour’, het poëtische chanson waarmee ze in 1969 het Songfestival won.
Hij zat zo boordevol muziek
Hij zong voor groot en klein publiek
Hij maakte blij, melancholiek
De troubadour (…)
Zo zong hij heel zijn leven lang
Zijn eigen lied, zijn eigen zang
Toch gaat de dood gewoon zijn gang
De troubadour, de troubadour
Toen werd het stil, het lied was uit
Enkel wat modder tot besluit
Maar wie getroost werd door zijn lied
Vergeet hem niet
”Steeds als ik het zing, hoor ik er ook mijn eigen verhaal in”, zegt ze onder de kleurige mozaïeklamp boven de grote vierkante eettafel. „Ik zie sowieso nu heel scherp de relativiteit van alle belangstelling die ik krijg. Het is véél, en je zou het prettig kunnen vinden, maar ik besef ook dat het straks allemaal stilvalt.”
Kuhr raakt tijdens het gesprek meermaals geëmotioneerd wanneer ze spreekt over haar afscheid en vertrek. Dat afscheid is weloverwogen, zegt ze. En het voelt als onvermijdelijk. „Maar nu ik midden in de verhuizing zit en met mijn band de laatste shows doe, voel ik ook de pijn van het vertrek. Als ik mijn muzikanten aankondig, moet ik echt alles op alles zetten om niet dicht te klappen.”

De setlist van zangeres Lenny Kuhr.
Foto Andreas Terlaak
Zoom in
Jodendom
Lenny Kuhr ging op haar vijfentwintigste over tot het jodendom. Ze woonde in de jaren tachtig met haar gezin in Israël. Haar eerste echtgenoot was een Israëlische KNO-arts. Ook haar huidige man en manager Rob Frank is joods. Twee van haar kleinkinderen vervullen hun dienstplicht bij het IDF. Toen een van hen gewond raakte bij de Hamas-aanval op 7 oktober 2023, reisde ze er direct heen. Later sprak ze zich in een omstreden interview met het Nederlands Dagblad (2023) uit over de oorlog in Gaza. Ze zei: „Ik sta achter de militaire operatie die Israël aan het voeren is. Het gaat om het voortbestaan van de staat Israël dat altijd wordt bedreigd. Maar in mijn levensvisie moet geweld zo kort en minimaal mogelijk zijn.”
Nu, tweeënhalf jaar later, staat Lenny Kuhr nog steeds achter Israël. Gevraagd naar de oorlog in Gaza en de burgerslachtoffers: „Ik zou hopen dat er van alle kanten geen vuur meer komt en ik betreur ieder menselijk leed, ook zeker in Gaza.”
De agressie die ze sinds 7 oktober 2023 op haar pad vond, heeft ze als een alarmsignaal ervaren, zegt ze. Het echte omslagpunt kwam twee jaar geleden, toen verstoorden actievoerders in de zaal haar concert in Waalwijk. „Zionist, riepen ze. En: terrorist. Ze kwamen naar voren, wilden mijn microfoon afpakken, riepen dat ik ‘een moordenaar’ zou zijn.” Kuhr kreeg een jaar politiebewaking. Ook bij optredens van andere Joodse of Israëlische artiesten ontstonden protesten en spanningen. Tweede Kamerleden spraken zich uit over de vraag waar de grens ligt tussen demonstreren en intimideren.
Ik was nooit een politiek artiest. Ik moet me tegen de media wel voortdurend uitspreken. Alsof ik de wijsheid in pacht heb
Lenny Kuhr
Kuhr zegt dat zij dagelijks bedreigende mails ontvangt en vaak aangifte deed. Recent, bij haar optreden in Huizen, demonstreerden enkele pro-Palestijnse actievoerders vreedzaam met vlaggen. De politie liet hen staan. Volgens Kuhr voelt haar publiek zich erdoor geïntimideerd. Maandag werd haar optreden op 24 mei in het Rosa Spierhuis in Laren door de zorginstelling afgezegd – „omwille van de rust en veiligheid van onze bewoners”. Kuhr: „En dit is dus precies waarom ik vertrek. Wat er nu gebeurt, vind ik ernstig. Joodse en Israëlische artiesten en kunstenaars worden geweerd en gecanceld.”
Sinds de oorlog in Gaza leidt de deelname van Israël aan culturele evenementen overal tot ophef en protest: alleen al deze week, bij de Biënnale van Venetië en het Eurovisie Songfestival in Wenen. Voorstanders van een culturele boycot wijzen op het hoge aantal Palestijnse burgerslachtoffers, het dodental in Gaza ligt boven de 72.000, door Israëlisch genocidaal geweld. Kuhr was nooit een politiek artiest, pareert ze. „Maar ik moet me tegen de media wel voortdurend uitspreken. Alsof ik de wijsheid in pacht heb.”
Ze ziet zichzelf als iemand die vooral „de hand wil reiken”. „Natuurlijk zou dialoog het mooiste zijn, dat is ook geprobeerd. Maar er komt een moment dat je je moet kunnen verdedigen. Zonder verdediging bestaat Israël niet meer.” Bang is ze niet, zegt ze, van de veiligheidsrisico’s is ze zich natuurlijk wél bewust. „Geweld is in Israël al heel lang een werkelijkheid. Ik kom er al zoveel jaren, ik heb vaak meegemaakt dat er, terwijl ik er was, bussen ontploften of een kleuterschool werd aangevallen.” Maar de aanwezigheid van familie trekt toch harder, zegt ze. Ze zoeken nog naar een huis. „Mijn dochter woont in Ramat Gan, vlak bij Tel Aviv. Daar is het relatief rustig, maar we hebben al eens moeten vluchten in schuilkelders.”
Eerste prijs Songfestival
Nederland doet dit jaar niet mee aan het Eurovisie Songfestival. Omroep AVROTROS trok zich terug omdat Israël, ondanks protesten, toch deelneemt. Kuhr vindt dat jammer en onterecht. Het Songfestival, zegt ze, zou moeten draaien om muziek en verbinding tussen landen, zoals zij die zelf heeft ervaren in 1969 in Madrid. Ze won het festival op negentienjarige leeftijd samen met Lulu (Verenigd Koninkrijk), Frida Boccara (Frankrijk) en Salomé (Spanje). Het was de enige keer in de geschiedenis van het festival dat vier landen de eerste prijs deelden.
Kuhr denkt met voelbaar plezier terug aan het evenement, nu 57 jaar geleden. De winst leverde haar een internationaal platencontract op bij Phonogram in Frankrijk. Thuis in Eindhoven konden haar ouders het niet live meemaken, maar een televisiewinkel leende hen voor die avond een kleurentelevisie. Voor het eerst werd het Songfestival in kleur uitgezonden. Toen de spanning bij de puntentelling haar moeder te veel werd, vluchtte die naar boven. Tot de buurjongen in het trapgat riep: „Kom maar naar beneden buurvrouwke, het zit goed!”
Ze denkt dat Nederland volgend jaar gewoon weer meedoet. „Dat is niet alleen een wens, dat denk ik echt. Er gaat immers wel een mediaploeg naartoe en er wordt verslag gedaan. Er werd gehoopt dat Israël door de boycot niet mee zou doen, maar dat is niet gebeurd. Dan zal Nederland uiteindelijk toch op zijn opvatting moeten terugkomen.” Ze verwijst naar de Nederlandse winst van Duncan Laurence, bij de editie in Tel Aviv in 2019. „Dat was toen één groot feest. Mensen uit allerlei landen waren samen aan het zingen, aan het dansen, aan het vieren.” Ze is ervan overtuigd dat de vriendschappen die het festival smeedt, groter zijn dan de politiek. Met medewinnares Frida Boccara, die in 1969 voor Frankrijk uitkwam, bleef ze zelf tot Boccara’s overlijden in 1996 bevriend.

Zoom in

Zoom in
Lenny Kuhr.
Foto Andreas Terlaak
Van chanson tot klassiek
De artistieke essentie van Lenny Kuhr: een leven lang muziek maken op eigen voorwaarden. Ver buiten de Amerikaanse poptraditie zong ze in het Nederlands, Frans, Engels en Portugees, van chanson tot klassiek (Schubert-liederen) en fado, van kleine zalen tot grote podia. Naast ‘De Troubadour’ was ‘Visite’ in 1980 haar grote hit met de Franse jongensgroep Les Poppys. Ergens in huis, wijst ze, staan nog Edisons, een Zilveren Harp en de Lifetime Achievement Award van de Buma Awards die ze in 2017 kreeg. Ook is Kuhr sinds 2007 Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
Terugblikkend zegt ze nooit van tevoren te hebben nagedacht over de eigenschappen die een liedje tot een hit zouden kunnen maken, of over de muzikale modes van het moment. „Ik heb me daar niet door laten leiden. Muzikaal stapte ik juist liever uit het patroon.” De Nederlandse taal is haar dierbaar, omdat ze daarin al haar nuances kwijt kan. Ze werkte ook lang in Frankrijk en spreekt goed Frans, maar merkte later „dat iets wat poëtisch klinkt, dan soms toch kitscherig blijkt.”
„Ik ben altijd autonoom gebleven en wil volledig staan achter wat ik zing. Een lied leeft en verandert. Ik heb het weleens zo geformuleerd: ik ben eigenlijk een levend lied dat zich steeds vernieuwt.”
Omdat populariteit geen doel op zich was, had Kuhr de afgelopen vijftig jaar ook niet altijd evenveel succes. Sommige platen gaf ze in eigen beheer uit, omdat er bij de platenmaatschappijen geen animo voor was. Een grootscheepse artistieke comeback vormde de verrassend vitale plaat Lenny Kuhr in 2020. Daarop liet ze zich artistiek uitdagen door muzikanten als Stef Bos, Spinvis en Elke Vierveijzer. In ‘Nog steeds een troubadour’, een lied van Stef Bos dat knipoogt naar ‘De Troubadour’, zingt ze hoe ze die troubadour nog altijd is en zoekt naar de woorden voor wat ze voelt en ziet. En hoe ze een licht wil zijn in het donker, tussen alle haat en nijd.
Wat ik zal missen? Dat magische moment waarop alles samenkomt. Het opkomen, de concentratie die zich helemaal toespitst in dat ene lied
Lenny Kuhr
Wat ze zal missen? Ze hoeft er niet lang over na te denken. „Dat magische moment waarop alles samenkomt. Het opkomen, de concentratie die zich helemaal toespitst in dat ene lied. Dan voel ik me gedragen. Mijn kinderen zeiden vroeger weleens dat ze mij op het podium niet herkenden. Er komt dan een heel compacte energie vrij, waardoor ik totaal aanwezig ben in wat ik zing en doe. Mijn handen zijn dan meer een soort verlengstuk van de klanken die ik uitbreng. Als een dirigent.”
En dan zijn er de fans. Die al eens afscheid namen en toch nog een keer komen. Wier gezichten ze herkent. „Ze schrijven me hun persoonlijke verhalen en vertellen hoe mijn teksten hen helpen. Ik weet waar ze doorheen zijn gegaan en probeer daar zoveel mogelijk op te antwoorden. Dat kost soms veel tijd, maar ik heb altijd gevonden dat het erbij hoort.”
Plots stemverlies
Dat haar afscheid voelt als een rouwproces, heeft ook te maken met een eerdere breuklijn in haar leven. In 1993 verloor ze tijdens een optreden plotseling haar stem. Ze was 43. Later bleek een neurologische aandoening de oorzaak. Een jaar lang kon ze nauwelijks zingen en zelfs spreken kostte moeite. De stilte dwong haar naar binnen te keren, zegt ze daarover. Kuhr verdiepte zich intensief in spiritualiteit. Pas zeven jaar later keerde haar oude stem volledig terug.
„Door te blijven luisteren naar mijn intuïtie en inspiratie heb ik de moeilijkste momenten in mijn leven kunnen optillen naar iets dat daarbovenuit stijgt, zelfs het verlies van mijn stem”, zegt ze. Toch was die periode allesbehalve verheven. „Ik voelde langzaam alle schillen van me afvallen. Ineens was ik geen zangeres meer.”
Juist daarom herkent ze iets van die ontwrichting in het afscheid dat nu nadert. Met één wezenlijk verschil: „Ik kan nog steeds zingen. Sterker, ik voel me zó in vorm. Toen kon ik geen woord meer uitbrengen.”
Ze is op tournee met haar meest persoonlijke werk, de EP Licht uit 2025. „Het mooiste wat ik ooit heb gedaan”, zegt ze zonder aarzeling. „Daar is een heel leven aan voorafgegaan.” Dat maakt het besluit om te stoppen extra wrang. Even valt er een stilte. Dan klinkt het vastberaden: „Maar ik zie het als een noodzaak.”
Geef cadeau
Deel
Mail de redactie