Drenthe maakt zich op voor een nieuw hoofdstuk in een al rijke sjoelgeschiedenis, met het wereldkampioenschap in Zwartemeer. Na al die jaren gaat toch vaak nog een aantal dingen fout tijdens een potje sjoelen met de familie.
“Je moet goed staan en goed gefocust zijn”, zegt voorzitter Eric Mensen van sjoelvereniging De Brikkenmikkers uit Klazienaveen. “En als je hart in je keel bonkt, gaat het ook mis. Je moet jezelf goed onder controle hebben.”
Het oer-Hollandse spel stamt uit de zestiende of zeventiende eeuw. Daarna werd het sjoelen een steeds populairder caféspel, waar een paar honderd jaar later liefhebbers in Groot-Brittannië, Scandinavië, Tsjechië en Slowakije verknocht aan raakten.
“Veertig jaar geleden hadden we in Noord-Nederland nog de meeste sjoelers van het land”, vertelt Mensen. “Inmiddels is dat wat afgenomen, omdat er bijna geen nieuwe aanwas meer is.”
Het grootste gros van de 350 WK-deelnemers komt dan ook uit Europa, met Nederland, Duitsland en Frankrijk als hofleveranciers. Daartussen is zelfs een plukje sjoelers te vinden uit Suriname, de Verenigde Staten en de Filipijnen. “Dat is ook richting die kant van de wereld ontwikkeld, omdat hier in het verleden gastarbeiders uit die landen waren”, aldus Mensen.
Voor de huis-tuin-en-keukensjoeler op de tribune is het overigens geen overbodige luxe om nog eens goed in het spelregelboekje te duiken, want die regels zijn soms nét even anders dan bij een potje sjoelen thuis. Het belangrijkste is dat je drie ‘onderbeurten’ hebt, waarbij je per beurt dertig stenen in de speelbak gooit, die vervolgens in een vakje met 1, 2, 3 of 4 punten kan eindigen.
Voordat een spel begint, mag elke speler vijf stenen proefgooien. “Dat is om te kijken hoe de zijkanten lopen en hoe glad de bak is”, legt Mensen uit. Na elke beurt, pas als een sjoeler uitgegooid is, worden alle rake stenen opgestapeld. “En de brikken die nog in het speelveld liggen, worden weer teruggeschoven. In een volgende beurt kun je die dan weer opnieuw de bak inschuiven.”
Op die manier kan elke speler maximaal 148 punten scoren, als alle schijven gelijk verdeeld liggen over de vier vakjes. Wie dit puntenaantal na één beurt weet te bereiken, krijgt een ‘bonusbrik’. Als je die in de 4 belandt, krijg je nog een tweede brik extra, waardoor je puntentotaal op 156 kan uitkomen.
“Alleen past die laatste schijf dan niet meer in het vakje, dus dat gebeurt bijna nooit”, vertelt Mensen. “Je moet geluk hebben dat de schijven erachter omhoog stuiteren.”
Dan is er nog het ‘bokje’, wanneer een geworpen schijf plat bovenop een andere steen belandt. “Vroeger gingen we met onze dunne armpjes onder de afzetbalk door om het schijfje terug te halen en die nog een keer te gooien”, zegt de voorzitter van Klazienavener sjoelvereniging.
Op het WK doen ze daar niet aan. “Als de sjoeler de eerste schijf geworpen heeft, dan mag een jurylid niks meer veranderen in de bak, totdat alle dertig schijven gegooid zijn. Dan pas wordt bepaald welke schijven raak zijn en welke niet.”
Ook de puntentelling is in de loop der jaren veranderd, waarschuwt Mensen. Bijna iedereen gaat met zijn vingers langs de poortjes, maar dat mag niet. “Alles wat er dan in ging, dat zat erin, maar dat doen we niet meer. Bij twijfel moet de schijf de voorkant van het poortenbalkje voorbij zijn, dan telt ‘ie.”
Tekst gaat verder onder de video