Camperbezitters weten Drenthe tijdens het hemelvaartsweekend nog altijd goed te vinden. Door nieuwe wetgeving is sinds één januari de wegenbelasting voor campereigenaren verdubbeld. Desondanks zit Camperparc Stee in Lhee bij Dwingeloo helemaal vol.

“Jullie hebben een plekje geboekt?”, vraagt campingeigenaar Jan Bloemerts opgewekt aan net gearriveerde vakantiegangers met een camper. “Dan wens ik jullie een goed verblijf.”

De camperplaats van Bloemerts heeft vijfentachtig staanplaatsen, waar campers strak naast elkaar staan opgesteld. Alle plaatsen zijn voor het hemelvaartsweekend volgeboekt.

Bloemerts merkt dat de hoge wegenbelasting voor het bezitten van een camper de laatste tijd steeds vaker onderwerp van gesprek is onder zijn gasten. “Tegelijkertijd zien we niet dat het per se rustiger is met reserveringen dan andere jaren. Sterker nog: we hebben het gevoel dat het zelfs drukker is dan ooit”, vertelt Bloemerts.

In Nederland betaalt een campereigenaar de wegenbelasting afhankelijk van factoren, zoals het gewicht, de provincie en de brandstofsoort. Sinds één januari geldt een halftarief voor campers, wat betekent dat je 50 procent van de reguliere personenautobelasting betaalt.

Eerder gold er voor campers nog een kwarttarief van 25 procent. Dat betekent dus dat campereigenaren nu meer wegenbelasting betalen voor hun camper dan voorheen.

De drukte op de camperplaats van Bloemerts zou te maken kunnen hebben met verschillende factoren, aldus Bloemerts. “Er is veel tumult in de wereld. Brandstofprijzen zijn overal duurder geworden, en is het nou wel zo veilig om naar een ver land te gaan? We hebben daarom het gevoel dat mensen dichter bij huis blijven dan andere jaren.”

Toch gaan de campinggasten Peter van Burik (65) en zijn vrouw Eugenie (61) dit jaar bewust veel naar het buitenland toe. De dieselprijzen zijn daar toch lager dan in Nederland, merken ze op. “En je hebt niet voor niets een camper gekocht, dus je wilt eropuit. Al met al wordt het wel een hele dure hobby”, vertelt Van Burik.