De jaarlijkse bonusronde komt eraan: het vakantiegeld. Ook AOW’ers kunnen rekenen op een bijdrage voor de zomer. Sterker nog, het bruto-bedrag aan vakantiegeld van 2026 is hoger. Maar welk netto-bedrag verschijnt er dan op je rekening in mei?
AOW is een sociale uitkering, die gekoppeld is aan het minimumloon. Omdat dit bedrag per 1 januari 2026 is verhoogd, is de AOW-uitkering en de opbouw van vakantiegeld sindsdien meegegroeid. Om diezelfde reden stijgt het vakantiegeld van AOW’ers per 1 juli 2026 weer.
Opbouw van vakantiegeld met AOW
In tegenstelling tot werknemers in loondienst, die 8% van het brutoloon opbouwen voor het vakantiegeld, wordt er voor pensionado’s met een AOW-uitkering iedere maand een vast bedrag gereserveerd. Na 12 maanden wordt het totale vakantiegeld in één keer uitbetaald.
Dat regelt de Sociale Verzekeringsbank (SVB), die ook de maandelijkse AOW-bedragen stort. Hoe hoog je uitkering en vakantiegeld is, hangt af van je persoonlijke situatie. Ben je alleenstaand, dan ontvang je meer geld dan een getrouwde of samenwonende AOW’er.
Omdat pensionado’s met een partner de kosten kunnen delen, krijgen zij een lager bedrag en bouwen ze dus ook minder vakantiegeld op. In de tabel hieronder is de AOW-uitkering en het daarbij behorende vakantiegeld per leefsituatie uitgelicht, die momenteel van kracht is.

(Foto: Shutterstock)
Bruto vakantiegeld in 2026
De AOW-uitkering en het vakantiegeld gaan omhoog wanneer het minimumloon verandert. Dit gebeurt elk halfjaar: in januari en in juli. Hierdoor kent het vakantiegeld van AOW’ers diverse maandbedragen, net als bij een bijstandsuitkering. Sinds 1 januari 2026 bouwen alleenstaande AOW’ers € 106,55 bruto op.
Maar eind 2025 werd er nog maandelijks € 100,39 bruto gereserveerd voor deze groep, wat een lager bedrag was dan de opbouw die per 1 januari 2025 gold. Met een partner bedraagt de huidige opbouw van vakantiegeld € 76,10 bruto, terwijl dit eerder nog € 71,71 en € 73,18 bruto was.
Voor het totale bruto-bedrag aan vakantiegeld kijken we dus naar de maandbedragen die sinds 1 januari 2025, 1 juli 2025 en 1 januari 2026 van toepassing waren. AOW’ers bouwen vakantiegeld op vanaf de maand juni tot en met de maand mei. Dat ziet er als volgt uit:
Alleenstaanden
- 1 januari 2025: € 102,46
- 1 juli 2025: € 100,39
- 1 januari 2026: € 106,55
Met partner
- 1 januari 2025: € 73,18
- 1 juli 2025: € 71,71
- 1 januari 2026: € 76,10
Opgebouwd vakantiegeld zonder partner
Opgebouwd vakantiegeld met partner
Netto vakantiegeld voor AOW’ers
Zoals in bovenstaande tabellen te zien is, kunnen AOW’ers rekenen op vakantiegeld ter waarde van € 1.233,46 bruto en € 881,02 bruto met een partner in 2026. Maar dit is niet het bedrag dat op je rekening verschijnt. Er gaat namelijk nog belasting van het vakantiegeld af.
Voor pensionado’s werkt de belastingaftrek net even anders. Niet alleen speelt de loonheffingskorting een rol, ook hebben AOW’ers een ander belastingtarief. Een concreet bedrag is daarom moeilijk vast te stellen, al zijn er wel schattingen gedaan door bijvoorbeeld vakbond FNV (Federatie Nederlandse Vakbeweging).
Op basis van die informatie krijgt een AOW’er zonder partner een netto-bedrag van € 750 aan vakantiegeld gestort. Pensionado’s met een partner kunnen € 540 netto voor de zomer verwachten. De betaaldatum voor het vakantiegeld van AOW’ers is 21 mei 2026.

(Foto: Shutterstock)
Meer vakantiegeld per 1 juli 2026
Omdat het wettelijk minimumloon deze zomer weer wordt verhoogd, zal ook de AOW-uitkering per 1 juli 2026 stijgen. De opbouw van vakantiegeld beweegt dus ook mee. Vanaf dat moment zullen alleenstaande AOW’ers € 2,06 meer opbouwen en € 1,42 extra voor wie een partner heeft.
Het bruto vakantiegeld van AOW’ers zal vanaf 1 juli 2026 namelijk neerkomen op € 108,52 en € 77,52 voor getrouwde of samenwonende pensionado’s. Dat betekent mogelijk dus ook dat het totale vakantiegeld volgend jaar weer een stukje hoger zal zijn.