“Ik kan enorm genieten van dingen waar ik vroeger niet van kon of mocht genieten. Het dragen van mooie kleding en oorbellen, muziek luisteren, een theatervoorstelling bezoeken, films kijken en op zondag lekker een dagje weg. Doodnormale dingen voor veel mensen, maar niet voor mij.
Ik ben opgegroeid in een streng gereformeerde gemeente, waarin mijn gezin nog eens extra strikt in de leer was. Een subcultuur met veel angst, waarbij er vooral gepreekt werd over hel en verdoemenis. Ik moest in het gareel lopen, anders kreeg ik straf voor mijn zonden. Was het niet ter plekke door slaag van mijn vader, dan wel in het hiernamaals.”
Lees ook Babette drinkt nooit meer alcohol: ‘Wanneer word je weer de gezellige Babette, kreeg ik te horen’
“Er was niet constant angst. Zo genoot ik als kind erg van verjaardagen, logeerpartijtjes, knutselen en buitenspelen. Ik was voor de buitenwereld een bedeesd en verlegen kind, maar thuis bij mijn moeder gaf ik mijn mening. Ik observeerde, dacht kritisch over dingen na en legde me niet zomaar neer bij wat me werd verteld.
In totaal hadden mijn ouders tien kinderen, hiervan was ik de oudste dochter. Al jong kreeg ik in het huishouden veel verantwoordelijkheden. Dat begon met mijn broertjes en zusjes de fles geven en mijn vaders zakdoeken strijken.”
Eindeloze zondagen
“Over alles hing een vrome deken. De zondag duurde eindeloos, met twee kerkdiensten van ieder anderhalf uur. In onze kerk werd mijn moeder op een voetstuk gezet, zij hoorde bij de ‘uitverkorenen’. Er waren talloze regels. Zo was er geen tv in huis en mocht ik geen sieraden dragen. Dat werd beschouwd als ijdelheid, en het sieraad van de vrouw is bescheidenheid. Opvallen of uiterlijk vertoon waren uit den boze.”
Lees ook Hanneke (38) werd strenggelovig opgevoed en deelt nu twijfels over God: ‘Kan ik nog terug?’
“Dan waren er nog de kledingvoorschriften: ik mocht alleen lange rokken en jurken dragen tot over de knie, broeken waren verboden terrein. Net als mouwloze tops, mijn schouders dienden bedekt te zijn. Blote voeten mochten niet, evenals als make-up. Zwemles was niet toegestaan. Want dan moest ik te bloot zijn, dus dan maar helemaal niet. Sporten werd sowieso niet gestimuleerd. Het ging erom dat onze geest rein was, het lichaam was slechts een huls.”
Niet goed genoeg
“Vanaf mijn twaalfde ging ik kritischer denken. Ik wilde léven, maar kreeg steeds te horen dat ik dood zou gaan en dan zou branden in de hel. Ik kon niet geloven dat God onbereikbaar was en mij niet wilde hebben, zoals steeds gepredikt werd in onze kerk. Ik wilde God leren kennen en worstelde met mijn geloof.
Continu kreeg ik het gevoel dat ik niet goed genoeg was. Thuis las ik veel in de bijbel, op zoek naar antwoorden. Maar toen ik met de jongeren in de kerk aan Bijbelstudie wilde gaan doen, werd ons dat verboden. Toch ging ik door met mijn zelfstudie.”
© Eigen foto
Aaltje: “Op haar sterfbed vroeg mijn moeder me om te blijven zorgen voor het gezin. Maar nee, dat kón ik niet.”
“Ik realiseerde me dat God liefde is en van mensen houdt. Helemaal alleen op mijn kamer besloot ik dat ik God voortaan ging vertrouwen in plaats van vrezen. Er ging een knop om. God werd mijn vriend. Op mijn achttiende verliet ik onze kerk, tot ontzetting van mijn ouders.
Het was een zoektocht, maar uiteindelijk koos ik voor een protestantse kerk. De mensen droegen daar geen hoed – ondenkbaar in mijn oude gemeente. Het was er lichter, er was meer ruimte voor blije dingen. Zo was er een leuke jeugdvereniging waarbij ik me aansloot.”
Los van verstikkende regels
“In die tijd leerde ik mijn vriend – inmiddels echtgenoot – kennen. Een vrolijke jongen die mij steunde in mijn zoektocht. Ik werd enorm verliefd op hem. Hij bracht luchtigheid in mijn leven en doordat ik veel bij hem kon zijn was ik minder thuis, waar ik altijd op eieren moest lopen.
Langzaam kwam ik steeds meer los van de verstikkende regels thuis. Ik kreeg een bijbaan, ging een hbo-opleiding volgen en liet stiekem mijn haren in laagjes knippen. Dat mocht nooit van mijn ouders, omdat haren als sieraad beschouwd worden. Ik deed het toch, niet meer gelovend dat ik hierdoor niet naar de hel zou gaan.”
Lees ook Ruth is 26 en al een jaar dominee: ‘Iedereen, gelovig of ongelovig, wil liefde en vrede’
“Mijn wereld werd steeds groter en thuis zijn voelde als een expeditie. Ook omdat mijn moeder kanker had. Ze was ongeneeslijk ziek, precies tijdens mijn proces van losmaken van thuis. Haar ziekte trok me tijdelijk terug naar huis. Ik wilde er zijn voor mijn jonge broertjes en zusjes en voor het huishouden.”
Geen huissloof
“Het was heel dubbel: ik was superverliefd en gelukkig, en tegelijkertijd was mijn moeder doodziek. Op haar sterfbed vroeg mijn moeder me om te blijven zorgen voor het gezin. Maar nee, dat kón ik niet. Ik wilde geen huissloof worden, ik wilde mijn eigen leven gaan leiden. Natuurlijk zou ik klaarstaan voor mijn broertjes en zusjes, maar haar verzoek voelde alsof ik werd opgeofferd. En dat ging niet gebeuren.
Ik had al plannen om het huis uit te gaan, door mijn moeders ziekte werd dat uitgesteld. Een jaar na haar dood, ik was toen twintig, ben ik op mezelf gaan wonen.”
Lees ook Verstoten door gelovigen, toch gaf lesbische Miriam kerk niet op: ‘Wil wat veranderen’
“Het duurde jaren voor ik kon wennen aan mijn vrijheid. Steeds zette ik kleine stapjes, zoals voor het eerst een broek dragen in het bijzijn van mijn vader. Ik ben diep gegaan. De regels van mijn ouders en oude kerk had ik dan wel losgelaten, maar ik had toen geen houvast meer.
Ik vond het heel moeilijk om flexibel te zijn, want dat had ik nooit geleerd. Dit brak me op toen ik moeder werd. Om me veilig te voelen legde ik mezelf regels op. De kinderen moesten per se op een vast tijdstip op bed liggen en als dat niet lukte of de dag liep anders, dan werd ik angstig.”
Onverbeterlijk hoopvol
“Ik heb psychische hulp gekregen om hiermee om te leren gaan. Dat heeft me geholpen, zelfs zo goed, dat ik in staat was om een boek te schrijven over mijn jeugd: ‘Lachen door een waas van tranen’. Ik wilde mensen raken met mijn pure verhaal, zonder dat het een afrekening wordt. Het gaat om troost en herkenning bieden, en voor het goede kiezen.
Nooit meer wil ik me zo hopeloos als vroeger voelen. God geeft me grond onder mijn voeten en is niet meer iemand die ik vrees. Hij is genadig, geen tiran. Er is veel gaande momenteel in de wereld, daar sluit ik mijn ogen niet voor. Maar ik blijf onverbeterlijk hoopvol dankzij mijn geloof.”
Nooit meer?
Wil jij ook je verhaal kwijt en vertellen wat je ‘nooit meer’ wil meemaken, doen of juist laten? We zijn benieuwd naar jouw verhaal. Mail ons op weekendmagazine@rtl.nl
Klik hier voor meer Lifestyle