De ‘Koning van het Noorden’ wordt Andy Burnham ook wel genoemd. De 52-jarige Labour-politicus staat bekend als voorvechter van de werkende middenklasse. Een man die heldere taal spreekt en met een duidelijke visie de derde stad van Groot-Brittannië bestuurt.
Leiderschap
Zijn visie op het leiderschap is gebaseerd op wat hij zelf ‘Manchesterisme’ noemt: meer macht weghalen bij de regering in Westminster, minder controle vanuit de centrale overheid over uitgaven en economische groei in gang zetten door te investeren in infrastructuur en transport.
Ook heeft hij duidelijk gemaakt dat hij belangrijke publieke voorzieningen, zoals energie, water en het spoor, weer in overheidshanden wil brengen.
Maar bovenal maakt Burnham zich populair bij zijn stadsgenoten als ‘man van het volk’. Toen zijn stad tijdens de pandemie in lockdown werd geplaatst en zijn verzoek om financiele steun werd afgewezen, ging hij openlijk het conflict aan met toenmalig premier Boris Johnson.
Tijdens een livepersconferentie kreeg hij het nieuws te horen dat de regering geen extra steun zou geven, waarop hij zichtbaar verontwaardigd reageert en het besluit ‘meedogenloos’ noemt. De regering komt een dag later alsnog met 60 miljoen pond over de brug. Hieraan houdt Burnham zijn titel als ‘Koning van Noord-Engeland’ over.
Salaris aan daklozen
Eerder maakte Burnham zich al populair door een deel van zijn salaris af te staan aan een daklozenopvang in zijn stad. Inmiddels denkt één op de drie Britten dat Burnham het beter zal doen als premier dan Keir Starmer. En veel Labour-parlementsleden lijken die mening te delen.
Volgens veel parlementariërs moet Labour een andere koers varen om over twee jaar de landelijke verkiezingen te kunnen winnen. Zeker na de tegenvallende uitslag bij de lokale verkiezingen eerder deze maand, waar het radicaal-rechtse Reform UK van Nigel Farage flinke winst boekte. Binnen die discussie wordt Burnham steeds vaker gezien als mogelijk geheim wapen om die omslag binnen Labour te kunnen maken.
Politieke risico’s
Maar critici menen dat het succes van Burnham in Manchester niet automatisch betekent dat hij goed zal doen als premier. Speculatie over zijn mogelijke terugkeer naar de landelijke politiek heeft zelfs voor onrust gezorgd op de financiële markten, met een daling van het Britse pond als gevolg. Beleggers vrezen voor het beleid van Burnham omdat het hogere uitgaven en schulden zou betekenen.
Burnham heeft er nooit een geheim van gemaakt het premierschap te ambiëren. Hij deed tevergeefs twee keer eerder een gooi naar het leiderschap van de Labour-partij. In 2010 verloor hij de leiderschapsverkiezing van Ed Miliband, in 2015 maakte hij geen kans tegenover Jeremy Corbyn.
Onzekere weg
Maar dit keer staat hem een ander probleem in de weg. Als burgemeester kan hij zich geen kandidaat stellen voor het leiderschap van Labour. Alleen leden van het parlement kunnen meedoen aan zo’n interne verkiezing.
Burnham zal dus eerst een zetel in het parlement moeten bemachtigen. Vorig jaar werd een poging van de burgemeester van Manchester om terug te keren naar Westminster nog geblokkeerd door premier Starmer. Maar de premier maakte vandaag bekend Burnham niet in de weg te staan.
Sterker nog, zittend parlementslid voor kiesdistrict Makerfield heeft zijn zetel opgegeven om de weg vrij te maken voor Burnham.
De uitdaging voor de burgemeester van Manchester is daarmee nog niet voorbij. Bij de landelijke verkiezingen van 2024 eindigde Reform UK namelijk als tweede in het kiesdistrict, met slechts 5.399 stemmen verschil, ondanks dat de partij van Nigel Farage daar voor het eerst meedeed.
En zelfs als Burnham een zetel in het Britse parlement weet te winnen, is de strijd nog niet voorbij. Daarna moet hij de steun van 81 parlementsleden verzamelen om een leiderschapsverkiezing te kunnen starten.
De tussentijdse verkiezing in kiesdistrict Makerfield staat naar verwachting gepland op 18 juni. En daarmee ligt er een lange en onzekere weg voor Burnham, vol politieke hobbels.