In Vom Kriege schreef de Pruisische generaal en militair strateeg Carl von Clausewitz dat oorlog de voortzetting is van de politiek met andere middelen. Dit boek, dat in 1832 verscheen, blijft een klassieker. Onlangs haalde generaal Pierre Schill, de commandant van de Franse landmacht, Von Clausewitz aan om uit te leggen in wat voor wereld wij Europeanen nu leven – door diens stelling compleet om te draaien. „Kan het zijn,” zei Schill, „dat de vrede zelf de voortzetting is van oorlog met andere middelen?”

Mooi geformuleerd. Europa is niet in oorlog, maar echt vrede is het ook niet meer. We zijn langzaam in een staat van permanent conflict gegleden, iets tussen oorlog en vrede in. De grens tussen beide vervaagt steeds meer. Autocratische imperia als Rusland, China en de VS bestoken Europese samenlevingen met nepnieuws, economische chantage, desinformatie, cyber-bullying en sabotage van infrastructuur. Alle drie willen ze Europa verzwakken en aan zich onderwerpen. Niet met tanks en raketten (vooralsnog), maar met hybride wapens als eenzijdige handelstarieven, steun aan extreemrechtse partijen, drones boven vliegvelden of het dumpen van spotgoedkope producten op de Europese interne markt.

In deze situatie moet Europa op twee manieren zijn weerbaarheid opkrikken: militair en moreel. Militair, daar werken Europese landen al aan. Na de val van de Muur, toen velen dachten dat er geen oorlog meer kwam, hebben de meeste landen keihard bezuinigd op defensie. Dat moet worden teruggedraaid – zeker nu de Amerikanen, die tachtig jaar voor de Europese veiligheid hebben gezorgd, het steeds vaker laten afweten.

De recente troepenterugtrekking uit Duitsland (5.000 man) en president Trumps opmerking dat de NAVO een „papieren tijger” is, onderstrepen dit. Sommige Europeanen, die zich na de long peace niet meer kunnen voorstellen hoe het is om aangevallen te worden of onder bezetting te leven, verzetten zich tegen elke vorm van militarisering omdat die onherroepelijk tot oorlog zou leiden en ‘oorlog is slecht’. Maar op een moment waarop autocratische imperia overal landen aanvallen die zij als zwak zien (Rusland tegen Oekraïne; Israël tegen Iran, Palestina, Syrië, Jemen en Libanon; de VS tegen Iran), zijn zulke redeneringen gevaarlijk voor Europa. Zoals president Macron laatst zei: „Om vrij te zijn, moet je gevreesd zijn. Om gevreesd te zijn, moet je machtig zijn.”

We zijn niet overgeleverd aan de macht van anderen

Pierre Schill

commandant van de Franse landmacht

Het moreel, ofwel mentale kracht, is echter minstens zo belangrijk als je je staande wil houden in deze wereld. Alleen diegenen die in zichzelf geloven, strategische prioriteiten formuleren en ernaar handelen, krijgen dit voor elkaar – zie Oekraïne, zie Iran. Ook in Europa zijn we niet gedoemd om deze wereld te ondergaan, merkt Schill op. „We zijn niet overgeleverd aan de macht van anderen.”

Europese burgers lijken er net zo over te denken. Volgens een recente studie van de Bertelsmann-stichting vindt 73 procent van de Europeanen dat Europa „zijn eigen weg moet gaan”, onafhankelijk van Amerika. 77 procent wil economisch onafhankelijker worden van China, al zou dat aanvankelijk pijn doen. 71 procent wil dat Europa een meer actieve rol speelt in de wereld. Je kunt zeggen: dit is één peiling. Maar de nieuwe Eurobarometer wijst in dezelfde richting. 75 procent voelt zich Europees – het hoogste percentage ooit gemeten. 73 procent ziet Europa als ‘stabiliserende kracht’ in een turbulente wereld, 6 procentpunt meer dan een halfjaar geleden. 81 procent steunt een gemeenschappelijk Europees defensie- en veiligheidsbeleid dat tien jaar geleden nog taboe was. Steun voor de euro staat in eurolanden met 82 procent ongeveer op recordhoogte. 72 procent vindt het lidmaatschap van de EU een goede zaak voor zijn land, waarbij Nederland met 79 procent boven het Europese gemiddelde zit.

Burgers begrijpen, kortom, in wat voor tijd ze leven. Ze snappen ook dat Europese landen alleen samen overleven, niet individueel. Publieke steun voor wat er moet gebeuren – zoals het optuigen van een sterk Europees defensie- en buitenlandbeleid en het wegnemen van barrières op de interne markt – is er dus. Politici moeten dit gebruiken om door te pakken.

Geef cadeau

Deel

Mail de redactie