Het gerechtshof in Amsterdam spreekt morgen met Ridouan Taghi over een probleem dat nog niet eerder is voorgekomen in Nederland: de hoofdverdachte in het Marengo-proces heeft nog altijd geen advocaat. Al ruim een jaar wordt gezocht naar nieuwe rechtsbijstand. En daarom rijst steeds nadrukkelijker de vraag of het Nederlandse rechtssysteem wel voorbereid is op zaken als Marengo.

In Nederland kiezen verdachten doorgaans zelf hun advocaat. Maar omdat advocaten in Nederland zelf kunnen bepalen welke zaken ze aannemen, kan het voorkomen dat een verdachte geen verdediging kan vinden. Dat gebeurt nu bij het Marengo-proces.

Taghi werd begin 2024 veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf voor onder meer zes moorden. Morgen is een nieuwe zitting van het hoger beroep, waar Taghi wederom zal verschijnen zonder advocaat.

Eerdere advocaten van Taghi kwamen zelf onder druk te staan. Zo werd Vito Shukrula aangehouden op verdenking van het doorspelen van berichten vanuit de gevangenis. Ook voormalig advocaat Inez Weski wordt hiervan beschuldigd. Andere advocaten trokken zich terug vanwege de uitzonderlijke omvang van de zaak.

In landen als Italië en Duitsland zou een dergelijke impasse niet kunnen ontstaan.

Universitair hoofddocent strafrecht Laura Peters

Taghi zei vorig jaar in de rechtbank al dat hij vergeefs had geprobeerd nieuwe advocaten te vinden. “Ik heb keer op keer nul op rekest gekregen”, verklaarde hij tijdens een tussentijdse zitting. Ook het dekenberaad, dat toezicht houdt op de advocatuur, zocht vervolgens maandenlang naar nieuwe rechtsbijstand. Zonder resultaat.

Volgens hoofddocent Peters legt de situatie een kwetsbaarheid bloot in ons strafrecht. “Het Nederlandse systeem is niet zo goed ingericht voor processen als Marengo”, zegt ze tegen Nieuwsuur. “In landen als Italië en Duitsland zou een dergelijke impasse niet snel kunnen ontstaan”, stelt universitair hoofddocent strafrecht Laura Peters.

Advocaten verplichten?

Peters is gespecialiseerd in strafrechtsvergelijking en doet onderzoek naar het strafrecht in Italië en Duitsland. “Daar ligt de verantwoordelijkheid voor rechtsbijstand bij zware zaken veel nadrukkelijker bij de rechterlijke macht. In Nederland ligt dit bij de advocatuur zelf.”

In Duitsland geldt bij ernstige strafzaken de notwendige Verteidigung: verplichte verdediging. Als een verdachte geen advocaat vindt, wijst de rechter er kortweg een aan. Een aangewezen advocaat kan zich vervolgens niet zomaar terugtrekken. Daarvoor moeten aantoonbare redenen bestaan, zoals belangenverstrengeling.

Italië gaat nog verder. Daar worden zware strafzaken via een roulatiesysteem toegewezen aan advocaten, op basis van een lijst. Iedere strafrechtadvocaat kan zich vrijwillig voor die lijst aanmelden. Veel advocaten doen dat omdat ze dan vaker cliënten hebben. Maar ze kunnen deze zaken niet weigeren. Doen ze dat toch, dan riskeren ze zelf voor de rechter te moeten verschijnen.

Ervaring met maffia

“In Italië wordt de advocaat gezien als medeverantwoordelijk voor het functioneren van de rechtsstaat”, legt Peters uit. Italië heeft bovendien decennialange ervaring met grote maffiaprocessen. Daardoor zijn beveiliging en bescherming volgens Peters sterker geregeld dan in Nederland.

Kan Nederland dan écht geen advocaat aanwijzen voor Taghi? In theorie wel. In artikel 13 van de Advocatenwet staat dat het dekenberaad een advocaat kan aanwijzen op het moment dat iemand geen rechtsbijstand kan vinden. Maar dat gebeurt in de praktijk zelden bij zware strafzaken.

Leren van Italië en Duitsland?

Peters benadrukt dat overstappen naar een Duits-Italiaans systeem niet vanzelfsprekend is, omdat een advocaat bij ons juist onafhankelijk is van het hof.

Toch denkt ze dat de zaak van Taghi aanleiding kan geven om na te denken over een herijking van ons systeem. Volgens Peters hoort Nederland inmiddels tot de Europese landen die het meest vatbaar zijn voor een impasse zoals bij Marengo.

Morgen bespreekt het gerechtshof Amsterdam met Taghi hoe het proces verder moet, nu er nog altijd geen team van advocaten gevonden is. De uitkomst daarvan kan mogelijk niet alleen bepalend zijn voor het verdere verloop van Marengo, maar ook voor de toekomst van het Nederlandse strafrecht zelf.