Vandaag inspecteert Suzanne Blom van de GGD de tattooshop van Henk Schiffmacher aan de Ceintuurbaan. Nauwkeurig controleert ze of er hygiënisch wordt gewerkt. “Een uitglijer en je kunt je tent sluiten”, weet Schiffmacher. De 74-jarige tattookunstenaar was als eerste aan de beurt toen in de jaren 80 de GGD zag dat hygiëne in het vak niet erg serieus genomen werd.
Emmertje bloed met spons
Tattoo Peter was de eerste Amsterdammer die in 1955 een shop opende in de Sint Olofssteeg om de hoek van de Zeedijk. Schiffmacher: “De naald ging van de ene arm in de andere en naast hem stond een emmertje met wat waterig bloed en een spons. “Wat nog wel eens voorkwam, was dat er een enorme korst met pus ontstond op een tatoeage. Die moest er dan ‘uitzweren’.”
Onbekend virus
“Toen Leen Stoutjesdijk van de GGD op een dag bij mij op de stoep stond, bedacht ik me dat we het beste konden meewerken”, vertelt Schiffmacher. “Wij hadden er niet voor gestudeerd en er moest echt iets gebeuren. Zeker toen er onder onze homoseksuele klanten doden vielen door een nog onbekend virus.” De eerste inspecties leidden tot een algehele hygiëne-aanpak van de GGD, die tot op de dag van vandaag geldt.