Om goed voorbereid te zijn op calamiteiten, zoals afgelopen zondag, wordt er ieder jaar geoefend met de KNRM en wadloopgidsen.
De wadlopen wordt wel steeds moeilijker, geven beide gidsen toe. Een van die oorzaken is dat de steeds meer slijk bijkomt. Dat is een soort natte, kleiachtige en plakkerige modder. Het is moeilijker om daardoor te komen.
Die toename van slijk komt door een noordwestelijke wind, die steeds vaker voorkomt. Daardoor wordt het water met slijk naar de kust geblazen. Het baggeren veroorzaakt ook meer slijk, omdat het slijk binnen het Waddengebied moet blijven.
De wadlooproute is, mede door het slijk, een aantal jaar geleden al eens aangepast. Toch is er niet aan slijk te ontkomen op deze route. Dat betekent dat met name het eerste deel zwaar is.
Of het slijk en de weersomstandigheden ook gevolgen hebben voor de veiligheid? Nee, zegt De Lange stellig.
“We vinden het wadlopen nog wel veilig genoeg. Er zijn altijd een aantal gidsen die de veiligheid garanderen. Als gids heb je de verantwoordelijkheid voor de groep, want die moet veilig overkomen.”