In 2025 ontving Veilig Thuis 6290 meldingen van scholen met vermoedens van kindermishandeling. Dat is een stijging van bijna 36 procent ten opzichte van drie jaar eerder. Meer dan 15.000 keer trokken scholen aan de bel om advies op te vragen over kinderen en hun thuissituaties.

Een voorbeeld van zo’n melding van school kwam vorige week aan het licht bij de ernstige mishandeling van een 6-jarig meisje uit Stadskanaal. De moeder van het meisje wordt van de mishandeling verdacht, net als een vriendin van haar. Ook het 7-jarige zoontje van de vriendin werd mishandeld. 

Of deze melding bij Veilig Thuis volgens de protocollen op tijd is opgepakt, is nu nog onduidelijk. Deze week doet de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) daar onderzoek naar.

‘Van onschatbare waarde’

Danny Teniç, directeur van het Landelijk Netwerk Veilig Thuis, ziet het als iets positiefs dat scholen vaker melding doen. “Het betekent dat ze ons vaker weten te vinden. Scholen zijn voor ons van onschatbare waarde als het gaat om de kern van ons werk en hoe snel signalen bij ons terecht kunnen komen.”

Veilig Thuis let daarbij op de vertrouwensrelatie tussen scholen en ouders. “We kijken dan hoe we een situatie zo goed mogelijk kunnen bespreken, zonder de relatie te beschadigen”, legt Teniç uit. 

Kind in de knoei

Voor scholen is het best lastig te besluiten wanneer je overgaat tot een melding, weet ook Caroline Lagerweij. Zij is aandachtsfunctionaris bij Kinddomein De Zeppelin, een basisschool in Heerhugowaard. In deze video vertelt ze over haar werk: 

Leerkrachten kunnen bij Lagerweij aankloppen als ze het vermoeden hebben dat een kind thuis ‘op wat voor manier dan ook’ in de knoei zit. Dat kan op basis van een onderbuikgevoel zijn, maar ook naar aanleiding van heel concrete, acute situaties. Ze noemt als voorbeeld een kind dat tegen een leraar zegt iets stouts te hebben gedaan, en dat de moeder van het kind dat niet mag weten, omdat het kind anders geslagen wordt. 

“Dan komt een leerkracht eigenlijk meteen naar mij”, zegt Lagerweij. “Wij bellen Veilig Thuis en gaan in gesprek met de ouders. Het zijn nare gesprekken, want je wilt graag een goede vertrouwensrelatie met ze hebben. Maar het is wel belangrijk.”

Ze benadrukt dat het heel moeilijk is om onveilige thuissituaties te herkennen. “Kinderen kunnen angstig zijn, of een beetje vreemd reageren om een heel andere reden. Je weet het niet altijd zeker, maar als je een onderbuikgevoel hebt, moet je dat bespreken. Als je wacht tot je het zeker weet, ben je altijd te laat.”

Vertrouwensband

Een melding van een school zou altijd serieus genomen moeten worden, stelt Mariëlle Bruning, hoogleraar jeugdrecht bij de Universiteit Leiden. “Ik vind dat eigenlijk de zwaarste categorie meldingen”, zegt zij. “Een school meldt niet zomaar, alleen als dat echt nodig is.”

Dat heeft volgens haar te maken met die eerder genoemde vertrouwensband tussen scholen, kinderen en hun ouders. Leerkrachten zien de ouders dagelijks en willen ook dat ouders hun kinderen naar school blijven brengen. In principe wordt daarom ook eerst met ouders gesproken voordat er een melding bij Veilig Thuis wordt gedaan. 

Wanneer er wél een melding komt, horen ouders over het algemeen ook wie die melding heeft gedaan. “Dat is nogal wat”, zegt Bruning. “Dan moet je vrij zeker van je zaak zijn.” 

Ze merkt daarbij op dat wanneer een kind zelf spreekt over geweld thuis – zoals het meisje uit Stadskanaal zou hebben gedaan – dat altijd serieus genomen moet worden. De inspectie kwam ook met dat advies na de zaak rond het pleegmeisje in Vlaardingen. Zij werd dusdanig ernstig mishandeld door haar pleegouders, dat ze voor de rest van haar leven afhankelijk zal blijven van intensieve zorg. 

“Een kind is vaak heel loyaal naar zijn of haar ouders of verzorgers en zal daarom niet snel iets zeggen. Als het kind zich dan uitspreekt, moeten alle alarmbellen afgaan”, stelt Bruning.

Wachttijden bij Veilig Thuis

Veilig Thuis moet zich in principe houden aan een wettelijke termijn van vijf dagen om een melding te beoordelen. Door de stijging van het aantal meldingen lukt dat lang niet altijd. In 2023 deed de IGJ nog onderzoek naar de wachttijden van Veilig Thuis. Toen bleek dat het slechts 5 van de 25 Veilig Thuis-organisaties lukt om 80 procent van de meldingen binnen de wettelijke termijn te beoordelen. 

Directeur Teniç van Veilig Thuis benadrukt dat de meest urgente meldingen, die van ‘acute onveiligheid’, altijd snel en zorgvuldig worden afgehandeld. Bij minder acute meldingen wordt de wettelijke termijn soms overschreden, erkent hij. “Dat kan gebeuren, maar ook die meldingen worden bij alle nieuwe informatie opnieuw gewogen en beoordeeld: moet het nu, of kan het wachten?”

Kiezen tussen twee kwaden

Dat bij het ernstig mishandelde meisje in Stadskanaal meerdere maanden tussen een melding van school en het ingrijpen zaten, betreurt hij. “Wat er is gebeurd, vinden we verschrikkelijk. Het is de kern van wat we proberen te voorkomen.” Hij stelt dat Veilig Thuis de kritiek serieus neemt, maar benadrukt dat het tegenovergestelde ook kan gebeuren: te snel ingrijpen. “Als we te snel en te radicaal ingrijpen, helpen we de gezinnen ook niet. Het is kiezen tussen twee kwaden.”

Minister Sterk reageerde vandaag op wat er allemaal is misgegaan rond de kindermishandeling in Stadskanaal: