Er zijn bodybags nodig, plastic handschoenen, chloor. Alles om het ebolavirus te stoppen. Het is alle hens aan dek in Oost-Congo. Het aantal doden van de huidige ebola-uitbraak staat nu op 131, met meer dan 500 vermoedelijke besmettingen.
Hoe heftig deze ramp is, weet Jan Heeger als geen ander. Hij werkte tijdens de grote uitbraak in 2018 in Oost-Congo en gaf advies over water en hygiëne. “Er is veel ontkenning”, zag hij. “Mensen verstoppen zich.”
Begrafenis
In een enkel geval leidde het tot geweld. Zijn team met ebola-hulpverleners was in een dorp in Oost-Congo. Daar was een mogelijke dode door ebola gesignaleerd. “Ze wilden helpen met de begrafenis”, herinnert Heeger zich. “Er was veel wantrouwen over die begrafenis.”
In geval van ebola moet de overledene in een bodybag, een grote plastic zak die je dicht kunt doen om ervoor te zorgen dat er geen vocht uit lekt. Want het zijn lichaamssappen, zoals bloed en slijm, die besmettelijk zijn. Iedereen moet zijn handen wassen en beschermende kleren dragen.
De woede was groot. “Een deel van de dorpelingen bekogelde ons team met stenen. De medewerkers hebben moeten rennen. Dat hakte erin”, vertelt de hulpverlener. “Begrafenissen zijn een enorm sociaal gebeuren, het hele dorp doet mee. Er wordt gekookt en samen gegeten. Het lichaam wordt gewassen. Dat is gewoon erg riskant.”
Troost bieden
Er zijn altijd mensen die adviezen in twijfel trekken, weet hij. “Daar hebben we altijd mee te maken. En dan proberen wij mensen te overtuigen. Ebola bestaat! Het is echt. Als je ziek bent moet je je isoleren en aanmelden bij de autoriteiten.”
Maar de meeste besmettingen vinden binnen de familie plaats. “Dat is heel moeilijk. Ik kan wel zeggen dat je een zieke niet mag aanraken. Maar als het een familielid is, dan wil je die persoon troost bieden. Afstand houden lukt dan vaak niet.”
Dan is er nog het diepe wantrouwen in Oost-Congo. De regio barst van de gewelddadige conflicten. De afgelopen maand werden nog tientallen mensen vermoord door rebellen in het grensgebied met Oeganda en Zuid-Soedan.
“Mensen vertrouwen sommige overheidsinstellingen niet. En ook onderling is er veel wantrouwen tussen bevolkingsgroepen. Mijn hoop is dat onze medewerkers, samen met lokale leiders uit de gemeenschap, deze mensen kunnen overtuigen.”
Bang voor ebola
Dat wantrouwen is er trouwens ook in Nederland, merkte Heeger. Toen hij terugkwam uit Congo waren er ongeruste ouders op de school van zijn zoon. “Ze vroegen zich af of mijn zoon wel met hun kinderen kon spelen. Dat deed me wel wat.”
In deze video zie je meer over de uitbraak van de ebola-uitbraak in Congo. Wat maakt het virus zo gevaarlijk?
Heeger: “We hebben het wel opgelost. Toch heb ik van een Nederlandse collega gehoord dat ouders zelfs naar een schoolbestuur zijn gestapt, uit angst voor ebola. Ze wilden niet dat haar kinderen naar hun school gingen. Ook onze lokale medewerkers in Congo hebben daar last van.”
Eigenlijk lijkt de ebolacrisis wel wat op de coronacrisis, zegt Heeger. “Je moet jezelf opsluiten. Geen handen geven. Handen wassen.” Zolang je afstand houdt, zegt hij, is het veilig. “Het is lastig. Het is vermoeiend. Maar je went eraan.”