Rodney vertelt zijn verhaal in grand café Heilige Boontjes in Rotterdam, een van de zaken die hij samen met compagnon Marco den Dunnen heeft. De zaak wordt gerund door jongeren ‘met een afstand tot de arbeidsmarkt’. “Het begon met jongeren die uit detentie kwamen, die een kans nodig hadden om hun leven om te gooien. Nu werken hier ook jongeren die bijvoorbeeld door neurodiversiteit niet meekwamen op school.”
Op zijn 13de verslaafd
Zijn levensverhaal is op zijn zachtst gezegd bijzonder. Op zijn 13de raakte Rodney, die destijds in het Zuid-Hollandse Ter Aar woonde, verslaafd aan heroïne, omdat hij ‘bij de stoere jongens’ wilde horen. “En die gebruikten.”
Zonder negatief te willen zijn over zijn ouders, vertelt hij: “Mijn moeder stond na de scheiding van mijn vader in de overlevingsstand. Ze was keihard aan het knokken om alles voor elkaar te boksen. Alleen maar bezig om mij eten te geven, drinken te geven en op tijd op school te krijgen. Als kind zie je dat niet. Als kind zie je iemand die tegen je zeurt, tegen je snauwt omdat ze moe is, en die je niet de spullen geeft die andere kinderen hebben.”
‘Enorm sterke moeder’
“Nu heb ik daar alleen maar respect voor, als volwassene zie ik een enorm sterke vrouw. Maar als kind is dat moeilijk.”
Er volgden jaren met veel drugsgebruik en criminaliteit. Voornamelijk dealen en inbraken. Tot hij op zijn 19de in de gevangenis kwam.
“Toen ik daar zat, kreeg mijn moeder problemen met haar hart. Lekkende hartkleppen. Ze moest een openhartoperatie ondergaan. Ik zag mezelf al staan, met handboeien bij haar kist. Ik was in detentie boeken gaan lezen, ook over het geloof. Terwijl ik een van die boeken aan het lezen was, kwam het nieuws over mijn moeder. Ik keek naar boven en zei: als mijn moedertje dit overleeft, dan ga ik mijn leven beteren.”
© Josephine Drehmanns
Zo geschiedde. Na zijn gevangenisstraf van drie jaar te hebben uitgezeten, meldde Rodney zich vrijwillig aan bij een afkickkliniek. 16 maanden zat hij daar. “Ik wist: stoppen met dope is één ding, dat had ik gedaan in de gevangenis, maar afrekenen met dope is wat anders. Stoppen is een lichamelijk dingetje, afrekenen is geestelijk. Dan moet je de patronen doorbreken die je al jaren hebt.”
‘Heel spannend’, noemt hij zijn opname in de kliniek. “Je wordt daar echt geconfronteerd met je eigen gedrag. Ik was heel erg dreigend en irritant. Ik had geen enkel geweten meer, het enige wat belangrijk was voor mij, was die dope. Mijn tanden vielen uit mijn gezicht, ik werd mager, en toch wilde ik alleen maar gebruiken.”
Eigen gedrag inzien
“Als je in de kliniek weigert je eigen gedrag in te zien, dan krijg je maatregelen. Ik kreeg daar een neppistooltje en moest dan iedere keer zeggen: ‘Pief paf poef, ik ben een boef.’ Om mij te laten inzien hoe ik me gedroeg.”
“Maar ik heb het daar goed gehad. Je leert daar dat er ook iets anders is dan drugs dat mensen verbindt. Als je tien jaar lang met dope bezig bent geweest, gevangenis in en uit gaat, problemen hier en daar, dan zie je niet meer wat het leven behelst. Dan denk je: het gaat alleen maar over dope, scoren.”
“In die kliniek leer je praten en ligt je eigen gedrag onder een vergrootglas. Je kunt niet het gedrag van een ander afkeuren als je hetzelfde doet, dus dan leer je inzien wat jouw gedrag met mensen doet. Ja, ik heb daar veel geleerd. Over mezelf vooral, maar ook over relaties die ik had met mijn familie.” Zo begon hij, 23 jaar oud inmiddels, in te zien hoeveel zijn moeder voor hem had gedaan.
“Ik had geen enkel geweten meer, het enige wat belangrijk was voor mij, was die dope.”
Als Rodney uit de afkickkliniek komt, wil hij een uitkering aanvragen. “En die reclasseringsambtenaar zegt: ‘Dat gaan we niet doen, je gaat gewoon aan het werk.’ Zo kreeg ik een Melkertbaantje.” Melkertbanen, waarbij de overheid (een deel van) de loonkosten betaalde, moesten ervoor zorgen dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk kwamen.
Aai over je bol, schop onder je hol
“Dat was voor mij geweldig”, zegt hij. “Ik werkte in een buurthuis in Crooswijk (een wijk in Rotterdam, red.). Ik ging daar ’s morgens vroeg naartoe, en ’s avonds kwam ik moe thuis. Dan deelde ik bijvoorbeeld speelgoed uit aan armere kinderen op een pleintje. De mensen daar waren heel lief en oprecht. Ik typeer het altijd als ‘aai over je bol, schop onder je hol’. Doe je het goed, dan krijg je complimenten, doe je het fout, een schop onder je hol.”
Ondertussen was hij ook gaan samenwonen met zijn vriendin, met wie hij later een zoon zou krijgen. “Dan heb je een compleet ander leven opgebouwd.”
© Josephine Drehmanns
“We wilden iets opzetten waardoor jongeren na detentie een vak kunnen leren en daadwerkelijk hun leven kunnen vormgeven.”
Zijn werk bij het buurthuis wakkerde Rodneys liefde aan voor het werken met mensen. “Mijn baas vond me talentvol, dus hij zei: ga maar terug naar school. Ik deed toelatingsexamen voor sociaal werk op mbo4-niveau, daarna stroomde ik door naar het hbo waar ik culturele en maatschappelijke vorming deed. En zo kwam ik in het welzijnswerk terecht. Ik werd beheerder van een jongerencentrum en werkte met een pittige groep jongeren in de wijk Spangen, die banden hadden met een Amerikaanse bende.”
‘Iedereen wil hetzelfde’
Wat hij daar zag? “Dat iedereen hetzelfde wil, ondanks macro-sociale factoren en alle ellende die zij hebben meegemaakt, willen ze net als wij rust, inkomen en een beetje status. Als je dat niet kunt bereiken in een conventionele structuur, dan ga je alternatieven creëren en ontstaan er, zoals wij dat noemen, micro-economietjes. Die gaan dan vaak over criminaliteit, dus drugs dealen en andere activiteiten.”
Het zette Rodney aan het denken: hoe kunnen we deze jongeren aan het werk krijgen? Toen Marco, een politieagent die hij tijdens het jongerenwerk had leren kennen, met een idee kwam, zei hij dan ook al snel ja. “Marco is pedagoog, dus hij is ook meer van het perspectief brengen dan van het straffen. Dat klikte.”
Het eerste idee: jongeren zouden met elektrische bakfietsen met gereedschap door Rotterdam rijden om fietsen te repareren. “We hadden het al helemaal uitgedacht, maar toen zei Marco: ‘We moeten een koffiebranderij gaan beginnen’.”
Op zoek naar een markt
“Ik wist helemaal niets van koffie. Dus ik kreeg ’s avonds een half A4’tje van Marco met wat informatie. Daar stond één zinnetje tussen dat mij over de streep trok: ‘Nederland consumeert per hoofd van de bevolking in 2015 150 liter koffie per persoon’. Dat is zo’n 2,5 miljard liter per jaar. Toen dacht ik: dan is er een markt. En dat is wat ik zocht, ik wilde een manier om zonder subsidie te kunnen opereren.”
“Het wordt steeds moeilijker om werk te vinden als je met je handen werkt, zeker als je een krasje hebt.”
Daarnaast is koffiebranden iets wat iedereen, ongeacht opleiding, kan leren, zo bedacht hij. “Je hebt best wat koffiebranderijen, maar die worden vaak gerund door hoogopgeleide mensen die na hun studie ineens een ambachtelijk beroep gingen doen. Daar ben ik niet tegen, iedereen mag dat doen. Maar het haalt wel het werk uit de handen van mensen die niet met hun hoofd kunnen werken.”
Steeds moeilijker om werk te vinden
“En werk voor die groep wordt al steeds schaarser. Vroeger kon je als je goed met je handen kon werken naar de haven, maar nu heb je daar een VOG voor nodig, of een diploma als operator. Dus het wordt steeds moeilijker om werk te vinden als je met je handen werkt, zeker als je een krasje hebt.”
En dat is precies de groep die Rodney nu helpt. “Weet je, ze zeggen altijd dat iedereen hier dezelfde mogelijkheden heeft. Dat kan wel zo zijn, maar die kids met wie ik werk hebben gewoon niet dezelfde kansen als anderen. Ze komen niet uit makkelijke wijken, hebben moeders in de overlevingsstand, die vaak jarenlang zijn getergd door de overheid door de toeslagenaffaire. Ze beginnen met 6-0 achterstand.”
Nieuwe kansen nodig
In eerste instantie vormden de ‘jongens uit detentie’ de groep die Rodney en Marco wilden helpen. “We wilden iets opzetten waardoor zij na detentie een vak kunnen leren en daadwerkelijk hun leven kunnen vormgeven. Want zoals Einstein zei: steeds hetzelfde doen en een andere uitkomst verwachten, is de definitie van krankzinnigheid. Je kunt die jongens niet na een paar maanden of jaren terugzetten in hun oude omgeving, zonder nieuwe kansen, en verwachten dat ze dan wel de goede keuzes maken.”
Nu werken er niet alleen ex-gedetineerden, maar ook jongeren die om een andere reden buiten de arbeidsmarkt dreigen te vallen. Zoals mensen met flinke ADHD-klachten of autisme. “En er werkt hier iemand die nu in transitie is, die verandert van gender, zoals ze dan zeggen.”
‘Je bent hier om te werken’
Voor Rodney zijn ze allemaal gelijk, en hij accepteert ook geen andere houding. “Ongeacht je geloof, achtergrond, de keuzes die je hebt gemaakt. Ik ga niet elke keer vragen of het goed met ze gaat, hoever die jongere nu is in de transitie bijvoorbeeld. Nee, hier ben je om te werken. Maar wel met respect van iedereen.”
© Josephine Drehmanns
Over de reden dat hij zich daar zo voor inzet, zegt hij: “Ik heb hier nu bijvoorbeeld een meid werken, die is de afgelopen drie jaar vijf keer geconfronteerd met mensen die door geweld om het leven zijn gekomen. Dat is moeilijk te behappen als je het zelf niet hebt meegemaakt. In deze stad, als je niet op de juiste plek bent geboren, dan zie je dingen die anderen nooit zullen zien. Dan heb je liefde en aandacht nodig, niet alleen van je moeder maar ook van anderen.”
Traject van 50 weken
50 weken moest het traject duren, zodat de jongeren de tijd hadden om met hun problemen aan de slag te gaan, en leerden wennen aan het werkende leven. “Op een avond zijn we bij elkaar gaan zitten, Marco en ik, en toen hebben we de naam Heilige Boontjes verzonnen. Verwijzend naar onze achtergrond, en de koffie.”
“Daarna hebben we een businessplan geschreven. Of, nou ja, daar heb ik mijn vriendin voor ingezet. Ik kon dat helemaal niet, zij was daar beter in.” De twee kregen 20.000 euro van een stadsmarinier, een ambtenaar die zich inzet om de leefbaarheid in een wijk te verbeteren. Daarmee kochten ze een apparaat om de koffiebonen te branden. Ze huurden ‘een pandje’, en gingen aan de slag. Met vier jongeren met een crimineel verleden, die Rodney al kende.
Op 1 mei 2015 openden ze hun eerste koffiebar, Okami, het Japanse woord voor wolven. “Iedereen is een beetje bang voor ze, maar ze zijn wel boeiend. Net als onze jongeren”, legt hij uit. “En toen zijn we begonnen. Met branden, de koffie in zakjes doen, stempelen.”
Door het bijzondere concept kwamen Marco en Rodney in contact met grote ondernemers die wel wat in hun project zagen. “Zoals we in Rotterdam zeggen: het gaat niet om wie je ben, maar om wie je ken. Dat is ook echt zo, we hebben de juiste mensen op ons pad gevonden. Daardoor konden we groeien.”
Grote klanten
“We verkopen onze koffie nu aan grote organisaties als de politie en rechtbanken, liggen sinds kort in 500 winkels van Jumbo. En we hebben deze zaak.” Hij wijst om zich heen, in het oude politiekantoor op het Eendrachtsplein in Rotterdam, midden in de stad. Hoe ze dat voor elkaar hebben gekregen? Zoals veel wat ze doen: de juiste contacten.
“Het politiebureau stond leeg, we konden er voor drie jaar in. En dat hebben we kunnen verlengen naar een huurcontract voor 20 jaar. Nu hebben we hier het restaurant, een studio, een bed and breakfast.”
Alles wat ze deden, moest een goed doel dienen, vonden de mannen. Dus kochten ze koffie bij een duurzaam bedrijf in Rwanda, voor ‘een eerlijke prijs’. Het water komt van een bedrijf dat per gekochte liter 1000 liter schenkt aan mensen zonder schoon drinkwater.
Goede doelen steunen
Het gebak van een stichting waar vrouwen werken die uit gewelddadige relaties en loverboysituaties komen. Met een elektrische bakfiets wordt er bezorgd, en de meubels zijn gemaakt van gerecyclede kozijnen, door de jongeren zelf. “Want op wat je zelf maakt, ben je zuiniger.”
© Josephine Drehmanns
Door donaties kwamen ze de coronaperiode door, het bedrijf verdiende toen net te veel om in aanmerking te komen voor overheidssteun. En nu draait het goed, hoewel ze ook bij Heilige Boontjes merken dat mensen minder naar de horeca gaan door, zoals Rodney het noemt, ‘angst en onzekerheid in de wereld’. “Maar we hebben niets te klagen.”
Contacten met politie en hulporganisaties
De jongeren die nu in hun eerste jaar bij Heilige Boontjes werken, komen via verschillende hulpverleningsorganisaties en politie bij hen. Ze worden een jaar lang opgeleid in de horeca, met behoud van hun uitkering. Dat betekent dat ze niet betaald krijgen door Rodney en Marco. “Maar daar staat tegenover dat we bijna net zoveel begeleiders hebben als jongeren, en die betalen we wel. En we laten ze opleidingen doen, zodat ze bijvoorbeeld een baristadiploma hebben.”
Na dat jaar zien ze dat 70 procent een ‘goede keuze’ maakt. “Die gaan of ergens anders werken – er zijn inmiddels zoveel bedrijven die hen willen aannemen dat ik meer plekken heb dan jongeren – of ze gaan weer studeren, of ze blijven hier als begeleider en leiden de nieuwe jongeren weer op. Zowel in het fysieke werk als in bijvoorbeeld de omgang met klanten. Ze voelen zich heel verantwoordelijk, dus wij hebben er bijna geen omkijken naar.”
“Al deze jongeren hebben een goed hart, ze zijn alleen gevormd door wat ze hebben meegemaakt, en maken daardoor keuzes die jij niet zou maken.”
Trots, dat is hij vooral als hij over ‘onze jongeren’ praat. “Die jongen die nu achter de bar staat”, zegt hij. “Die komt uit detentie. Nu heeft hij een baan, een vriendin, twee kinderen, een autootje. Ja, dan kun je toch alleen maar trots zijn?”
‘Allemaal een goed hart’
“Al deze jongeren hebben een goed hart, ze zijn alleen gevormd door wat ze hebben meegemaakt, en maken daardoor keuzes die jij niet zou maken.”
Waarom hij dit doet? “Een van mijn motivaties is wel boetedoening. Ik heb later met mensen gesproken bij wie is ingebroken. Die durven niet meer te slapen, zijn doodsbang in hun eigen huis. Nee, wat ik mensen heb aangedaan is niet goed. Daarnaast heb ik mijn zoon, 21 is hij nu. Ik wil hem zo in het leven zetten dat hij slaagt en een mooi leven heeft.”
“Ik heb een partner voor wie ik hard wil werken. Een compagnon waar ik loyaal naar ben en graag voor loop. En hier lopen 25 kids die het verdienen om die aandacht te krijgen. Ik weet: als ik me vol inzet dan wordt het voor hen ook weer makkelijker om dingen voor elkaar te krijgen.”
Geen links of rechts gelul
Je zou zeggen: het is af, Rodney kan achterover zitten. Maar dat is buiten zijn ambities gerekend. “Andere bedrijven hoeven natuurlijk niet te doen wat wij doen, maar ik wil het liefst dat elk bedrijf een paar van deze jongeren een kans geeft. Weet je, ze kosten ons als maatschappij nu zo’n 17.000 euro aan uitkering, en 7000 euro aan zorgkosten. Dat is 24.000 euro. Als elk bedrijf hier in de regio twee jongeren aanneemt, dan hebben we hier geen werkloze jongeren meer.”
“Je kunt zeggen: die werkloze jongeren zijn niet ons probleem, maar dat zijn ze wel. Nog los van dat ze het verdienen om een kans te krijgen, kosten ze ons nu als maatschappij geld. Krijgen we ze aan het werk, dan gaan ze geld opleveren. Ik geloof echt dat we met elkaar de wereld wat beter kunnen maken. En nee, dat is geen links of rechts gelul, het is menselijkheid.”
Zondaginterview
Elke zondag publiceren we een interview in tekst en foto’s van iemand die iets bijzonders doet of heeft meegemaakt. Dat kan een ingrijpende gebeurtenis zijn waar diegene bewonderenswaardig mee omgaat. De zondaginterviews hebben gemeen dat het verhaal van grote invloed is op het leven van de geïnterviewde.
Ben of ken jij iemand die geschikt zou zijn voor een zondaginterview? Laat het ons weten via dit mailadres: zondaginterview@rtl.nl
Lees hier de eerdere zondaginterviews.