De eerste buitenlandse bondscoach van Brazilië op een WK blijkt juist iemand die Braziliaanse topspelers als geen ander begrijpt en beter maakt.

Brazilië wacht inmiddels al meer dan twintig jaar op een nieuwe wereldtitel. De druk is groter dan ooit. Na opnieuw een teleurstellende periode, vol twijfel en verkeerde keuzes, richt het land zijn hoop op een onverwachte naam: Carlo Ancelotti.

Dit is alweer het 23e verhaal uit de WK-rubriek Legacy van Voetbalzone. Luister nu naar de podcastversie op Spotify of Apple.

Van vertrouwen naar woede

Dorival Júnior had pas zijn tweede nederlaag geleden in zestien wedstrijden als bondscoach van Brazilië. Toch was de maat ineens vol na de pijnlijke 4-1 nederlaag tegen Argentinië. Die klap kwam extra hard aan, omdat Brazilië kort daarvoor al teleurstellend was uitgeschakeld op de Copa América.

De reactie liet niet lang op zich wachten. De sfeer sloeg om van voorzichtig vertrouwen naar pure woede. Het voelde alsof het hele land in één klap zijn geduld verloor. Nog voordat de wedstrijd in Buenos Aires was afgelopen, hing het al in de lucht dat dit niet meer te redden was. Dorival oogde verslagen, alsof hij zelf ook wist dat zijn tijd erop zat.

Brazilië wordt al lang niet meer gezien als het vanzelfsprekende ‘voetbalwonderland’. Meer dan twintig jaar zonder wereldtitel heeft zijn sporen nagelaten, en bondscoaches betalen daar vaak de prijs voor. Drie dagen later werd Dorival ontslagen, maar eigenlijk was het oordeel al eerder geveld. Toen een prominente commentator op televisie hardop uitsprak dat Brazilië een nieuwe koers richting het WK van 2026 nodig had, wist iedereen genoeg. De bond moest opnieuw op zoek naar een nieuwe leider.

Nieuwe hoop: Ancelotti

Twee weken later kwam die naam: Carlo Ancelotti. Met zijn aanstelling keerde er meteen een sprankje hoop terug. Dat gevoel was goed te begrijpen. Jarenlang werd er in Brazilië gedroomd van een absolute toptrainer. Dat het uiteindelijk Ancelotti werd, gaf veel vertrouwen. Hij had net bij Real Madrid laten zien hoe hij met wereldspelers omgaat en kende bovendien veel Braziliaanse internationals al van dichtbij. Dat maakte de stap logischer dan hij misschien op het eerste gezicht leek.

Tegelijkertijd maakte zijn komst ook iets anders duidelijk. Het was een erkenning van een probleem waar al langer over werd gefluisterd: Braziliaanse trainers zijn de afgelopen jaren terrein kwijtgeraakt.

De neergang van eigen trainers

Dat Brazilië nu kiest voor een buitenlandse bondscoach, en nog wel zo kort voor een WK, zegt veel. Het is geen volledig nieuw fenomeen, want buitenlandse invloeden hebben altijd een rol gespeeld in het Braziliaanse voetbal. Al in de vorige eeuw brachten trainers uit Europa nieuwe ideeën en tactieken die het spel vooruit hielpen.

Toch is er de laatste jaren iets verschoven. Waar Braziliaanse coaches vroeger de norm waren, lijken ze nu steeds vaker de tweede keuze. Dat heeft ook te maken met de opmars van buitenlandse trainers in de Braziliaanse competitie. Sinds het succes van de Portugese trainer Jorge Jesus bij Flamengo is de deur echt opengezet. Steeds meer clubs kiezen sindsdien voor buitenlandse namen, vaak met succes.

Daardoor zijn Braziliaanse trainers langzaam naar de achtergrond verdwenen. Waar zij ooit de standaard waren, moeten ze nu steeds vaker concurreren met coaches van buitenaf.

Jorge Jesus Flamengo Athletico-PR Copa do Brasil 17072019CR FlamengoAchterstand op topniveau

Er leeft al langer het gevoel dat Braziliaanse trainers tactisch zijn achtergebleven. Terwijl coaches uit landen als Argentinië en Uruguay nog regelmatig op het hoogste niveau in Europa opduiken, is dat voor Brazilianen al jaren niet meer het geval. De laatste voorbeelden stammen uit het begin van deze eeuw, toen Luiz Felipe Scolari aan het roer stond bij Chelsea en Vanderlei Luxemburgo bij Real Madrid.

Binnen Zuid-Amerika kunnen Braziliaanse trainers nog wel succes hebben, maar ook daar is de druk enorm. De voetbalcultuur in Brazilië is meedogenloos, met weinig geduld en snelle wisselingen. Wie vandaag wordt geprezen, kan morgen alweer worden afgeschreven. Bondscoaches kennen dat patroon misschien nog wel het beste: ze beginnen vaak als hoopbrengers, maar eindigen geregeld als zondebok.

Een vicieuze cirkel

Het is een opvallende tegenstelling. Brazilië blijft een land dat uitzonderlijk veel toptalent voortbrengt op het veld, maar slaagt er minder goed in om trainers van hetzelfde niveau te ontwikkelen. In plaats daarvan grijpt men vaak terug op bekende profielen en vertrouwde namen.

Dat leidde in het verleden tot wisselende resultaten. Carlos Alberto Parreira, wereldkampioen in 1994 en een van de meest vooraanstaande tactische meesterbreinen van zijn generatie, nam in 2006 opnieuw de leiding over de Braziliaanse ploeg, maar slaagde er niet in om een selectie vol sterren als Ronaldo, Ronaldinho, Adriano, Kaká, Roberto Carlos, Cafu, Dida, Juninho, Ze Roberto, Lúcio en Juan aan de praat te krijgen.

Daarna volgde een compleet andere aanpak met de aanstelling van Dunga, de aanvoerder van Brazilië op het WK 1994. Hij stond te boek als een harde leider die discipline moest brengen. In de twee periodes dat hij bondscoach was – tussen 2006 en 2010 en 2014 tot 2016, maakte zijn ploeg echter geen indruk.

Luiz Felipe Scolari keerde terug in 2013, puur uit nostalgie na het succesvolle WK van 2002. Dat pakte dramatisch uit, met als dieptepunt de historische 7-1 nederlaag tegen Duitsland in de halve finale van het WK 2014 die nog altijd als een nationaal trauma voelt.

Van al deze trainers leek Tite het best voorbereid toen hij voor het WK 2018 het roer overnam. Zijn sterke start in de kwalificaties was veelbelovend, en als de beste coach in de geschiedenis van Corinthians, die bijna alle grote titels had gewonnen, genoot hij enorm veel respect. Hij werd zelfs omschreven als ‘een Europese trainer in een Braziliaanse huid’. Maar ook Tite schoot tekort en slaagde er niet in om op twee WK’s verder te komen dan de kwartfinales. Nadat hij in 2022 was afgetreden, slaagde hij er niet in om een belangrijke baan in Europa te bemachtigen, zoals zijn droom was geweest.

Argentina v Brazil - FIFA World Cup 2026 QualifierGetty ImagesBestuurlijke onrust

Zonder de meest competente bondscoach van de afgelopen jaren, en zelf verwikkeld in bestuurlijke onrust, nam de Braziliaanse voetbalbond in de aanloop naar het WK van 2026 de ene twijfelachtige beslissing na de andere.

Fernando Diniz gold als een van de meest vernieuwende Braziliaanse trainers in lange tijd, bekend om zijn gedurfde, op balbezit gerichte speelstijl. In 2023 was hij met Fluminense bezig aan een historisch seizoen dat uiteindelijk zou eindigen in winst van de Copa Libertadores, toen bondsvoorzitter Ednaldo Rodrigues hem vroeg om tijdelijk ook het nationale team te leiden. Het idee was dat hij die rol zou combineren met zijn clubwerk, terwijl de bond bleef hopen op de komst van Ancelotti.

Daar ging het mis. De bond haalde een unieke en vooruitstrevende coach binnen, maar zonder duidelijk plan of lange termijnvisie. Alles voelde geïmproviseerd. Dat kon bijna niet goed gaan. Ancelotti verlengde eind 2023 zijn contract bij Real Madrid, terwijl Diniz met Brazilië slechts twee van zijn zes wedstrijden wist te winnen.

Daarna werd Dorival Júnior aangesteld. Hij had net sterke periodes achter de rug bij Flamengo en São Paulo. Dorival Júnior stond bekend als een rustige coach, iemand die goed met spelers en hun ego’s om kon gaan. Op dat moment leek hij een logische tweede keuze achter Ancelotti, maar inmiddels weten we hoe dat is afgelopen.

Een nieuw tijdperk

Eigenlijk had Brazilië geluk dat het Ancelotti alsnog wist binnen te halen. Zijn laatste seizoen bij Real Madrid verliep teleurstellend, waardoor de club openstond voor een net afscheid. Ancelotti greep die kans om geschiedenis te schrijven en ging in op het aanbod van Brazilië.

De onderhandelingen waren al eerder gestart, maar werden uiteindelijk afgerond door een nieuwe bondsvoorzitter, nadat zijn voorganger uit zijn functie was gezet.

Niet iedereen was enthousiast over deze keuze. Verschillende Braziliaanse coaches hadden kritiek op het besluit om een buitenlander aan te stellen. Antonio Lopes, een in eigen land gerespecteerde figuur en coördinator tijdens de triomf op het WK van 2002, sprak zijn afkeuring uit en vroeg zich hardop af: “Brazilië is vijf keer wereldkampioen geworden met vijf Braziliaanse coaches. Waarom zou je dan een buitenlander aantrekken?”

Ook Emerson Leão, voormalig bondscoach van Brazilië en winnaar van het WK 1970, betreurde de omstandigheden die tot de komst van Ancelotti hebben geleid. “Alle grote clubs hebben buitenlanders als trainer. Waar zijn de Braziliaanse coaches? Wie zijn de mensen die hier de touwtjes in handen hebben?”, vroeg hij op CNN.

Carlo Ancelotti Brazil 2026Getty ImagesZegen van legendes

Tegelijkertijd kreeg Ancelotti ook steun uit een andere hoek. De laatste twee Braziliaanse bondscoaches die het WK wonnen, Parreira en Scolari, gaven de Italiaan hun zegen. Ancelotti ontving zelfs een replica van een jasje dat gedragen werd door Mario Zagallo, een van de meest iconische figuren van Brazilië, als welkomstgeschenk. In een videoboodschap die tijdens de onthullingsceremonie werd vertoond, zei Parreira: “Beste Ancelotti, we zijn erg blij dat je de uitnodiging hebt aangenomen om Brazilië te coachen, een van de beroemdste ploegen ter wereld, dat nu wordt geleid door een van de grootste managers in de voetbalgeschiedenis. Ik wens je veel succes bij het behalen van de langverwachte zesde wereldtitel.”

Scolari, die bij het evenement aanwezig was, gaf Ancelotti een warme omhelzing. “Het is een genoegen en een eer om hier samen te zijn,” zei hij. “Blijf vooral jezelf, zoals je altijd bent geweest. Dan zul je in Brazilië bereiken wat je ook elders hebt gedaan. Ik wens je alle succes, voor jou en voor ons Brazilië. We staan achter je.”

Zelfs Dorival Júnior, zijn voorganger, verscheen later nog glimlachend naast hem op een foto. Het was een beeld dat de overgang iets menselijker maakte.

Slapende reuzen

Van de landen die ooit wereldkampioen werden, zijn er meerdere die al lange tijd wachten op nieuw succes. Opvallend genoeg worden drie van die landen momenteel geleid door buitenlandse bondscoaches: Uruguay onder leiding van de Argentijn Marcelo Bielsa, Engeland met de Duitser Thomas Tuchel, en Brazilië met Ancelotti, die nu de grootste hoop van Brazilië vertegenwoordigt om eindelijk de zesde wereldtitel te veroveren.

Hoewel dat misschien toeval lijkt, zegt het in het geval van Brazilië ook iets over een bredere ontwikkeling. De identiteit van het nationale team is veranderd. Sinds 2006 speelt het overgrote deel van de Braziliaanse WK-selecties bij Europese clubs. Veel spelers vertrekken al op jonge leeftijd naar Europa en ontwikkelen zich daar verder. Daardoor zijn ze minder verbonden met het Braziliaanse clubvoetbal en de bijbehorende cultuur. In dat licht is de keuze voor een Europese trainer eigenlijk logisch, zeker als het iemand is die deze spelers door en door kent.

Waarom Ancelotti de perfecte keuze is

De band tussen Ancelotti en het Braziliaanse voetbal bestaat al decennia. Als speler werkte hij onder Nils Liedholm, die zelf een grote bewondering had voor de Braziliaanse speelstijl. Liedholm scoorde voor Zweden in de finale van het WK van 1958, die door Brazilië werd gewonnen.

Voordat Ancelotti zijn voetbalcarrière beëindigde, speelde hij ook samen met twee Braziliaanse grootheden: Paulo Roberto Falcão en Toninho Cerezo. Maar als trainer werd zijn band met Braziliaanse sterren nog hechter. Bij AC Milan trainde hij Ronaldo, Ronaldinho, Cafu, Dida, Rivaldo en vele anderen. Daarnaast speelde Ancelotti een belangrijke rol in de ontwikkeling van Kaká, die zich in 2007 tot winnaar van de Ballon d’Or kroonde.

Bij Real Madrid speelde Ancelotti een cruciale rol in de ontwikkeling van Vinícius Júnior van een getalenteerde maar wisselvallige jongeling tot een aanvaller van wereldklasse, die beslissende doelpunten maakt. Onder zijn leiding werd Vinícius in 2024 door de FIFA uitgeroepen tot beste mannelijke voetballer. Ancelotti kent de persoonlijkheden en speelstijlen van de huidige Braziliaanse generatie door en door: Casemiro, Rodrygo, Éder Militão en zelfs Richarlison, die hij kort bij Everton coachte en bijna naar Madrid haalde, behoren tot de meer dan 30 spelers die tijdens zijn carrière onder de Italiaan hebben gespeeld.

Brazil v Senegal - International FriendlyGetty ImagesDe Italiaan die Brazilië begrijpt

Het moderne voetbal heeft Braziliaanse spelers veranderd. Ze worden al vroeg gevormd in Europa, waar ze wennen aan een andere manier van trainen, spelen en leven. In veel opzichten zijn het wereldburgers geworden.

In dat perspectief voelt een Europese bondscoach minder als een breuk met het verleden, en meer als een logische stap. Zeker als die coach iemand is die deze spelers al jarenlang begeleidt en begrijpt.

Ancelotti heeft generaties Braziliaanse spelers zien groeien, hen beter gemaakt en grote successen met hen gevierd. Als de spelers zelf steeds internationaler zijn geworden, is het misschien niet meer dan logisch dat hun bondscoach dat ook is.

Uiteindelijk is het feit dat hij Italiaan is slechts een detail. Tenzij je natuurlijk een Braziliaanse trainer bent die nog altijd droomt van de functie die nu door hem wordt ingevuld.