De 17-jarige Marleen stapte op die warme zomerdag samen met haar vriend in Amsterdam op de trein naar Parijs. “Ze was ondernemend en wilde eigenlijk met de brommer naar Frankrijk”, vertelt haar broer Frans. “Mijn ouders vonden de trein veiliger. Dat was destijds natuurlijk een heel logische gedachte.”
Verschrikkelijk radiobericht
Op de radio hoort de destijds 13-jarige Frans over een treinongeluk in het Belgische dorpje Neufvilles. “Er ontstond meteen grote paniek in ons gezin. We dachten allemaal: het zal toch niet zo zijn dat Marleen daarin zit? Je moet je voorstellen dat er toen nog geen sociale media of mobiele telefoons waren. We waren volledig afhankelijk van informatie via radio en televisie.”
Zijn vader belde direct met de NS, maar daar was op dat moment nog weinig bekend. “Ze beloofden ons op de hoogte te houden.”
© Aangeleverde foto
Marleen Smit, de zus van Frans.
Pas tegen vijf uur, bijna drie uur na het ongeluk, werd de familie gebeld door de vriend van Marleen. Ze was overleden. “Hij bracht die verschrikkelijke boodschap. Onze wereld stortte in.” Later bleek dat het meisje door de ontsporing uit de wagon was geslingerd.
‘De spil van ons gezin’
Volgens Frans speelde zijn zus een centrale rol binnen het gezin. “Het is altijd verschrikkelijk als een familielid overlijdt, maar Marleen was echt de spil van ons gezin. Toen zij wegviel, veranderde alles.”
Elf slachtoffers kwamen om het leven, van wie tien Nederlanders. Er vielen 38 gewonden. Jonge mensen raakten zwaargewond. Een talentvolle violiste raakte haar arm kwijt. Veel van de slachtoffers waren Nederlandse toeristen die via een reisbureau een reis naar Parijs hadden geboekt. Volgens krantenberichten uit die tijd ontspoorde de trein vermoedelijk doordat de hitte het spoor had aangetast. Ook de staat van het spoor zou te wensen hebben overgelaten.
© Aangeleverde foto
De vakantietrein naar de dood, stond in de krant in 1976.
Het ongeluk liet niet alleen diepe sporen na bij de familie Smit. Ook in het leven van de destijds 13-jarige Marion de Jonge is het verlies van haar tante Trees Remijn (24) nog altijd voelbaar. “Mijn oom, haar broer, zat naast mijn tante in die trein. Hij overleefde het, zij kwam nooit meer thuis.”
“Zoals zoveel dingen vroeger gingen, werd er stil gezwegen in al die vijftig jaar. Zelden is aan hem gevraagd hoe dat voor hem was”, vertelt Marion. “Mijn oom is nu 75 en ik 63. Binnen onze familie werd altijd over mijn tante gesproken, maar nooit echt over het ongeluk.”
Niet over gepraat
Zowel Marion als Frans zeggen dat er na de ramp nauwelijks aandacht was voor de mentale impact op nabestaanden. “Iedereen was op zichzelf aangewezen”, vertelt Frans. “Er was veel medeleven, maar professionele hulp kregen we niet. Ik denk dat het beter met mij was gegaan als we toen meer begeleiding hadden gehad.”
“Het voelt alsof er eindelijk erkenning komt.”
Dat verschil merkte Frans later vooral toen hij als archivaris betrokken raakte bij de nasleep van de MH17-aanslag. “Daar werd meteen slachtofferhulp geregeld en werden nabestaanden intensief begeleid. Dat bestond in onze tijd nog niet.”
Herdenking
Vorig jaar realiseerde Frans zich dat het op 27 juni 2026 precies vijftig jaar geleden is dat zijn zus om het leven kwam. Hij besloot daarom contact op te nemen met de gemeente Soignies met de vraag of er aandacht zou komen voor de ramp. Toen de gemeente uiteindelijk liet weten een herdenking te willen organiseren en een monument te onthullen, raakte hem dat diep. “Het voelt alsof er eindelijk erkenning komt.”
“Tijd om te helen”, noemt Marion het. Ook zij was eerder al op eigen initiatief in contact gekomen met de gemeente Soignies om aandacht te vragen voor een herdenking.
© Aangeleverde foto
Krantenknipsels uit die tijd verzameld door Marion.
Vorig jaar reisde ze samen met een nicht zelfs naar België af. Daar dook ze in de archieven en regelde de plaatselijke VVV twee gidsen die hen meenamen naar de plek van de ramp en uitleg gaven over wat er die dag gebeurde. “Voor mijn oom, voor mezelf en voor onze hele familie was het nodig om terug te gaan”, vertelt ze.
“Ik denk dat we dit nodig hebben om het een plek te geven.” Daar merkte ze dat de ramp nog altijd diep weg leeft binnen de gemeenschap van Neufvilles en dat ook daar behoefte bestaat om te herdenken en erover te praten.
“Ik denk dat we dit nodig hebben om het een plek te geven.”
Toen Frans zag dat de gemeente vooral in het Frans communiceerde over de herdenking, besefte hij dat veel Nederlandse nabestaanden daar waarschijnlijk niets van zouden meekrijgen. Daarom deed hij deze week via LinkedIn een oproep. “Zijn er meer nabestaanden of lotgenoten die bij de herdenking aanwezig willen zijn?”
Overweldigend
Inmiddels hebben meerdere nabestaanden en lotgenoten zich gemeld. “Het is overweldigend wat er allemaal op ons af is gekomen”, zegt Frans.
“Mijn oom heeft er vijftig jaar niet over gesproken”, zegt Marion. “En nu gaat hij eindelijk naar de herdenking. Een heel groot deel van de familie gaat met hem mee. Een vergeten ramp die nooit vergeten had mogen worden, wordt eindelijk herdacht.”