De Europese Commissie doet twee grote tech-plannen uit de doeken: de Chips Act 2.0 en de Cloud and AI Development Act. Samen moeten ze ervoor zorgen dat Europa een grotere rol gaat spelen in de ontwikkeling van nieuwe technologie, en zo dus ook minder afhankelijk wordt van anderen.
Daarvoor komt de EU met verschillende maatregelen, om investeringen te trekken en de positie van Europese techbedrijven te versterken. Zo gaat de EU ‘challenges’ lanceren, wedstrijden waarbij bedrijven geldinvesteringen kunnen krijgen als het hen lukt om specifieke nieuwe producten te ontwikkelen.
Ook komt de EU met nieuwe regels bij aanbestedingen, waarbij bedrijven die investeren in de EU meer kans maken om ingehuurd te worden door overheidsinstanties en publieke instellingen.
Opvallend is dat dat niet alleen gaat om Europese bedrijven. Ook bedrijven van buiten de EU kunnen worden voorgetrokken als zij aantonen voor banen of innovatie te zorgen binnen Europa. Dat moet wel, zei een functionaris van de Europese Commissie tijdens een persbriefing, want voor sommige technologieën zijn er nu eenmaal nog geen Europese leveranciers te vinden.
Dat gaat bijvoorbeeld om geavanceerde AI-chips en clouddiensten, die nu nog voor het overgrote deel van buiten Europa moeten komen. Het voortrekken van Europese bedrijven is tegen het zere been van China, bleek dit weekend.
De nieuwe plannen zijn een poging om Europa zelfstandiger te maken. Tot nu toe zijn we dat totaal niet, en zit de EU in een ingewikkelde houdgreep met Azië en de Verenigde Staten, vooral als het gaat om de productie van hoogwaardige chips.
Ontworpen in VS, gemaakt in Azië
Die productie kun je zien als een driehoek, die zich uitstrekt over drie continenten. De eerste hoek ligt in de VS, waar de bedrijven zitten die chips ontwerpen. Dat gaat bijvoorbeeld om Nvidia en Apple, qua beurswaarde de twee grootste bedrijven ter wereld. Zij ontwerpen de chips voor AI-systemen, smartphones en computers, maar besteden de productie grotendeels uit.
Die productie gebeurt grotendeels in Azië, de tweede hoek van de chip-driehoek, bij de zogeheten ‘foundries’. Dat zijn bedrijven die zich volledig wijden aan het maken van chips. De grootsten daarvan zijn het Taiwanese TSMC en het Koreaanse bedrijf Samsung.
En de derde hoek, die ligt bij ons, in Nederland. Voor het maken van zulke krachtige chips zijn namelijk zeer geavanceerde machines nodig. Die worden maar door één bedrijf ter wereld gebouwd: ASML in Veldhoven.
Geen van deze gigabedrijven kan zonder de anderen. ASML haalt bijna 40 procent van zijn omzet uit slechts twee bedrijven, TSMC en Samsung. Op zijn beurt komt ruim een derde van de omzet van TSMC van hún twee grootste klanten, Nvidia en Apple. En die beide bedrijven zouden direct tot stilstand komen als TSMC geen chips meer zou leveren.
Daarbovenop komen nog de AI-bedrijven, die de chips uiteindelijk daadwerkelijk gebruiken. Dat gaat bijvoorbeeld om Google, Microsoft of OpenAI, het bedrijf achter ChatGPT. Ook die bedrijven bevinden zich bijna allemaal in de VS. In Europa is slechts één groot AI-bedrijf, het Franse Mistral, en dat bedrijf is vele male kleiner dan zijn Amerikaanse concurrenten.
Houdgreep doorbreken
Om die houdgreep te doorbreken, wil de Europese Commissie dus investeren in méér chipproductie op Europese bodem. Maar het zou jaren kosten om de voorsprong van de grote chipfabrikanten in te halen. Zo zou er volgens nieuwssite Politico gesproken worden over de bouw van een chipfabriek in Duitsland, maar die zou op zijn vroegst voor 2035 gepland zijn.
En daar komt nog bij dat er in Europa tot nu toe nauwelijks vraag is naar zulke geavanceerde chips. De klantenkring van zulke chipfabrieken bestaat bijna volledig uit Amerikaanse bedrijven.
Vorige maand zei de topman van ASML, Christophe Fouquet, tegen Politico: “Als je in Europa zo’n fabriek zou hebben, zouden alle chips geëxporteerd worden naar de VS. Dan kom je dus in de situatie dat Europa een groot project subsidieert, en het resultaat van dat project ergens anders terechtkomt.”
Volgens de Europese Commissie zou dat probleem met de nieuwe plannen juist verholpen moeten worden. Zo gaat de EU een platform oprichten waar chipmakers en eindgebruikers elkaar in een vroeg stadium kunnen vinden, om vraag en aanbod bij elkaar te brengen.
Een autofabrikant of defensiebedrijf zou dan op zoek kunnen gaan naar een Europese partner om chips te ontwikkelen. Ook wil de Commissie dat er meer Europese AI- en cloudbedrijven komen die de vraag naar chips kunnen opdrijven.