Precies een jaar geleden kwam ik na een bezoek aan de huisarts terecht in de tango tussen ‘help’ en ‘hoera’. Ik kon diabetes type 2 toevoegen aan mijn lijstje diagnoses (astma, ADHD, PMOS en een eetstoornis) waardoor ik twaalf maanden geleden voor het eerst afslankmedicatie in mijn buik prikte.
Sindsdien zet ik iedere vrijdag na het ontbijt een verse shot, bedoeld om de bloedsuikers lekker laag te houden en de kilo’s ook. Lukt allebei, dus dat is fijn. Vijf kledingmaten minder is gezondheidstechnisch een goed resultaat, maar wat heeft dit jaar afvallen met medische hulp me geleerd?
Twaalf lessen uit eigen hand.
Lees ook ‘Niet meer afvallen, hoor!’: Hanneke heeft moeite met complimenten over gewicht, ook nu ze dun is
1.Hulp vragen is geen valsspelen
Alleen jij kent het gewicht van jouw kilo’s. Je weet zelf precies hoe zwaar jouw strijd met je overgewicht is. Met de eetbuien, de schaamte, de uitzichtloosheid en het verlangen om in het groene vakje van de BMI-score te komen. Ook al weet je zelf ook best dat BMI een achterhaald concept is. Voor astma mag je een puffertje, voor hoge bloeddruk mag je een pilletje en voor langdurig overgewicht mag je een prikje. Wil je hulp om je beachbody te versnellen, dan ben je snel klaar. Je hebt namelijk al een lichaam en het strand is in ons land op rijafstand. Hatsee!
2. Foodnoise komt ook weer terug
De eerste paar weken dat ik prikte, voelde mijn maag niet groter dan een kiwi. Ik werd misselijk als ik te veel at, te vroeg of juist te laat. En als ik iets at waar ik geen zin in had. Buiten dat was het zalig om soms drie uur lang niet aan eten te denken. Een verademing aangezien ik voorheen dertig minuten na het ontbijt al over de volgende snack begon te debatteren met mezelf.
Foodnoise heet dat, en afslankmedicatie legt het aan banden doordat mijn bloedsuikerspiegel weer op peil is, en het GLP-1 hormoon kunstmatig wordt aangevuld, waardoor ik een stofwisseling krijg van iemand zonder obesitas. Ik zit sneller en langer vol.
Lees ook Ook Oprah Winfrey aan het afslankmedicijn: ‘Obesitas ligt niet aan mij’
Toch laat die foodnoise zich nu wel weer horen. Niet zo vaak en niet zo luid als voorheen, maar het is er wel. Dat is niet erg, want als ik goed luister, zit er ook informatie in. Heb ik trek of voel ik onrust? Heb ik zin in een koekje of heb ik behoefte aan geruststelling of een dopamineshotje? Het gaat niet om goed of fout, maar wel om de keuze die ik wil maken voor mijn lijf en voor mezelf.
3. Linzen blijken de vijand
Omdat mijn maag nu sneller vol voelt, moet ik slim eten. Eiwitten en vezels zijn de vrouwen en kinderen op mijn bord. Eerst die voedende basis, daarna de rest. Mijn spieren, huid en haar schreeuwen erom, en mijn smaak daardoor gelukkig ook. Ik ben er ook wel een wat moeilijkere eter door geworden.
Soms valt iets ineens in de ‘verboden hoek’, zoals kaas of walnoten. Waar ik er eerst van smulde, staat de smaak en de geur me nu tegen. Scherpe kruiden en bijvoorbeeld linzen blijken de vijand, want die leveren naast smaak en vezels ook flinke buikkrampen op. Eet ik toch iets scherps, of graai ik te gulzig in het zakje suikervrije drop, dan kan ik een band beginnen in mijn broek.
4. Slim eten vraagt ook om slim bewegen
Eerst bewegen, dan bijkomen en dan pas eten. Lopen na het eten betekent namelijk ook buikpijn, en meteen aan tafel met het zweet nog op mijn lippen levert vaak een te lege maag op. Door de inspanning voel ik me nog vol, en stop ik sneller met eten. Dat geldt trouwens ook voor water drinken tijdens het eten. Eerst eten, dan drinken, want na de koude klets water is mijn trek verdwenen. Mealpreppen maar dan anders.
5. Ik heb mijn buik vol van meningen
Iedereen en z’n moeder heeft een mening over mijn afvalmethode, mijn afvalresultaat, mijn vertrekpunt en mijn toekomstperspectief. Ik stop toch wel met die prik? Ik moet geen ingevallen gezicht krijgen, wel gezellig blijven en niet doorslaan in anorexia. Ik moet ook niet aankomen, het vanaf nu op ‘eigen kracht’ kunnen en vooral trots op mezelf zijn.
© Keke Keukelaar
Hanneke: “Ik heb nu een vrije relatie met eten, en beweeg om mezelf te vullen in plaats van te versmallen.”
De realiteit is dat ik alles op eigen kracht doe. Het eten, bewegen, het samenwerken met mijn lichaam dat nu van nature weer naar haar volste ornaat terug wil en het luisteren naar ieders mening, inclusief die van mezelf.
6. Verandering is ook eng als je het graag wil
Mijn dikke huid had ook een functie. Dertig kilo zwaarder waande ik me vaak onopvallend en daarmee minder teleurstellend. Tegelijkertijd wilde ik wél gezien worden. Het was doodeng om dat schild te laten smelten en mijn ware zelf te laten zien. De verandering die ik zo graag wilde, voor mijn gezondheid en mijn zelfbeeld, was even eng als vurig. En nu weet ik: het was het zo ontzettend waard.
7. Ik ben mezelf wel tegengekomen
Soms viel ik wel vijf kilo per maand af, waardoor ik een snelcursus loslaten kreeg. De lessen die ik eerder in therapie leerde, over ruimte nemen, verbinding maken en rust nemen zonder het te moeten verdienen, kan ik nu pas toepassen. Nu mijn maag er niet steeds doorheen toetert en mijn dansende bloedsuiker me geen klamme wangen meer geeft.
Ik ben mijn angsten, hoe ik veiligheid vind in de koekjes in mijn tas en het weggaan bij een afspraak om te kunnen snacken, wel tegengekomen. Want waar ga ik met die gevoelens heen nu ik niet meer wegsneak voor een snack? Precies. Erdoorheen.
Lees ook ‘Food noise’: waarom sommige mensen de hele dag aan eten denken
8. Leer anderen hoe ze over je omvang moeten praten. Of juist niet.
Die gevoeligheid zit er nog steeds, ook in maatje M. Complimenten zijn fijn en spannend tegelijk, dus ik heb geleerd om zelf de regie te houden in het gesprek over mijn lijf. Soms sta ik armen wijd klaar om de veren te ontvangen, soms voelt het die dag even te kwetsbaar.
Complimenten eindigen vaak in een sneer, leerde ik. Iedere vergelijking doet zeer, en voelt alsof ik me moet verontschuldigen voor mijn versie van een jaar geleden. ‘De worsteling was moeilijk’, zeg ik dan, ‘en deze reactie van jou ook.’ Zo leg ik het ongemak weer terug waar het hoort. Als je het niet benoemt, verandert er nooit wat.
9. Zoek een vriendin die precies begrijpt wat je doormaakt
Ik heb m’n cluppie dikke vriendinnen gevonden, en dat scheelt de wereld. Vrouwen die precies weten hoe het is om dik te zijn, te worstelen met eten, met je eigen lijf en met de schaamte die je over jezelf uitstort. Aangemoedigd en versterkt door alle meningen in de huidige maatschappij. Wij weten precies hoe het is om dun te worden en dik te blijven.
10. Het is nooit klaar
Dik te blijven ja, want ook al draag ik nu maatje S en M, van binnen ben ik nog steeds obees. Sinds mijn lijf kleiner is, moet ik twee keer zoveel bewegen om mijn verbranding op peil te houden en niet toe te geven aan de vetcellen die zich voor de zekerheid alvast weer willen volzuigen.
Lees ook Wesley Sneijder en Rafael van der Vaart zaten bij Ajax in ‘dikkerdjesgroep’: ‘Mocht alleen maar salade eten’
Ook mentaal blijf ik dik. Ik blijf wennen aan mijn spiegelbeeld, blijf de ruimte scannen op emoties en verrassingen en als iemand voor de gezelligheid een schaaltje lekkers op tafel zet, zal ik nooit iets pakken. Ik wil die spanning niet in mijn hoofd, en nog steeds de vreetzak niet zijn.
11. Je moet het echt zelf doen
En de ‘het’ is in dit geval voor jezelf zorgen. Voedzaam eten, lekker bewegen en eerlijk zijn naar jezelf. Het overdenken blijft, ook met medicatie. De planning wordt omvangrijker. Maaltijden plannen, beweging in mijn agenda fietsen, luisteren naar mijn lijf én mijn emoties. Deze hele gezondheidsgrap kost me zo twee uur me-management per dag. En dat mag. Die ruimte neem ik nu.
12. Ik voel me eindelijk vrij
Volgens de BMI-meter ben ik nog niet groen. Ik ben lichtoranje en werd best even nerveus van dit plateau. Want als het label ‘goed’ in zicht is, moet ik daar dan niet voor gaan? Harder mijn best doen? Minder eten? Meer bewegen? Hatseflats daar sloeg ik mezelf weer met de dieetindoctrinatie om de oren.
Het is goed zo. Ik geef mezelf vrij, want ik voel me eindelijk vrij. Verlost van de taak om mijn zichtbare achterstallig onderhoud te fixen. Ik heb een vrije relatie met eten, en beweeg om mezelf te vullen in plaats van te versmallen.
Een jaar vol afslankmedicatie leerde me dat ik nog steeds dezelfde gulzige, luide, veel voelende vrouw ben die ik altijd was, alleen nu klopt hoe ik me door het leven beweeg eindelijk bij het beeld in mijn hoofd. Eindelijk durf ik mezelf alle ruimte te geven.
Alle afleveringen van Overeten en andere inzichten over dun worden en dik blijven zijn gebundeld in het boek Gulzig, dat in september verschijnt en nu al te bestellen is.
Hanneke Mijnster (1980) schrijft over zaken die het leven mooi en moeilijk maken, en doet dat al tien jaar voor RTL Nieuws. Elke week schrijft ze de Liefdesles en nu ook de serie OverEten. Van haar hand verschenen ook de boeken ‘Hé, is dit ook ADHD?’ en ‘Longeneeslijk’ dat ze samen met Eva Hermans-Kroot schreef. Haar nieuwste boek ‘Lekker laten gaan’ ligt sinds november in de schappen.
Klik hier voor meer Lifestyle