Op het schoolplein van een kleine dorpsschool in de Groningse gemeente Het Hogeland begroet Laurà Gerards deze ochtend één voor één de 42 leerlingen die binnenkomen. Het ene kind stapt vrolijk het plein op, het andere rent enthousiast naar vriendjes en weer een ander komt te laat aanfietsen. Sommige kinderen dragen zichtbaar iets met zich mee.
Laurà probeert ieder kind echt te zien. Vooral kinderen met een rugzakje dat net wat zwaarder is dan dat van anderen, herkent ze meteen. Misschien juist omdat jarenlang niemand zag hoe zwaar de last was die zij zelf met zich meedroeg sinds de schoolgijzeling van Bovensmilde in 1977.
Man in de deuropening
De wereld van de kleine Laurà en haar klasgenootjes bestond uit buitenspelen, tikkertje, verstoppertje en leren lezen. Woorden als ‘gijzeling’ bestonden nog niet. Op maandagochtend 23 mei zaten zij in de kring, waar de kinderen mochten vertellen over hun weekend. Tot er plotseling een man in de deuropening verscheen. Hij droeg een legeruniform, had een muts over zijn gezicht en een geweer over zijn schouder.
© Lieke Gerards
“Ik dacht eerst dat het een toneelstukje was”, vertelt Laurà. “Zo ging dat ook als Sinterklaas op school kwam. Dan stond er ook iemand verkleed in de deuropening die zei dat we naar de aula moesten lopen, waar Sinterklaas en zijn pieten ons opwachtten.”
Maar dit keer was het geen spel, hoe jong ze ook was, dat besefte Laurà meteen toen ze het gezicht van haar juf zag.
Afgesloten van de buitenwereld
Rustig droeg de leerkracht de kinderen op om op te staan en twee aan twee mee te lopen naar de aula. Daar moesten de leerlingen op de grond gaan zitten. Niet veel later werden ook de andere klassen naar binnen gebracht. In totaal werden 105 kinderen en vijf leerkrachten gegijzeld door actievoerders van Molukse komaf.
“De ramen werden dichtgeplakt met kranten. Dat gaf meteen een naar gevoel. We moesten stil op de grond blijven zitten. Er liepen meerdere mannen in militaire kleding rond.”
Ze herinnert zich vooral één van hen nog goed. “Hij liep hard stampend door de aula. Dat maakte de sfeer ontzettend grimmig.”
© Eigen foto De 7-jarige Laurà.
De jongste kinderen begrepen nauwelijks wat er gebeurde, maar de oudere leerlingen leken sneller door te hebben dat het om gijzelnemers met een Molukse achtergrond ging. “Er werd gefluisterd en gegist waarom dit gebeurde, maar echt uitleg kregen we niet. En als die uitleg wel was gegeven, vraag ik me af in hoeverre een kinderbrein dat überhaupt zou begrijpen.”
‘Kinderen denken niet in huidskleur’
Wat Laurà vooral is bijgebleven, is het moment waarop Molukse kinderen apart werden genomen en werden losgerukt van hun vriendjes en vriendinnetjes. Het maakte de situatie voor haar nog beangstigender.
“Wij hadden geen idee waarom of wat er met hen gebeurde. Pas toen we vrij waren, hoorden we dat zij naar huis mochten. Maar terwijl wij daar zaten, maakten we ons vooral zorgen om hen.”
Voor Laurà voelde dat als kind vooral verwarrend. “Kinderen denken helemaal niet in huidskleur of afkomst. Dat zijn volwassen problemen. Voor ons waren het gewoon klasgenoten.”
“Wij, de kinderen, hadden geen schuld. We werden meegesleept in de wereldpolitiek.”
Waar ouders die ochtend nog fruit en drinken in de rugzakjes stopten voor een gewone schooldag, werd tegen het einde van de middag duidelijk dat niets meer normaal was. “We hadden honger. En tegen het eind van de middag begrepen we: ik ga niet meer naar huis.”
Af en toe klonken buiten schoten. Laurà draait haar gezicht weg, haar stem stokt en de tranen beginnen te vloeien.
“Het lukt me steeds beter om het verhaal in één keer te vertellen, maar dat moment… die schoten, die vrouwenstemmen, het gegil. Het brengt alles weer naar boven.”
Dreigen met granaten
Molukse vrouwen waren met gevaar voor eigen leven het schoolplein opgegaan om de gijzelnemers te vragen te stoppen en de kinderen vrij te laten. “Een van hen was een verwarde vrouw, op haar werd geschoten. Toen ze niet weggingen, werd er gedreigd een granaat naar binnen te gooien, het geschreeuw daarna, leraren die ons dwongen onder de tafels te kruipen tegen elkaar…”
“Wij, de kinderen, hadden geen schuld”, zegt Laurà zacht. “We werden meegesleept in de wereldpolitiek.”
© ANP
Molukse vrouwen brachten eten voor de gegijzelde kinderen.
De gijzeling in Bovensmilde maakte deel uit van een reeks Zuid-Molukse acties in de jaren zeventig. Terwijl een andere groep even verderop een trein kaapte bij De Punt, wilden de actievoerders politieke aandacht afdwingen voor hun strijd voor een onafhankelijke Republiek der Zuid-Molukken.
“Wij begrepen daar als kinderen natuurlijk helemaal niets van. Wij werden onderdeel van een conflict dat zich volledig buiten onze wereld afspeelde.”
‘Zie ik mijn ouders ooit nog terug?’
Tegen acht uur werd een televisie de aula binnengerold. Langzaam werd Laurà duidelijk wat er aan de hand was. Op het nieuws hoorde ze voor het eerst het woord ‘gijzeling’. Een ouder kind legde uit dat ze gevangen werden gehouden.
“Ik snapte het niet helemaal, maar ik voelde wel dat het fout zat. Ik probeerde vooral stil te zijn, zodat niemand boos op mij zou worden.”
Toen het ’s avonds donker werd en de aula steeds kouder aanvoelde, dacht Laurà vooral aan thuis. Aan tandenpoetsen met haar ouders, haar knuffels in bed en de vaste gewoontes van thuis. “Ik vroeg me alleen nog maar af: zie ik papa en mama ooit nog terug?”
© ANP
Verontruste ouders en buurtbewoners stonden buiten op de eerste dag van de gijzeling.
De groepen kinderen werden verdeeld onder de gijzelaars die de wacht hielden, terwijl de kinderen probeerden te slapen.
“We lagen met z’n vijven onder een dekentje dat aanvoelde als een paardendeken. Het hield ons nauwelijks warm. Ik zocht het handje van een klasgenootje dat bij mij in de straat woonde. Haar handje voelde vertrouwd en dat gaf me een veilig gevoel. Ik verzon positieve verhalen, over hoe de politie ons zou redden, waardoor ik uiteindelijk in slaap viel.”
Wakker worden in dezelfde nachtmerrie
De volgende ochtend werd Laurà wakker op dezelfde koude ondergrond als die waarop ze in slaap was gevallen. Even hoopte ze dat het allemaal een nachtmerrie was geweest. Maar de afgeplakte ramen, de gewapende mannen en de angstige gezichten om haar heen maakten meteen duidelijk: het was nog steeds niet voorbij.
Laurà’s herinneringen over de volgende dagen bevatten veel gaten. “Hele momenten zijn weggevallen. Niet alleen omdat er voortdurend heftige dingen gebeurden, maar ook omdat je kinderhersenen dat op een gegeven moment niet meer kunnen bolwerken. Je zit daar eindeloos, de tijd gaat supertraag voorbij, er gebeurt niets. En dat allemaal in een continu bedrukte sfeer.”
De leerkrachten probeerden de kinderen ondertussen zo goed mogelijk af te leiden met spelletjes en raadsels. “Maar als er voortdurend zo’n spanning boven je hangt, blijft het uiteindelijk tijdelijk tijdverdrijf. Het lost niets op.”
“Ik voelde van alles, maar kon er geen woorden aan geven. Daar was ik simpelweg nog te jong voor.”
De Molukse vrouwen op wie een dag eerder was geschoten, kwamen later terug om eten voor de kinderen neer te leggen. Dat bleef uren buiten liggen voordat het naar binnen werd gebracht. “Ik denk dat we daarvan allemaal ziek zijn geworden. Hoe moedig en goed dat ook van ze was. Het was het enige eten dat we kregen.”
De omstandigheden in de school verslechterden snel. Kinderen werden ziek, er werd overgegeven en de hygiëne liet te wensen over. In de derde nacht werd ook Laurà ernstig ziek.
Opluchting in het ziekenhuis
De zieke kinderen, de vermoeidheid van de gijzelaars die al vier nachten nauwelijks hadden geslapen én een schooldirecteur die daar slim op inspeelde: uiteindelijk zorgde het ervoor dat alle kinderen na vier dagen werden vrijgelaten. Sommigen, onder wie Laurà, werden wakker in het ziekenhuis.
“Ondanks dat ik zo ziek was, voelde ik ergens de vrijheid. Maar ik was ook te zwak om echt bij te blijven en viel daardoor steeds weg.” Wat haar vooral is bijgebleven, is de opluchting toen ze weer vertrouwde gezichten zag. “Ambulances, zwaailichten, artsen, mijn ouders. Ineens was daar weer de wereld. Terwijl ik daar dagenlang volledig van afgesloten was geweest.”
© Eigen foto
Laurà, hier 12 jaar: “Ik raakte gevangen in mezelf.”
Zelf mocht Laurà na enkele dagen naar huis. Voor de schooldirecteur en de leraren duurde de gijzeling nog drie weken.
‘Nooit meer dezelfde’
Vrij was ze, maar onbevangen voelde ze zich niet meer. “Iedereen behandelde me weer als een kind, terwijl het onschuldige niet meer bestond en ook nooit meer zou terugkomen. Het zorgeloze en spontane was weg. Ik gleed nooit meer van die glijbaan af zoals daarvoor. Ik voelde van alles, maar kon er geen woorden aan geven. Daar was ik simpelweg nog te jong voor.”
Laurà zag de bezorgde blikken van haar ouders, maar over gevoelens werd nauwelijks gesproken. Slachtofferhulp of psychologische begeleiding bestond in de jaren zeventig nauwelijks.
“Er was nog weinig bekend over wat trauma met iemand doet. Ik raakte gevangen in mezelf. Ik kon niet uitleggen wat er diep vanbinnen gebeurt. Zelfs niet aan mijn klasgenoten, terwijl we samen hetzelfde hadden meegemaakt. Het enige wat ons bond, was dat we van elkaar wisten wat we hadden doorstaan.”
De bevrijding:
Op zaterdagmorgen 11 juni 1977, bijna drie weken na het begin van de gijzeling, werd de school in alle vroegte door mariniers bestormd. Ramen boven de entree, de lokalen en de aula werden kapot geschoten, waarna de leerkrachten dekking zochten. De gijzelnemers gaven zich over. Kort daarna kwam ook de treinkaping bij De Punt ten einde.
Om de leraren te bevrijden, werd de school uiteindelijk zwaar beschadigd. Na de zomervakantie gingen de kinderen daarom naar een ander schoolgebouw. “Ook de Molukse kinderen zaten weer gewoon bij ons in de klas. Pas toen hoorden we hoeveel zorgen zij zich tijdens de gijzeling om ons hadden gemaakt.”
De gijzeling haalde destijds het wereldnieuws, maar daarna werd nauwelijks nog gevraagd hoe het de kinderen was vergaan of wat de gebeurtenis met hun levens had gedaan. Jarenlang begreep Laurà daarom niet waarom alles haar zoveel moeite kostte. “Ik had het gevoel dat mijn hoofd een zeef was. Concentreren, plannen, dingen onthouden; het kostte me veel meer energie dan anderen.”
Nauwelijks slapen
Op de basisschool werd ze stil en teruggetrokken. Op de middelbare school leek het even beter te gaan, maar de problemen verdwenen niet. Omdat Laurà uit een onderwijsfamilie komt, lag de keuze voor de pabo voor de hand. Maar daar liep ze vast. “Hoe leuk ik het ook vond. Hoe meer er van me werd gevraagd, hoe moeilijker het werd.”
Pas toen haar vader een hartinfarct kreeg, in het ziekenhuis lag en haar moeder een tijd bij haar kwam logeren omdat dat dichterbij het ziekenhuis was, werd duidelijk hoe slecht het werkelijk met haar ging. “Mijn moeder ontdekte dat ik nauwelijks sliep. Voor mij was dat normaal geworden. Mijn ouders zagen toen pas hoeveel energie het mij kostte om de schijn op te houden dat alles goed ging.”
© Eigen foto
Laurà begin 20, ondanks alles wat ze voelde bleef ze lachen.
De klachten bleken niet op zichzelf te staan. Na een uitgebreide zoektocht van haar vader werd uiteindelijk de link gelegd met de schoolgijzeling. Bij een gespecialiseerd traumacentrum kreeg Laurà op haar 24e uiteindelijk een diagnose: een posttraumatische stressstoornis. “Dat was confronterend, maar ook een opluchting. Voor het eerst begreep ik dat er een verklaring was voor wat ik al die jaren voelde.”
Mentale apk
Wat volgde was een traject van drie jaar traumatherapie. “Ik dacht daarna: nu ben ik klaar. Maar mijn therapeut zei dat je soms een mentale apk nodig hebt. Grote gebeurtenissen kunnen oude gevoelens opnieuw aanraken.” En dat merkte Laurà, toen ze haar man leerde kennen, bij de geboortes van haar drie kinderen (Tibbe van inmiddels 23, Lieke van 21 en Jens van 18) en bij elke grote stap die ze daarna namen. “Ik had het vooral moeilijk op de eerste schooldag van de kinderen.”
Op advies van haar therapeut begon ze met yoga. “Pas toen ontdekte ik hoeveel spanning ik jarenlang had vastgezet.”
De traumatherapie leerde Laurà niet alleen woorden te geven aan wat er was gebeurd, maar ook te begrijpen wat zij eigenlijk nodig had om verder te kunnen.
De Stille
Tijdens een opleiding over rouw en verlies ontdekte Laurà dat haar gevoel van onveiligheid nog altijd verbonden was aan één van de gijzelnemers: de Stille, zoals zij hem noemde. Hij hield destijds de wacht bij hen wanneer de kinderen voor de nacht werden verdeeld over de verschillende schoollokalen.
Tijdens die lange nachten had Laurà hem aandachtig geobserveerd. Wat haar altijd was bijgebleven, was hoe hij een bang klasgenootje op schoot nam en voor haar het liedje Hobbelpaardje zong. “Dat snapte ik niet. Ik wilde begrijpen hoe hij ons kon gijzelen en bedreigen, terwijl hij ook liedjes zong en kindjes op schoot nam? Dat was enorm verwarrend.” Via contacten met lotgenoten en de Molukse gemeenschap kwam het in 2011 tot een ontmoeting.
© Lieke Gerards
“Toen ik hem sprak, voelde ik direct weer de spanning van vroeger. Maar hij luisterde naar wat de gijzeling met mijn leven had gedaan. Dat hij dat erkende en zijn excuses aanbood, heeft mij enorm geholpen.”
Tegelijkertijd kreeg ze meer begrip voor de achtergrond van de gijzelnemers. “Ik besefte hoe tragisch die geschiedenis is. Hoe iemand die zelf slachtoffer is van onrecht uiteindelijk dader kan worden. Dat maakte het niet goed, maar het gaf me wel begrip.”
December vorig jaar ontmoette ze ook de andere gijzelnemer die haar als kind zo bang had gemaakt, door boos rond te lopen in de aula met zijn geweer en te schreeuwen. Die ontmoeting was te zien bij Omroep Max in het programma Twee kanten van de geschiedenis. Die gesprekken bevestigden wat ze al eerder had geleerd. “Erkenning is ontzettend belangrijk. Dat iemand ziet wat jou is aangedaan en daar verantwoordelijkheid voor neemt. Daardoor kan er iets gaan helen.”
Schrijver en schooldirecteur
Bijna vijftig jaar later is de gijzeling nog altijd onderdeel van haar leven. Maar niet meer als iets dat haar gevangenhoudt, meer als een geschiedenis die haar heeft gevormd. Het maakte haar tot schrijver van een boek en schooldirecteur, met oog voor wat kinderen met zich meedragen in hun rugzakje. Ze weet dat die rugzakjes soms levenslang meegaan, maar ook dat het verschil kan zitten in of je het alleen draagt of samen.
“Praat erover. Blijf er niet alleen mee rondlopen. Ook als je denkt dat niets meer helpt. Herstel is mogelijk. Ik ben daar zelf het bewijs van.”
Zondaginterview
Elke zondag publiceren we een interview in tekst en foto’s van iemand die iets bijzonders doet of heeft meegemaakt. Dat kan een ingrijpende gebeurtenis zijn waar diegene bewonderenswaardig mee omgaat. De zondaginterviews hebben gemeen dat het verhaal van grote invloed is op het leven van de geïnterviewde.
Ben of ken jij iemand die geschikt zou zijn voor een zondaginterview? Laat het ons weten via dit mailadres: zondaginterview@rtl.nl
Lees hier de eerdere zondaginterviews.