Bijna iedere dag verschijnt er in de media wel een bericht over het overvolle aanmeldcentrum voor asielzoekers in Ter Apel. Mensen die buiten op het gras slapen, bussen vol asielzoekers die dan weer hier, dan weer daar in een sporthal slapen.
Het lijkt wel een trektocht van asielzoekers door de gemeenten van Drenthe en Groningen de afgelopen weken. Van Ter Apel naar Stadskanaal, naar Aa en Hunze, gemeente Groningen en Het Hogeland. Naar Borger-Odoorn, De Wolden, Noordenveld en Midden-Drenthe.
In ieder van deze gemeentes konden de asielzoekers slechts een paar nachten terecht. En dus wordt er vooral heel veel heen en weer gesleept. Laat op de avond stoppen er bussen vol asielzoekers, die vervolgens vroeg in de ochtend weer vertrekken, terug naar Ter Apel.
Het gaat vooral om mannen, want gezinnen, vrouwen, kinderen en mensen met een medische indicatie of een zogenoemde kwetsbaarheidsindicatie krijgen voorrang in Ter Apel, en kunnen er daardoor meestal wel terecht voor een bed.
Dat Drenthe de afgelopen tijd vaker in noodopvanglocaties voorziet, heeft volgens burgemeester Klaas Smid van Noordenveld een logische verklaring. “Mensen worden pas ’s avonds laat naar de noodopvang gebracht, dan moet de afstand overbrugbaar zijn”, legde hij uit op Radio Drenthe.
Maar hoe kan het nou dat er zoveel meer mensen zijn dan dat er in het aanmeldcentrum passen? Dat heeft te maken met de doorstroom. Het asielsysteem is volledig dichtgeslibd en Ter Apel is de bottleneck waar de problemen pas goed duidelijk worden.
Want behalve de instroom van nieuwe asielzoekers zit een deel van het probleem een stuk verderop in de keten. Asielzoekerscentra zitten vol, vaak met vluchtelingen die al wél een verblijfsvergunning hebben gekregen en die dus eigenlijk moeten doorstromen naar een woning.
Maar huizen zijn schaars. Daarom blijven de vluchtelingen mét verblijfsvergunning in de asielzoekerscentra wonen. Hierdoor komt er geen plek vrij om de nieuw aangevoerde stroom asielzoekers op te vangen en blijven deze hangen in Ter Apel.
Het COA moest elke dag dat er teveel asielzoekers op het aanmeldcentrum waren, een dwangsom betalen aan de gemeente Westerwolde. Hier zat een maximum aan van vijf miljoen euro. In maart van dit jaar is dat maximale bedrag bereikt, maar nog altijd zijn er te vaak te veel mensen in Ter Apel. Een gevolg hiervan is dat een deel van de asielzoekers buiten moet slapen.
De minister van Asiel en Migratie heeft aan burgemeesters gevraagd of ze willen helpen met overnachtingsplekken. In Drenthe en Groningen hebben meerdere burgemeesters aan deze oproep gehoor gegeven.
Hierbij wordt wel elke keer door de burgemeesters benadrukt dat het gaat om tijdelijke opvang. Zo zei Jan Zwiers, burgemeester van Midden-Drenthe: “We laten in deze noodsituatie geen mensen buiten slapen en bieden daarom deze tijdelijke noodopvang aan. Tegelijkertijd is dit nadrukkelijk geen structurele oplossing. Die vraagt om landelijke inzet en keuzes.”
Burgemeester Inge Nieuwenhuizen van gemeente De Wolden heeft geen goed woord over voor de aanpak van het ministerie: “Wij springen bij, maar dit is geen oplossing voor het achterliggende probleem. Het is een schijnoplossing zolang er geen structurele oplossing komt voor de overbelasting in Ter Apel”, zo zei ze op Radio Drenthe.
Niet alle burgemeesters staan te springen om de overloop van Ter Apel aan te pakken met noodopvang in de nacht. Burgemeester Marcel Thijsen van Tynaarlo ziet bijvoorbeeld geen heil meer in crisisnoodopvang voor asielzoekers. Hij roept de regering op om te stoppen met het huidige systeem van noodopvang.
In Noordenveld, waar een aantal nachten asielzoekers werden opgevangen in Roden, zei burgemeester Klaas Smid: “De spreidingswet moet worden uitgevoerd. Daar moet Nederland, naast het Noorden, aan gaan bijdragen.”
De spreidingswet is een Nederlandse wet bedoelt om asielzoekers eerlijker over het land te verdelen. Per provincie is vastgelegd hoeveel opvangplekken er moeten zijn. Eind mei haalden 250 van de 342 gemeenten in Nederland de doelstelling van de spreidingswet nog niet, bleek uit onderzoek van Nieuwsuur. Waar de burgemeesters het in ieder geval over eens zijn, is dat dit geen wenselijke situatie is en dat er structureel iets moet gebeuren. Gisteren is het Europese asiel- en migratiepact in werking gegaan. Het doel van deze Europese regels is om het aantal migranten dat illegaal de EU binnenkomt omlaag te brengen en meer controle te krijgen over de asielstroom.
Dit betekent dat de IND, de organisatie die beoordeelt of een asielzoeker in Nederland mag blijven, anders gaat werken. Zij moeten asielaanvragen binnen een half jaar afhandelen. Nu duurt die procedure vaak zo’n twee jaar.
Het is nog onduidelijk de nieuwe regels snel tot minder drukte in Ter Apel gaan leiden. In theorie is dat wel de bedoeling. Migranten moeten de asielprocedure namelijk voornamelijk aan de buitengrenzen van de Europese Unie gaan doorlopen, in bijvoorbeeld Griekenland of Italië. Deze landen moeten gaan voorkomen dat asielzoekers doorreizen.
Mocht dat toch gebeuren, dan kan Nederland die asielzoekers terugsturen naar het land waar zij de EU binnenkwamen. Dat land is dan verantwoordelijk voor de asielprocedure. Of het in de praktijk ook zo zal uitpakken, zal moeten blijken.