Het OM had dertig jaar cel geëist. A. werd verdacht van 25 strafbare feiten tegen negen slachtoffers. De rechtbank bevond de verdachte schuldig aan negentien internationale misdrijven tegen acht slachtoffers. Van enkele feiten werd A. vrijgesproken wegens te weinig bewijs.

Ontmenselijking en vernedering 

A. bekleedde een hoge functie binnen de National Defence Force (NDF), een militie gelieerd aan het regime van de voormalige Syrische president Bashar al-Assad. De slachtoffers van A. werden tijdens de verhoren langdurig met allerlei voorwerpen geslagen, geschopt, opgevouwen in een autoband, ondersteboven opgehangen of geëlektrocuteerd. 

De Syrische Ahmad en Fadi werden gemarteld door A. In onderstaande video vertellen ze erover: 

Dat gebeurde in drie detentiecentra rondom de plaats Salamiyah, in het westen van Syrië. A. voerde de martelingen zelf uit of gaf anderen hiertoe opdracht. De slachtoffers waren daarbij dikwijls geboeid, geblinddoekt en gedwongen naakt.

“De verdachte creëerde keer op keer omstandigheden van doodsangst, dreiging, pijn, uitzichtloosheid en machteloosheid.” Daarbij heeft A. zich ook schuldig gemaakt aan seksueel misbruik en heeft hij een slachtoffer verkracht.

“De verdachte heeft de slachtoffers ontmenselijkt en tot het diepst vernederd”, zei de rechtbank. “Er kwam een beeld naar voren dat de verdachte plezier haalde uit het pijnigen van de slachtoffers en ze te vernederen.” De officier van justitie noemde A. eerder ‘heer en meester binnen de verhoorkamer’. 

Misdrijf tegen menselijkheid

De verdenkingen tegen A. werden ten laste gelegd als misdrijf tegen de menselijkheid, een internationaal misdrijf. Het is voor het eerst dat iemand in Nederland hiervoor werd vervolgd.

In Nederland kunnen mensen vervolgd worden voor oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid en genocide als deze in het buitenland zijn gepleegd, als de dader of het slachtoffer zich in Nederland bevindt of Nederlander is.

De getuigenissen van de negen slachtoffers vormen belangrijk bewijs in de zaak. Zij hebben verklaringen afgelegd over de betrokkenheid van A., vaak uitgebreid en gedetailleerd. “Het is niet te bevatten wat voor impact deze gruwelijkheden op de slachtoffers hebben”, zei het OM eerder.

Getuigen zijn teruggereisd naar Syrië en hebben daar opnames gemaakt van de plekken waar zij gevangenzaten als ondersteuning voor hun verhaal. Verder bestond het bewijs tegen A. onder meer uit documenten van de Syrische veiligheidsdiensten. 

Asiel in Nederland

A. vertrok in 2019 uit Syrië en kwam in 2021 aan in Nederland, waar hij tijdelijk asiel kreeg. Hij werd in december 2023 aangehouden in zijn woonplaats Druten in Gelderland na een tip. Volgens een woordvoerder van de IND is er niet altijd zicht op of mensen een verleden hebben met oorlogsmisdaden. “Deze informatie is dan niet naar boven gekomen bij het beoordelen van de asielaanvraag of bij het afgeven van de vergunning. We zijn geen opsporingsinstantie, zoals de politie.” 

A. ontkent de beschuldigingen en beweerde dat hij juist een tegenstander was van het Assad-regime. Bij het begin van zijn proces zei A. dat de zaak tegen hem een ‘samenzwering’ was. Hij onderbrak de officieren regelmatig tijdens het requisitoir en liet weten dat hij het er niet mee eens was. Hij wilde op enig moment niet meer luisteren naar de officieren van justitie. “Het is een martelzitting voor mij”, zei hij. 

Volgens de rechtbank heeft A. de slachtoffers tijdens de zittingsdagen ‘vele malen beledigd, zwartgemaakt en zich laatdunkend uitgelaten over hen, hun familie en hetgeen zij hebben verklaard’. “Hiermee heeft de verdachte wéér pijn veroorzaakt bij de slachtoffers. De rechtbank rekent de verdachte dit aan.”