Als vrouwelijke collega’s van Achouak el Idrissi naar het College voor de Rechten van de Mens stappen omdat ze minder verdienen dan hun mannelijke collega’s, gaat ook Achouak el Idrissi op onderzoek uit. Twee mannelijke collega’s die haar inzage willen geven in hun loonstrookjes, verdienden bij hun aanstelling maar liefst 3061 euro per maand meer dan zij. En dat terwijl ze hetzelfde werk deden (en doen).

Ze kaart het loonverschil aan bij haar werkgever, het bestuur van de rechtbank Amsterdam, maar daar vangt ze bot. “Het bestuur zag geen probleem.” Daarop besluit ook zij een procedure aan te spannen bij het College voor de Rechten van de Mens. 

Loonkloof bij rechters en officieren: VVD, D66 en CDA willen compensatie voor vrouwen

Lees ook Loonkloof bij rechters en officieren: VVD, D66 en CDA willen compensatie voor vrouwen

En met succes. Het college oordeelt dat de staat – die de salarissen van rechters betaalt – haar heeft gediscrimineerd op basis van haar geslacht, net als dat gebeurde met al drie anderen die eerder een procedure aanspanden. De salarissen van rechters zijn in de wet vastgelegd, maar er zijn te veel bevoegdheden om daarvan af te wijken, stelt het college daarnaast. Daardoor kan de ene rechter dus ruim 3000 euro per maand meer krijgen dan een collega.

Procederen tegen je werkgever is moeilijk, zegt Achouak el Idrissi. Maar als rechter ben je ook ‘heel geprivilegieerd’. “Als rechter heb je natuurlijk hoe dan ook een goed salaris. Daarnaast heb ik de kennis om een procedure in te gaan. Ik weet bij wie ik moet zijn, welke regelgeving er is. Dat weten veel werknemers natuurlijk niet. En ik kan niet ontslagen worden, als rechter word je voor het leven aangesteld. Het zijn allemaal factoren die het voor mij iets minder moeilijk maken dan voor anderen.”

Pijnlijk besef

Daarnaast is de relatie met haar werkgever altijd goed gebleven, wil ze benadrukken. “Natuurlijk zijn er emoties zoals boosheid en frustratie, een verschil van 3061 euro per maand gaat je niet in de koude kleren zitten. Daarvan hadden we een ander huis kunnen kopen, minder kunnen werken; we hadden ons leven er echt anders van kunnen inrichten. Daarnaast voelt het als dat ik minder gewaardeerd word. Dat is pijnlijk.”

“Het zou toch mooi zijn als de volgende generatie zich niet meer hoeft bezig te houden met een loonkloof.”

“Maar het heeft nooit een rol gespeeld in de bejegening tussen mij en het bestuur. Misschien is dat ook wel kenmerkend voor rechters: dat we dat kunnen scheiden van de procedure. Ik heb ook vertrouwen in het recht.”

Verdwijnen van de loonkloof

Door haar geprivilegieerde rol, hoopt Achouak el Idrissi ook een rol te kunnen spelen in het verdwijnen van de loonkloof in andere sectoren. “Ik hoop dat we met onze procedures naar de buitenwereld kunnen uitdragen dat er dingen verkeerd gaan, en hoe die anders moeten. Dat we kunnen laten zien dat gelijke beloning mogelijk is.”

Hopelijk zijn er dan andere beroepsgroepen die dit zien en uit zichzelf veranderingen doorvoeren. Het zou toch mooi zijn als de volgende generatie vrouwen zich niet meer hoeft bezig te houden met een loonkloof, al vrees ik dat de wereld er wat meer tijd voor nodig heeft.”

Salaris van collega's inzien moet helpen loonkloof te dichten

Lees ook Salaris van collega’s inzien moet helpen loonkloof te dichten

Achouak el Idrissi leert, ‘persoonlijk en als rechter’ veel van het procederen. “Zoals hoeveel energie het kost om hiermee bezig te zijn. En hoe lastig het is als je je zo afhankelijk voelt van het oordeel van een ander, in mijn geval het college maar bij anderen misschien de rechtbank. Niet weten hoe zo’n proces gaat uitpakken, is heel kwetsbaar. Het is goed om je dat als rechter ook te beseffen denk ik.”

Helaas voor haar gaat het proces nog wel even door. De staat en de Rechtspraak erkennen het oordeel van het College voor de Rechten van de Mens namelijk niet. “Het college doet niet-bindende uitspraken.” Dat betekent dat de partijen niet verplicht zijn er gehoor aan te geven. 

“Dat de Rechtspraak en de staat dat niet doen, verbaast ons wel. Het college, dat de gerechtigde autoriteit is op het gebied van discriminatie, verwijst heel duidelijk naar de wet. Ik snap dat mogelijk nog meer mensen zich melden, en het daarmee veel geld kan gaan kosten, maar dat is hoe de wet werkt.”

Volledige compensatie

Door de procedures die gevolgd zijn, is het aannamebeleid van rechters wel veranderd van betaald krijgen op basis van het laatste salaris, naar betaald krijgen op basis van werkervaring. Maar ook daar is het college – volgens Achouak el Idrissi terecht – kritisch over, omdat er te veel mogelijkheden worden geboden om daarvan af te wijken. “Bovendien geldt dan nog steeds dat rechters hetzelfde werk doen, ondanks hun eerdere werkervaring.”

En: het geldt alleen voor nieuwe rechters en heeft dus geen effect op de rechters die er al zitten. Al is het verschil tussen de salarissen van Achouak el Idrissi en haar collega’s inmiddels kleiner. “Wij willen een heel duidelijk systeem: rechters moeten hetzelfde betaald krijgen, omdat ze hetzelfde werk doen. En er moet volledige compensatie komen voor het bedrag dat wij door de discriminatie zijn misgelopen.”

De loonkloof bestaat nog steeds en lijkt te blijven bestaan: 'Ballen hebben'

Lees ook De loonkloof bestaat nog steeds en lijkt te blijven bestaan: ‘Ballen hebben’

Een van de redenen die worden aangedragen om niet in te stemmen met zo’n systeem, is volgens Achouak el Idrissi dat de Rechtspraak rechters met verschillende achtergronden wil. “Er wordt dan gezegd dat ze rekening moeten houden met de achtergrond van mensen, omdat ze bijvoorbeeld ook rechters willen die eerder als advocaat op de Zuidas werkten, en die een hoger salaris gewend zijn.”

“Maar de vraag is hoe eerlijk dat is, als je ook rechters hebt die hiervoor jarenlang in de sociale advocatuur hebben gewerkt. Zij kozen ervoor om die jaren weinig te verdienen, om mensen bij te staan die weinig geld hebben. Moeten ze daar dan voor gestraft worden als ze rechter worden?”

Rechters in opleiding verdienen meer

Achouak el Idrissi en haar collega’s zijn uitgenodigd voor een gesprek met de staatssecretaris van Justitie, om het over de loonkloof te hebben. Maar heel veel vertrouwen in een goede uitkomst, is er niet. “Vooralsnog verwijzen ze allemaal naar elkaar als het gaat om wie verantwoordelijk is en dus het probleem moet oplossen: het bestuur van de rechtbank, de Raad voor de Rechtspraak en het ministerie.” 

Zolang dat zo blijft, heeft ze meer vertrouwen in het recht. “Dan moeten we door blijven procederen. En dat zullen we dan ook doen. Je moet je voorstellen: we leiden als ervaren rechters nu zelfs nieuwe rechters op die meer verdienen dan wij. Terwijl we nog niet eens weten of zij de opleiding wel gaan halen. Dat is natuurlijk bizar.”

Gezamenlijke reactie Raad voor de rechtspraak en Rechtbank Amsterdam

“Als Raad voor de rechtspraak en gerechtsbesturen nemen we de oordelen van het CRM serieus. We staan voor gelijke behandeling en rechtvaardigheid. Niet alleen voor rechtzoekenden, maar ook voor onze eigen collega’s.

De oude inschalingsmethodiek op grond van het laatst verdiende inkomen – waar het in deze zaken om draait – was sinds de jaren ’90 een collectieve afspraak van de minister van Justitie en Veiligheid en de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR) voor rechterlijke ambtenaren van de Rechtspraak en het Openbaar Ministerie (OM). We hebben ons eerder ingezet voor een nieuwe inschalingsmethodiek passend bij de laatste wetenschappelijke inzichten en Europese richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen. Dit heeft geleid tot een nieuwe afspraak tussen het ministerie en de NVvR. Het beloningssysteem voor rechters in opleiding (rio’s) dat in deze zaken centraal staat, is zodoende aangepast en geldt niet meer sinds 1 juli 2023.

De impact die deze zaken hebben op onze collega’s raakt ons. Tegelijk zitten we niet aan het stuur als het om eventuele financiële compensatie gaat voor de oude inschalingsmethodiek. Dit maakt de situatie binnen onze organisatie ongemakkelijk en complex. Alleen de minister is bevoegd te beslissen over een collectieve regeling voor financiële compensatie.

Wat de situatie extra compliceert, is dat er sprake is van lopende juridische procedures. Hopelijk bieden die procedures op termijn in elk geval nadere duidelijkheid over een aantal nog openstaande juridische vraagstukken. We vinden het naar dat we in die zaken tegenover onze collega’s in de rechtszaal komen te staan. Onze inzet blijft erop gericht in gesprek en verbinding te blijven met onze collega’s.” 

Reactie namens staatssecretaris Claudia van Bruggen van Justitie en Veiligheid

“Gelijk werk moet gelijk betaald worden. ⁠Daarom neemt de staatssecretaris de uitspraak van het CVRM zeer serieus. ⁠Het inschalingsbeleid voor rechters in opleiding en officieren in opleiding is eerder aangepast. De betrokken rechters bij de zaak zijn door de staatssecretaris uitgenodigd om mee te praten over het oordeel van het CVRM en het advies voor compensatie, zodat zij hun blik op erkenning en compensatie kunnen delen. In dat gesprek wordt ook het amendement van de Tweede Kamer meegenomen om geld vrij te maken voor compensatie.”

Met dat amendement heeft het ministerie het over een bedrag van 5 miljoen euro dat is vrijgemaakt voor de compensatie van vrouwelijke rechters en officieren van justitie die op basis van geslacht zijn gediscrimineerd. Een van de andere gediscrimineerde rechters, Linde Dolfing, noemde dat eerder tegenover RTL Nieuws ‘een druppel op een gloeiende plaat’, omdat het bedrag volgens haar bij lange na niet genoeg is. “Sommige collega’s lopen over hun hele loopbaan tot 150.000 euro mis.”

Klik hier voor meer Lifestyle