“Ik heb een podcast gemaakt met het Drents archief over mijn leven. Die heet ‘Met een lach, met een traan’. De lach had betrekking op mijn jeugd in Schattenberg. Maar steeds als ik thuiskwam, zag ik het verdriet in de ogen van mijn ouders. Dan hoorde ik hen praten. ‘Wanneer gaan wij weer terug?’, werd er gezegd. Hen is beloofd dat zij na zes maanden weer naar de Molukken zouden gaan. Dat duurde maar en duurde maar. Ze waren hier totaal ongelukkig en heel verdrietig. Dat heb ik wel meegekregen.”
“Thuis werd er veel over gesproken. We kwamen vroeger vaak naar Schattenberg en andere kampen waar Molukkers woonden. Dan werden verhalen verteld. Vrolijke verhalen, maar ook de verdrietige verhalen. Over de belabberde omstandigheden, over de behandeling door Nederland. Dus je kunt wel zeggen dat het bij mij met de paplepel is ingegoten.”
“Het betekent heel veel voor mij. Als ik met mijn generatiegenoten praat over die erkenning, dan hebben ze allemaal het gevoel van: eindelijk. Vorig jaar zijn er bijvoorbeeld met gemeentelijke steun monumenten geplaatst op ik meen vijftien verschillende plekken. Maar dat is dus zonder steun van het Rijk, er is van daaruit te weinig aandacht geweest. Wat mij betreft wordt het een erkenning-plus: nu moeten ze het waar gaan maken.”
“Ik ben heel blij dat de excuses er komen, vooral voor de oudere generaties die daar toch een soort rust in kunnen vinden. Ikzelf en ook andere Molukkers van de jongere generaties vinden het wel een beetje te laat. De eerste generatie is helaas bijna niet meer onder ons. Excuses zijn mooi meegenomen, maar hoe verder? Is de Nederlandse overheid er klaar voor om verantwoordelijkheid te nemen voor haar eigen geschiedenis? Want het is niet alleen een Molukse geschiedenis, maar vooral ook een Nederlandse.
“Neem bijvoorbeeld heel simpel de salarissen van de militairen, hun achterstallige soldij. Waarom zijn die destijds niet betaald? Dat hoort toch zo? De overheid heeft dat tot op de dag van vandaag niet gedaan. En doe recht aan wat de Molukse KNIL-militairen is aangedaan. Die geschiedenis is zo essentieel. Een gedeelde geschiedenis. Laat die toch alsjeblieft in de schoolboeken opnemen. Ik geef gastlessen op scholen en ik merk toch veel behoefte onder die leerlingen om te weten wat ons allemaal is aangedaan.
“Herstel en het vertellen van het verhaal in schoolboeken is mooi meegenomen. Maar de vraag die ik mezelf stel is: hebben we dat per se nodig om verder te gaan en als gemeenschap naar de toekomst te kijken? Als ik om me heen kijk dan zie ik dat het voor de oudere generaties waardevol is, maar dat de jongere generatie ook wel zonder excuses kan om verder te gaan.”
“Er komt straks een Nationaal Programma voor de Molukken. Ik vind dat de Molukse gemeenschap zich heel goed moet voorbereiden op de gesprekken die dan zullen worden gevoerd. Dan krijg je de kans om van je te laten horen.”
“We zijn 75 jaar verder en ik blijf een RMS-er (Republiek der Zuidelijke Molukken red.), maar hoe vul je dat in deze tijd in? Als je ziet dat Indonesië stijf de deur dichthoudt, dan vind ik dat het mijn recht is om achter die RMS te blijven staan. Dus ik ben een voorstander als het gaat om die eigen staat. Alleen gaat het in de eerste plaats om het welzijn van de Molukse mensen daar. Dus ik zou zeggen: ga in dialoog om het welzijn van de mensen te verbeteren. Dat vind ik essentieel.”
“De onafhankelijkheid die is uitgeroepen is de reden dat we hier zijn. Maar wat ik persoonlijk belangrijk vind, is dat we aandacht geven aan de problemen die nog steeds spelen op de Molukken. Het is één van de armste provincies. Het land wordt geplunderd, er zijn politieke gevangenen. Er is nog veel hulp nodig. Het zou mooi zijn dat in een excuus wordt meegenomen dat de Nederlandse overheid daar ook naar kijkt.”