Steve Clarke is op zijn hoede voor Marokko, de tegenstander van Schotland in de nacht van vrijdag op zaterdag. De Schotse bondscoach zag de aanstaande opponent vorige week indruk maken in de openingswedstrijd tegen het povere Brazilië (1-1).
”Marokko is op dit moment nóg beter dan vier jaar geleden, toen het de halve finale bereikte”, verwijst Clarke op een persconferentie naar het voor Marokko uitermate geslaagde WK van 2022 in Qatar, toen Frankrijk de weg naar de finale belette.
Clarke weet dat Marokko een veelzijdig team is met de nodige talentvolle spelers. ”Ze hebben kracht, snelheid en de kwaliteit om een wedstrijd uit het niets open te breken. Het is gewoon een topland”, weet de keuzeheer dat Schotland een zware klus te wachten staat in het Boston Stadium in Foxborough.
”We zullen op topniveau moeten presteren om kans te maken. Het is een grote uitdaging voor ons. We hebben veel respect voor hen. We verwachten dat Marokko waarschijnlijk meer balbezit zal hebben. Wij moeten ervoor zorgen dat we, wanneer we de bal hebben, gevaarlijk kunnen zijn voor Marokko”, geeft Clarke alvast mee aan zijn spelers.
Schotland trad tegen Haïti (0-1 winst) aan met een viermansverdediging. Clarke lijkt tegen het aanvallend gezien veel sterkere Marokko te opteren voor een defensie met drie spelers. ”We kunnen op meerdere manieren spelen”, houdt de coach zich enigszins op de vlakte in aanloop naar de tweede groepswedstrijd van het WK.
”We waren de favoriet tegen Haïti en hadden het lastig, maar we wisten desondanks te winnen. Dit keer zijn we de underdog, en soms heeft Schotland dat ook gewoon liever”, vindt Clarke het geen ramp om Marokko als favoriet aan de wedstrijd te laten beginnen.
Een gelijkspel tegen Marokko brengt de tweede ronde wel heel dichtbij voor Schotland. Clarke wil daar echter niet te lang bij stilstaan. ”Je moet gewoon de wedstrijd spelen. Het belangrijkste is om te proberen te winnen. En als je niet kunt winnen, verlies dan in ieder geval niet. Alle mogelijke scenario’s en andere zaken zijn voor de media om over na te denken, niet voor ons.”