We spreken van een hittegolf als het minstens vijf dagen achtereen boven de 25 graden is, waarvan minstens drie dagen boven de 30 graden.

Hittegolven komen in Nederland doorgaans eens in de twee tot drie jaar voor, al zal die frequentie door de verandering van het klimaat hoger worden. Lokaal zijn de verschillen echter groot: in Maastricht is een tot twee hittegolven op jaarbasis niet uitzonderlijk, terwijl een hittegolf in kustprovincies als Fryslân minder vaak voorkomen. Op de Waddeneilanden zijn hittegolven het zeldzaamst.

Sinds het begin van de metingen in 1901 heeft Nederland 39 landelijke hittegolven gehad, die vastgesteld worden op het weerstation van De Bilt. Zo’n 40 procent daarvan heeft plaatsgevonden sinds 2000.