Minister-president Rob Jetten is overspoeld met reacties nadat hij afgelopen zondag excuses maakte aan de Molukse gemeenschap voor het leed dat ze is aangedaan. Dat vertelt hij vandaag tijdens zijn bezoek aan voormalig Kamp Westerbork, waar ook jarenlang KNIL-militairen met hun gezinnen woonden.

“Ik ben de afgelopen dagen overal waar ik kwam door mensen aangesproken en aangeschoten met-of-zonder Molukse roots”, zegt hij. “Ik merk bij veel Nederlanders dat ze eigenlijk heel weinig weten van die Molukse geschiedenis en dat de afgelopen dagen zijn gaan opzoeken. Ze zeggen zich daar ook voor te schamen. En ik hoor ook vooral veel Molukkers die zeggen: ik ben blij dat het gebeurd is. Vooral voor de nog levenden van de eerste generatie.”

Het was voor Jetten de eerste keer dat hij het herinneringscentrum bezocht. “Daarom is het extra bijzonder om vandaag deze rondleiding te krijgen.”

Jetten kwam op uitnodiging langs bij het herinneringscentrum om het goede voorbeeld te geven en sprak hier onder andere met leerlingen van een middelbare school in Enschede, Joodse kampoverlevende Hans Peeper en met Bertien Minco over de vernieuwingsplannen.

Een onderdeel van de nieuwbouwplannen is dat er een Molukse zone komt op het kampterrein. Op die manier wordt straks niet alleen stilgestaan bij de Joodse geschiedenis maar ook bij de Molukse en wordt het een plek met meerdere verhalen en perspectieven. Ook Jetten ziet daar de meerwaarde van in.

“Hier is natuurlijk vooral een zwarte bladzijde in de geschiedenis geschreven tijdens de Tweede Wereldoorlog met zoveel Joden, Roma en Sinti die zijn gedeporteerd naar Duitsland en zijn vermoord in allerlei vernietigingskampen. Maar ook omdat we hier na de Tweede Wereldoorlog vervolgens Molukkers gedwongen hebben opgevangen in ook mensonterende omstandigheden.”

Voor de verbouwingsplannen van Herinneringscentrum Kamp Westerbork is ongeveer 63 miljoen euro nodig. Het kabinet heeft toegezegd 15 miljoen euro mee te betalen. De rest wordt gezocht bij de provincie Drenthe, diverse fondsen en andere subsidiegevers.

Jetten bezocht na het kampterrein en het museum ook de begraafplaats van Hooghalen om stil te staan bij de beschermde graven van Molukse KNIL-militairen, hun partners en jonggestorven kinderen.