Rolf Nes en Rob (die niet met achternaam genoemd wil worden) staan allebei even te kijken naar de ravage die is achtergebleven na de grote brand bij de slagerij in Meppel gisteren. Beiden wonen vlakbij de slagerij. Schade hebben ze niet, afgezien van de auto van Rolf.
Rolf was een van de vele bewoners die zijn huis uit moest vanwege de brand. Gisteravond kon hij weer terug. “Ik heb gelukkig geen enkele schade in mijn huis, ondanks dat het nat is gehouden.”
Zijn auto kwam er niet helemaal ongeschonden vanaf, daar zitten krassen op. De brandweer reed er tegenaan. “Smalle straat. Brede auto. Dat ging niet helemaal goed. Maar de brandweer heeft dat netjes gemeld.” De auto stond in de straat geparkeerd tijdens de brand, en met de grote brandweerwagens paste het eigenlijk net niet.
Maar eerlijk gezegd maalt hij daar niet zo om. Hij is vooral de brandweer enorm dankbaar dat zijn woning geen vlam heeft gevat. “Absoluut, geweldig gedaan. Aan de auto kunnen ze ook niets doen. Maar het is droog weer, een aantal vonken is genoeg. Voor hetzelfde geld staat wel alles in de brand. Het zijn oude huizen, dus ook veel hout.”
Daar is Rob het helemaal mee eens. “Chapeau voor de brandweerlieden. Ze hebben het super gedaan en heel adequaat gehandeld. Moest ook wel, want alles staat dicht op elkaar en de straatjes zijn klein. Dus het is heel moeilijk om bij de brand te komen. Het had veel erger kunnen wezen. Dan heb je met deze binnenstad met nog wel heel veel oude woningen een groot probleem.”
Gisteren was die dank ook al zichtbaar. Een bewoonster deelde tegen het einde van de middag, in de hitte en toen de brand niet meer op zijn heftigst was, ijsjes uit aan de brandweerlieden. Die konden de verkoeling wel even waarderen.