De twee bevolkingsgroepen kwamen begin 1999 tegenover elkaar te staan, en dat werd een bloedbad. Het eeuwenoude geloof van de Dajaks was om het hoofd van de overwonnen tegenstander af te hakken. Het zogenaamde ‘koppensnellen’.

En dat ritueel kwam weer naar boven. Tientallen dorpen werden met de grond gelijkgemaakt. Madurezen werden vermoord en De Boer was de enige journalist in het gebied die er verslag van deed.

“Hoofden werden afgehakt, de Dajaks liepen rond met lidmaten in hun handen, mij werd een bloedend hart aangeboden, omdat je van het drinken van dat bloed onoverwinnelijk zou worden. Er stonden hoofden op palen, het was verschrikkelijk.”

De Boer had connecties met een Nederlandse pastoor en kon zo reizen in het gebied. Andere journalisten werden door het Indonesische leger tegengehouden bij de grens.

Het zorgde ervoor dat het verschrikkelijke nieuws dat hij bracht bijna niet geloofd werd door zijn opdrachtgevers. De Volkskrant plaatste zijn verhalen op een binnenpagina. Want waarom hadden grote internationale nieuwsorganisaties als CNN dit verhaal niet?

Pas maanden later ging het nieuws de wereld over.