De nachtelijke dopingcontroles van Tadej Pogacar en Jonas Vingegaard in de Tour de France houden de gemoederen flink bezig. De Sloveen van UAE gaf na rit 15 aan dat hij zelfs niet eens wist dat het toegestaan. Hoe zit het nou precies? Het Franse l’Équipe meldt maandag dat een rechter toestemming had gegeven, op grond van ‘ernstige en consistente verdenkingen’.Veel mensen en renners waren verbijsterd door de nachtelijke controles. De International Test Agency (ITA) was dan ook genoodzaakt tot een reactie. De dopingorganisatie deed dat dan ook, maar bleef daarbij toch behoorlijk vaag. ‘ITA is zich ervan bewust dat nachtelijke tests de slaap en het herstel van renners kunnen verstoren’, begon de ITA zijn statement.
‘Er zijn daarom passende voorzorgsmaatregelen genomen om de impact van testactiviteiten op renners zoveel mogelijk te minimaliseren. Aan de andere kant is de ITA, namens de UCI, verantwoordelijk voor de effectiviteit van het antidopingprogramma in de wielersport en de integriteit van de wedstrijden’, ging de instantie verder.
Volgens de regels zouden dit soort controles enkel toegestaan zijn bij verdenkingen, maar daar zei de instantie niets over. ‘Alle dopingcontroles die tijdens de Tour de France en andere internationale evenementen worden uitgevoerd, inclusief beslissingen over wanneer er getest moet worden, zijn uitgevoerd in overeenstemming met de ITA-dopingstrategieën en de antidopingregels van WADA, de antidopingregels van de UCI en de Franse wetgeving, met inachtneming van het welzijn, de gelijkheid en de fundamentele rechten van de renners.’
Lees verder onder de foto!
‘Franse rechter gaf goedkeuring door verdenkingen’
Zodoende was er nog altijd veel onduidelijkheid en dus ging het Franse l’Équipe op onderzoek uit. De conclusie daarvan zou zijn dat een rechter volgens de sportwet zou moeten vaststellen dat er ‘ernstige en consistente vermoedens’ bestaan dat de betreffende renner de antidopingregels heeft overtreden of op het punt staat dit te doen. Ook moet de rechter vaststellen of er een ‘risico op verlies van bewijsmateriaal’ bestaat.
Daarmee ging de Franse krant naar het parket van Parijs en de reactie klonk als volgt: ‘Zoals gebruikelijk in de aanloop naar de Tour de France, staan de afdelingen volksgezondheid van de rechtbanken van Parijs en Marseille, die bevoegd zijn voor dopingzaken, in contact met de UCI en de ITA.’
‘De rechters van deze twee rechtsgebieden zijn bevoegd om te oordelen over verzoeken om dopingcontroles in de nacht. De ITA verzocht daarom een rechter in Parijs, op grond van artikel L.232-14-4 van het Franse sportwetboek, om toestemming te geven voor de dopingcontroles die plaatsvonden in de nacht van 18 op 19 juli.’ Dat die toestemming werd gegeven, zou dus bevestigen dat er ‘ernstige en consistente vermoedens’ waren van dopinggebruik.
Volgens de Sportwet moeten deze tests worden uitgevoerd ‘onder voorwaarden die een strikte proportionaliteit garanderen tussen de inbreuk op de rechten van de atleet en de doelstellingen van de strijd tegen doping in termen van eerlijke concurrentie en de bescherming van hun gezondheid. Ze zijn beperkt tot het afnemen van monsters en het vastleggen van de waarnemingen van de atleet’.