Eiwitrijke cruesli, proteïnepannekoeken, proteïnerepen, yoghurt met extra eiwitten en zelfs proteïnekoffie: supermarktschappen puilen tegenwoordig uit met producten die schreeuwerig vermelden dat er extra proteïne in zit. Maar zijn al die eiwitten op de lange termijn eigenlijk wel zo gezond?

Een nieuwe overzichtsstudie, die is gebaseerd op meer dan 350 wetenschappelijke artikelen, zet daar grote vraagtekens bij. Het lijkt er sterk op dat minder eiwit eten juist gezonder voor je is en in sommige gevallen zelfs bijdraagt aan een langer leven. “Het is volstrekt helder dat eiwitten goed zijn voor de spiergroei en de reactie op inspanning bij actieve mensen”, zegt hoofdonderzoeker Dudley Lamming van de University of Wisconsin-Madison. “Maar omdat de meeste mensen relatief weinig bewegen, eet het gros waarschijnlijk meer eiwitten dan ze eigenlijk nodig hebben. Dat is iets om goed naar te kijken, want we hebben ontdekt dat dit negatieve gevolgen voor de gezondheid kan hebben.”

Less is more

Het is al tientallen jaren bekend dat minder calorieën eten de levensduur van veel organismen kan verlengen en het risico op ouderdomsziekten zoals kanker kan verkleinen. Maar een caloriearm dieet volhouden is makkelijker gezegd dan gedaan, dus zullen we het anders aan moeten pakken.

Eerdere studies lieten al zien dat minder eiwit eten de levensduur van vliegen en knaagdieren verlengt, zonder dat ze daarbij minder calorieën binnenkrijgen. Hetzelfde idee rijst op uit recente klinische onderzoeken bij mensen: minder eiwit consumeren leidde hier tot gewichtsverlies, minder vetmassa en een betere nuchtere bloedsuikerspiegel, zelfs wanneer de deelnemers in kwestie juist méér calorieën binnenkregen.

Verwarrende adviezen

Tegelijkertijd blijkt uit andere studies dat meer eiwit eten, gecombineerd met beweging, kan helpen bij gewichtsverlies en het tegengaan van leeftijdsgebonden spierverlies bij ouderen. Die bevindingen brachten Amerikaanse gezondheidsautoriteiten er dit jaar zelfs toe om hun voedingsrichtlijnen aan te passen: ze adviseren nu een hogere dagelijkse eiwitinname van 1,2 tot 1,6 gram per kilogram lichaamsgewicht, bijna een verdubbeling van het eerdere advies. Ondertussen krijgen Amerikanen al meer eiwitten binnen dan ooit en worden ouderen ook nog eens specifiek aangemoedigd hun inname verder te verhogen.

Leestip: Spieren kweken: maakt het uit waar je eiwitten vandaan komen?

Een hele mond vol

Lamming en zijn collega’s waren vastbesloten om duidelijkheid scheppen in deze wirwar van resultaten en adviezen, en namen decennia aan onderzoek naar eiwitbeperking en veroudering onder de loep. Ze zijn erachter gekomen dat eiwitbeperking de veroudering vertraagt door de stofwisseling te verbeteren, de manier waarop cellen op voedingsstoffen reageren te veranderen, celschade te beperken en gezonde celfuncties te behouden.

Een van de belangrijkste schakels hierin is het hormoon fibroblast growth factor 21 (FGF21), dat stijgt zodra de eiwitinname laag is. FGF21 verhoogt het energieverbruik van het lichaam, verbetert de bloedsuikerregulatie en vermindert ontstekingen. Onderzoek bij muizen toonde aan dat dieren met hogere FGF21-waarden langer leven dan normale muizen en dat dit effect sterker is bij mannelijke dan bij vrouwelijke muizen. Ook bij mensen stijgt het FGF21-niveau wanneer ze minder eiwitten eten.

De meta-analyse belicht ook een aantal specifieke aminozuren (bouwstenen van eiwitten) die veel van deze effecten lijken aan te sturen, waaronder methionine, isoleucine en valine. Studies laten zien dat een teveel aan deze aminozuren biologische processen in gang kan zetten die groei stimuleren, waardoor het risico op obesitas, ontstekingen en andere ouderdomsziekten toeneemt.

Pas op met eiwitrijke producten

“De meeste mensen zijn fysiek weinig actief. Deze studies laten zien dat de hoeveelheid eiwit die we tegenwoordig eten, negatieve gevolgen kan hebben voor de gezondheid van relatief inactieve mensen”, aldus Lamming. Hij benadrukt wel dat sommige groepen, zoals zwangere vrouwen en bepaalde oudere volwassenen, een hogere eiwitbehoefte hebben. Maar voor de meeste volwassenen leveren eiwitverrijkte producten waarschijnlijk niet de gezondheidsvoordelen op die mensen ervan verwachten.

Lamming wijst erop dat topsporters vaak grote hoeveelheden eiwit binnenkrijgen zonder daar stofwisselingsziekten aan over te houden. Hij vermoedt dat regelmatige lichaamsbeweging, waarbij het eiwit wordt gebruikt om sterke, gezonde spieren op te bouwen, hen juist beschermt tegen de negatieve gezondheidseffecten die gelinkt zijn aan een eiwitrijk dieet.

“Recente adviezen moedigen mensen aan om meer eiwit te eten, maar tegelijkertijd ook om meer te bewegen”, concludeert Lamming. “Dit is te kort door de bocht. We moeten eiwitadviezen niet alleen baseren op leeftijd, maar ook personaliseren op basis van hoe fysiek actief iemand daadwerkelijk is.”

Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast: !