Het Statenlid hamerde hier een maand geleden op samen met Sterk Lokaal Drenthe tijdens de bespreking van provinciale plannen om Drenthe van het stikstofslot te halen. De partijen wijzen daarvoor naar het onderzoek Van verwarring naar verbinding van de WUR.

Ja, zeggen deze Wageningse onderzoekers, een zonering van 500 meter heeft een positief effect op de rand van een natuurgebied. En nee, zit een bedrijf verder dan 500 meter van de natuur, dan is het effect van de neerslag van stikstofverbindingen niet meetbaar.

“Je wilt verslechtering van de natuur tegengaan, dat is de kern”, zegt Brandsema. “Er moet een aantoonbare relatie zijn tussen uitstoot en effect op de natuur. Voor bedrijven op bijvoorbeeld 800 meter is extra beleid lastig uit te leggen.”

Het Statenlid wijst erop dat het college kiest voor solidariteit: door de bufferzone te vergroten, kan de vermindering van uitstoot over meer boeren verdeeld worden. Per bedrijf is de opgave dan minder groot.

“Die redenatie kan ik goed volgen. Maar wat zeg je tegen een boer op 800 meter afstand die niet solidair wil zijn? Ik zie liever een goede, wetenschappelijke, en daarmee steviger juridisch geborgde onderbouwing. Dat is het geval met een bufferzone van 500 meter.”

Hoogleraar landgebruiksplanning Martha Bakker van de WUR, niet betrokken bij bovenstaand WUR-onderzoek, vindt juist dat het Rijk momenteel te weinig doet. Zij denkt dat er grotere zones nodig zijn om natuurdoelen te halen.

Bakker maakte zelf enkele jaren geleden een kaartje waarop ze de intensieve en extensieve landbouw uit elkaar trok. Er moeten in haar ogen plekken komen waar boeren volop hun gang kunnen gaan. Op andere plekken moet dat beperkt worden. “Landgebruik is zo het meest efficiĆ«nt.”

Hoewel ze het goed vindt dat het Rijk richting geeft, bekijkt ze de huidige zonering met argusogen. “Boeren die niet in een bufferzone zitten, halen opgelucht adem”, zegt de hoogleraar.

“Maar ik ben bang dat er over een paar jaar weer nieuwe extra maatregelen moeten komen, omdat dit plan niet ambitieus genoeg is. Het kabinet focust nu op bescherming van natuurgebieden, maar nauwelijks op volksgezondheid, klimaatbestendigheid, bodemkwaliteit en bodemdaling. Boeren krijgen op deze manier schijnzekerheid.”

Intussen groeit langzaam de weerstand bij boeren over de bufferzones. Her en der worden doeken opgehangen waarop de agrariƫrs hun onvrede uiten. Hoogleraar Bakker kan begrip voor hun zorgen opbrengen.

Want, zo zegt ze, het ontbreekt momenteel aan duidelijkheid over het toekomstige bedrijfsmodel van boeren. “Hoe kom je rond als je de helft van je koeien moet wegdoen? Ik wacht ook op het antwoord op deze vraag. Boeren hebben vooral duidelijkheid nodig over hun verdienmodel. Als die er komt, verdwijnt veel van de onrust.”