Stemmingswisselingen, slapeloze nachten, somberheid en zelfs depressieve gevoelens: als vrouw in de overgang kun je met allerlei vervelende klachten te maken krijgen. Waar komen die klachten vandaan? En welke rol speelt je brein daarin?

In je brein zitten tal van oestrogeenreceptoren: eiwitten die zich binden aan het hormoon oestrogeen. Ze zijn verspreid over verschillende hersengebieden en beïnvloeden hoe neurotransmitters, de boodschappers die signalen tussen hersencellen doorgeven, hun werk doen. Zo spelen ze een rol bij onder meer slaap, motivatie, stemming en geheugen.

Maar juist oestrogeen neemt tijdens de overgang af. De eierstokken maken steeds minder van dit hormoon aan. Dat gaat niet geleidelijk: de hoeveelheid oestrogeen kan flink schommelen. Omdat oestrogeen invloed heeft op verschillende neurotransmitters, verandert ook de manier waarop je hersenen functioneren. Dat kun je merken in het dagelijks leven.

Luister nu de podcast Het Spreekuur
In de podcast Het Spreekuur beantwoorden Erik Scherder en Leonard Hofstra lezersvragen over gezond leven vanuit het hoofd en vanuit het hart. Zelf een vraag stellen? Mail naar hetspreekuur@quest.nl Luister hier de aflevering over de overgang

Geniet je minder van dingen waar je vroeger blij van werd? Of voelt een feestje ineens minder leuk dan voorheen? Dan kan dat komen doordat dopamine minder goed werkt. Deze neurotransmitter speelt een belangrijke rol bij plezier en beloning.

Ook kun je minder goed in je vel zitten, doordat serotonine tijdens de overgang minder goed kan functioneren. Deze neurotransmitter helpt je stemming stabiel te houden. Werkt serotonine minder goed, dan kun je je somber voelen of zelfs depressieve gevoelens krijgen.

En kom je maar niet in beweging, terwijl je weet dat je nog van alles moet doen? Ook dat kan met je brein te maken hebben. Glutamaat, een neurotransmitter die betrokken is bij prikkeling en motivatie, kan tijdens de overgang iets minder goed zijn werk doen. Daardoor kost het soms meer moeite om initiatief te nemen of ergens aan te beginnen.

lees alles van erik scherder in ons dossier

Kortom: tijdens de overgang raakt de samenwerking tussen oestrogeen en de neurotransmitters in je brein soms uit balans. Je kunt het zien als een boom met een uitgebreid wortelstelsel. Zolang alle wortels stevig met elkaar verbonden zijn, blijft de boom overeind. Tijdens de overgang raken die wortels tijdelijk verstoord, waardoor de boom minder stevig staat.

Niet bij iedere vrouw wordt er even hard aan die boom gemorreld. Maar als de klachten er wél zijn, kunnen ze een grote invloed hebben op het dagelijks leven. Voor sommige vrouwen kan hormoontherapie helpen om de balans deels te herstellen. Of dat een goede keuze is, verschilt van vrouw tot vrouw en hangt onder meer af van je gezondheid en persoonlijke situatie. Bespreek die mogelijkheid daarom altijd met je huisarts of een andere behandelaar.

Het is dus goed om klachten serieus te nemen, maar minstens zo belangrijk om ze in de juiste context te plaatsen. Niet alles wat je in deze levensfase merkt, komt automatisch door de overgang. Een naam vergeten? Dat gebeurde op je vijfentwintigste waarschijnlijk ook weleens, alleen viel het toen misschien minder op. Even geen zin in dat feestje? Ook dan is er niet direct iets aan de hand.

En hoe vervelend de overgang ook kan zijn: voor veel vrouwen is het gelukkig een tijdelijke fase. Na de menopauze ervaren veel vrouwen weer een goede kwaliteit van leven. Je lichaam keert niet terug naar de oude hormonale situatie, maar lichaam en brein vinden uiteindelijk wel een nieuw evenwicht. De boom staat weer steviger, de storm gaat liggen.