’s Avonds fiets ik na een lange dag naar huis. Het is druk en het regent. Ik sluit aan bij het stoplicht, en dan zie ik dat degene vooraan niet op het knopje heeft gedrukt. Ik moet de neiging onderdrukken om dwars over vier fietsen heen te roepen dat er verdorie wel op die knop gedrukt moet worden.
Maar ik hou me in, omdat ergens in mijn hoofd het woord fopknop boven komt drijven. Vermoedelijk zijn die knoppen helemaal niet aangesloten, ze staan er alleen om weggebruikers de ‘illusie van controle’ te geven. Is dat zo? En waar komt dat verhaal vandaan?
In New York heeft drukken echt geen zin
Het verhaal heeft zeker een kern van waarheid, en die kern ligt in Amerika. In New York zijn volgens de The New York Times stoplichtknoppen namelijk in vrijwel alle gevallen niet aangesloten. In de jaren 90 hebben ze het verkeerssysteem daar volledig geautomatiseerd, en sindsdien wordt het verkeer aangestuurd via een vast schema waar knoppen geen invloed op hebben.
Nu is dat in New York niet gek: met bijna negen miljoen inwoners en 65 miljoen bezoekers per jaar is het aannemelijk dat er daar áltijd wel iemand voor het rode stoplicht staat te wachten. Daar is geen knop voor nodig.
Maar waarom hebben ze die knoppen laten staan? Met deze vraag was de legende van de fopknop geboren. Het gerucht ging dat stadsplanners de knoppen expres lieten staan, om voetgangers de illusie te geven dat ze nog steeds invloed hadden op het verkeer. Het idee daarachter: wie denkt invloed te hebben, wacht braver op groen.
Ook interessant: Waarom drukken we zo graag op knopjes?
Mooi verhaal, maar dat is niet bewezen. De commissaris verkeersoperaties van New York meldde destijds dat de keuze, zoals bij wel meer dingen in die stad, financieel gemotiveerd was. Het zou een miljoen dollar hebben gekost om alle knoppen te verwijderen. Ze gewoon laten staan kostte niks.
Drukken is meedoen
Nederland denkt in het verkeer minder aan geld, en meer aan efficiëntie: in verkeersinfrastructuur zijn we dan ook wereldkampioen. Een stoplicht dat zonder aanleiding op groen springt, houdt het kruisende verkeer voor niets op. Dat verlaagt de efficiëntie van het systeem, iets wat uiteraard vermeden moet worden.
Ook interessant: Zo lang staan we in ons leven voor het stoplicht
Daarom zijn de fysieke knoppen bij Nederlandse stoplichten vrijwel altijd daadwerkelijk aangesloten op de grijze regelkast van het systeem, staat in het Handboek verkeerslichtenregelingen. Zodra jij je als fietser of voetganger bij de knop meldt, wordt er een signaal gestuurd naar de software in de kast. Die software houdt vanaf dat moment rekening met jou bij het bepalen van de meest efficiënte en eerlijke doorstroming. Druk je niet op de knop, dan houdt hij geen rekening met je.
Dat betekent dat niet dat het licht zonder een druk op de knop nooit meer groen wordt. Zo nu en dan komt het stoplicht automatisch langs in de wachtrij. Nu kun je soms geluk hebben, maar gemiddeld gezien zul je langer moeten wachten als je niet op de knop drukt.
De fietslus en frustratiedrukkers
Maar voor fietsers kan een druk op de knop nog steeds overbodig zijn. Dit komt door een andere technologie: de detectielus. Dat is een koperen kabel in het wegdek dichtbij de stopstreep die zijn eigen magnetisch veld opwekt.
Als jij daar met je metalen fiets overheen rijdt, verstoor je dat veld. Dit is een teken voor de lus dat jij bij het stoplicht staat te wachten. Daarom stuurt hij een seintje naar de software om jou in de wachtrij te zetten.
De knop op zo’n kruispunt werkt nog steeds, maar als de lus je al heeft aangemeld, voegt drukken niets meer toe. De software registreert namelijk alleen de eerste melding. Komen daarna meer signalen, dan negeert het systeem die.
Dit betekent trouwens ook dat gefrustreerd op de knop blijven rammen als je haast hebt, geen zin heeft. Het systeem zal (helaas) niet denken: die heeft vast haast, die geef ik voorrang.
Lussen vind je overal
Detectielussen voor fietsers liggen in vrijwel elk kruispunt in Nederland, volgens dit rapport. Drukken is als fietser dus vaak meer bezigheidstherapie dan noodzaak.
Met deze kennis hou ik me in de Amsterdamse fietsfiles wel in. Maar sta ik achteraan bij een rij voetgangers, en drukt de voorste niet? Dan zullen ze van me horen.

Akke studeert biologie aan de Universiteit van Amsterdam. Het liefst doet zij onderzoek naar het dierenrijk en de mysterieuze werkingen van systeem aarde. Na een aantal jaar achter de computer in haar eentje over één ding schrijven, besefte ze zich dat ze veel liever met leuke mensen over van alles schrijft. En daarvoor is Quest perfect!