“Hij kostte tien miljoen euro en wordt nu voor vijf miljoen verkocht. Dat is vijf miljoen verlies.” Die rekensom duikt iedere transferperiode weer op. Net als de vraag waarom een club een dure aankoop liever verhuurt dan voor een lager bedrag verkoopt. Desnoods voor wat minder, dan ben je er tenminste vanaf.

Toch kijken clubs naar meer dan alleen de oude aankoopprijs. Hoeveel van de investering is al verwerkt? Voor welk bedrag staat een speler nog in de boeken? En wat betekent een vertrek voor het salaris en de financiële ruimte van een club? Dat maakt sommige keuzes op de transfermarkt ineens een stuk begrijpelijker.

De boekwaarde van een speler

Bij clubs die transfersommen op de balans zetten, wordt een aankoop niet in één keer als kosten verwerkt. Het bedrag wordt gedurende de contractduur afgeschreven. Neem een speler die voor tien miljoen euro wordt gekocht en voor vijf jaar tekent. In een eenvoudig voorbeeld wordt ieder jaar twee miljoen afgeschreven. Na drie jaar is zes miljoen als kosten verwerkt en staat de speler nog voor vier miljoen in de boeken.

Wordt hij vervolgens voor vijf miljoen verkocht, dan lijkt het alsof de club vijf miljoen verlies heeft gemaakt: tien miljoen betaald, vijf miljoen teruggekregen. Over de hele investering is er inderdaad vijf miljoen minder aan transfersom teruggekomen. Maar in het seizoen van verkoop staat nog vier miljoen op de balans tegenover een opbrengst van vijf miljoen. Op die verkoop ontstaat dus één miljoen boekwinst.

De andere miljoenen zijn niet verdwenen. Die zijn in eerdere jaren al via de afschrijvingen als kosten verwerkt. Een slechte aankoop kan daardoor nog steeds een slechte aankoop zijn, terwijl de uiteindelijke verkoop op dat moment wél verstandig is.

De boekwaarde zegt bovendien niet wat een speler op de transfermarkt waard is. Juist het verschil tussen wat hij nog in de boeken staat en wat een andere club wil betalen, wordt bij verkoop belangrijk.

Waarom dat voor clubs belangrijk is

Clubs moeten ieder seizoen hun financiële positie bewaken. Salarissen drukken op de begroting, eerdere aankopen zorgen nog voor afschrijvingen en ondertussen moet er ruimte worden gevonden om de selectie te versterken.

Een verkoop kan op meerdere manieren helpen. Er komt een transfersom binnen, het salaris valt weg en de resterende boekwaarde wordt verwerkt. Daarna lopen voor die speler geen afschrijvingen meer door. Ligt de verkoopprijs boven wat er nog in de boeken staat, dan ontstaat bovendien een positief resultaat.

Dat betekent niet dat iedere euro boekwinst direct opnieuw kan worden uitgegeven. Geld op de bank, het resultaat in de jaarrekening en het transferbudget zijn verschillende zaken. Maar een vertrek kan wel ruimte creëren om opnieuw de markt op te gaan.

Ko Itakura is daar een actueel voorbeeld van. Ajax haalde de Japanner vorig jaar voor ongeveer 10,5 miljoen euro en legde hem vast tot medio 2029. Inmiddels is hij alweer verkocht aan zijn oude club Borussia Mönchengladbach. De Telegraaf spreekt van vijf miljoen euro.

In een vereenvoudigde berekening wordt zijn transfersom over vier jaar afgeschreven, zo’n 2,6 miljoen euro per seizoen. Na één jaar zou Itakura daardoor nog voor ongeveer 7,9 miljoen euro in de boeken staan. Bij een verkoop voor vijf miljoen euro betekent dat een boekverlies van circa 2,9 miljoen euro.

Toch kan het logisch zijn om nu afscheid te nemen. Volgens De Telegraaf verdiende Itakura ruim vier miljoen euro bruto per jaar. Met zijn vertrek komt er niet alleen vijf miljoen euro binnen, maar verdwijnt ook dat hoge salaris uit de begroting. Zo kan een boekverlies op korte termijn toch financiële ruimte opleveren voor de jaren erna.

Waarom clubs soms liever verhuren

Bij een andere speler kan juist het tegenovergestelde spelen. Ligt een bod duidelijk onder wat hij nog in de boeken staat, dan betekent direct verkopen dat het verschil meteen als boekverlies wordt verwerkt.

Verhuren kan dan een alternatief zijn. Bij een gewone huur zonder verplichte koop blijft de speler op de balans staan en loopt de afschrijving door. Een jaar later is zijn boekwaarde dus lager.

Stel dat een speler vandaag nog voor acht miljoen euro in de boeken staat en een andere club zes miljoen wil betalen. Direct verkopen betekent twee miljoen boekverlies. Staat hij na een huurjaar nog voor vijf miljoen in de boeken, dan ligt diezelfde verkoopprijs van zes miljoen een jaar later juist boven zijn boekwaarde.

Dat is geen gratis voordeel. De afschrijving tijdens het huurjaar blijft een kostenpost. Maar daar kan een huursom tegenover staan en de andere club kan een deel of het volledige salaris overnemen. Tegelijkertijd krijgt de speler de kans om zich opnieuw in de markt te zetten. Een jaar later kan dezelfde transfersom financieel dus heel anders uitpakken. Soms koopt een club met zo’n huurconstructie vooral tijd.

Sutalo als actueel voorbeeld

De situatie rond Josip Sutalo laat zien hoe zo’n constructie er in de praktijk uit kan zien. Ajax betaalde in 2023 een vaste transfersom van 20,5 miljoen euro voor de Kroaat, die voor vijf jaar tekende. Volgens transferjournalist Gianluca Di Marzio betaalt Lazio nu drie miljoen euro voor een huurperiode, met een koopoptie van 7,5 miljoen euro.

Wie alleen 20,5 tegenover 7,5 miljoen zet, komt snel tot de conclusie dat Ajax dertien miljoen verliest. Zo eenvoudig ligt het boekhoudkundig niet. Op basis van alleen de vaste transfersom komt de jaarlijkse afschrijving in een vereenvoudigde berekening uit op ongeveer 4,1 miljoen euro. Na drie seizoenen zou Sutalo dan nog voor circa 8,2 miljoen euro in de boeken staan.

Loopt die afschrijving tijdens een volledig huurjaar door, dan resteert in de zomer van 2027 ongeveer 4,1 miljoen euro. Licht Lazio vervolgens de koopoptie van 7,5 miljoen, dan zou Ajax op de verkoop zelf in deze eenvoudige berekening circa 3,4 miljoen euro boekwinst kunnen noteren.

De afschrijving van 4,1 miljoen tijdens het huurjaar blijft wel gewoon een kostenpost. Daartegenover staat volgens de berichtgeving drie miljoen euro huursom. Sutalo verdient volgens De Telegraaf tussen de 2,5 en drie miljoen euro bruto per jaar. Als Lazio dat salaris geheel of gedeeltelijk overneemt, komt daar nog een besparing bij.

De werkelijke boekwaarde kan afwijken door bijvoorbeeld bonussen, direct toerekenbare transferkosten en exacte afschrijvingsdata. Maar het voorbeeld laat zien waarom 7,5 miljoen euro een jaar later financieel heel anders kan uitpakken dan het op het eerste gezicht lijkt.

Dat maakt de oorspronkelijke aankoop niet beter. Het verklaart wel waarom eerst verhuren aantrekkelijker kan zijn dan nu tegen ieder bod verkopen.

Daarbij geldt één nuance. Volgens de berichtgeving kan de koopoptie onder voorwaarden verplicht worden. Als een definitieve transfer feitelijk al vaststaat, kan de deal boekhoudkundig vanaf het begin als verkoop worden behandeld. De speler wordt dan niet eerst nog een volledig huurjaar verder afgeschreven.

Die financiële afweging speelt niet alleen bij één individuele transfer. Ook de samenstelling van de totale selectie bepaalt hoeveel ruimte een club heeft. Feyenoord heeft deze zomer al voor miljoenen verkocht, maar heeft nog een grote groep spelers onder contract. De Rotterdammers willen onder meer nog een linksbuiten en een rechtsbuiten (voor nu een back-up voor Anis Hadj Moussa) halen, maar moeten daarvoor eerst ruimte creëren.

Transferinkomsten zijn dus niet automatisch vrij transferbudget. Salarissen, lopende afschrijvingen, eerdere aankopen en de omvang van de selectie bepalen mede wat een club opnieuw kan uitgeven.

Verhuren is geen wondermiddel. Een speler kan weinig spelen, geblesseerd raken of verder in waarde dalen. Een koopoptie kan niet worden gelicht en ondertussen wordt zijn contract korter.

Een lagere boekwaarde kan gunstig zijn, maar met nog één contractjaar over neemt juist de druk toe. Wie te lang wacht, loopt het risico dat een speler uiteindelijk voor weinig of zelfs transfervrij vertrekt.

De oude aankoopprijs zegt niet alles

Een speler voor tien miljoen kopen en later voor vijf miljoen verkopen betekent nog steeds dat er vijf miljoen minder aan transfersom is teruggekomen. Boekhouden verandert die rekensom niet.

Maar daarmee weet je nog niet of verkopen op dat moment de beste keuze is. De resterende boekwaarde, het salaris, de contractduur, een eventuele huursom en de ruimte binnen de selectie tellen allemaal mee.

Wie transferbeleid wil begrijpen, moet daarom verder kijken dan alleen wat een speler ooit heeft gekost. Wat kan hij nu opleveren, voor hoeveel staat hij nog in de boeken en welke ruimte ontstaat er als hij vertrekt?