Buddy Vedder mag ondanks alle kritiek tóch terugkeren als sidekick van Caroline Tensen in Eén tegen 100. Tina Nijkamp vermoedt echter dat zijn opvallende rol geen lang leven meer beschoren is…
© RTL
Buddy Vedder werd afgelopen seizoen ineens toegevoegd aan Eén tegen 100 als een soort rondlopende professor. Terwijl Caroline Tensen gewoon de quiz presenteert, komt hij tussendoor opdraven met proefjes en andere uitleg. Een merkwaardige constructie die volgens critici weinig toevoegt aan het programma, dat al decennia een tv-klassieker is.
‘Slaat nergens op’
Tv-autoriteit Tina Nijkamp vindt het bizar dat RTL 4 hier gewoon aan vasthoudt. “Goed nieuws voor Buddy Vedder, maar iets minder denk ik voor de kijkers: hij krijgt toch weer die rol in Eén tegen 100. Daar krijg ik allemaal berichten over. Die hele quiz is toch wel achteruitgegaan door die rol”, zegt ze in haar podcast Tina’s TV Update.
“Ik vind Buddy Vedder eigenlijk een ontzettend leuke presentator, daar gaat het verder niet om, maar hij heeft daar een ontzettend gekke rol gekregen als een soort professor met allemaal proefjes. Nou, het slaat helemaal nergens op. Het komt heel ongemakkelijk over. Maar dat gaat dus gewoon door.”
Gezichtsverlies
Er is héél veel kritiek opgekomen, benadrukt Tina. “Niet alleen van mij, maar ook van anderen, maar Buddy mag blijven.”
Toch gaan ze verder. “Of dat nou is om gezichtsverlies te voorkomen voor hem? Dat denk ik eigenlijk. En dat ze hierna snel afscheid van hem nemen of dat er al een contract was getekend of zoiets. Ik kan me toch niet voorstellen dat het is omdat ze het inhoudelijk zo goed vonden gaan. En wat ik heel raar vind is dat Buddy Verder dit zélf wil.”
Volwassen
Buddy moet dit zelf niet willen, aldus Tina. “Want dit is natuurlijk totaal niet goed voor zijn naam, lijkt mij. Hij was toch altijd bij Got Talent samen met Jamai, en ook bij Stars on Stage, gewoon een volwassen presentator. En nu maakt hij zichzelf, vind ik, wel veel kleiner in deze hele rare kinderachtige rol bij Eén tegen 100.”
“Ontzéttend kinderachtig moet ik zeggen. Maar goed, hij moet het zelf weten. Het zal wel goed betalen.”