Dat komt volgens de boswachter omdat bladeren veel water verdampen. Daardoor is het voor de bomen beter om het blad te laten vallen. “Een aantal soorten reageert daar nu op, zoals de lijsterbes en de berk.”
De valse herfst heeft niet alleen zijn weerslag op bomen, ook ander natuur lijdt eronder. “Ik rij nu over de hei en daar zie ik heel veel vergeelde en dode struikheide. Je ziet het ook op de graslanden. Het vergelen van gras is net als het vallen van bladeren een overlevingsmechanisme.”
De soorten die het nu zwaar hebben, blijken niet bestand te zijn tegen het warmere klimaat. “Als we volgend jaar weer een warme zomer krijgen, gaan dezelfde soorten het weer heel zwaar krijgen.”
Ondanks dat Veenstra delen van de natuur te vroeg in de herfststand ziet gaan, wordt er door Natuurmonumenten niet ingegrepen. “Het is een natuurlijk proces. Daar hebben we geen stuur op en dat willen we ook niet. We gaan bomen die het moeilijk hebben geen extra water geven.”
Dat natuurlijke proces waar Veenstra naar verwijst kan volgens hem voor de lange termijn juist positieve gevolgen hebben voor de Drentse natuur. “Zo’n 70, 80 jaar geleden zijn veel bossen aangelegd. Dat gebeurde toen met een beperkt aantal bomen, een eentonig soort variaties.” Soorten die dus niet goed bestand zijn tegen een veranderend klimaat.
“Eigenlijk zie je dat de natuur het op lange termijn zelf regelt. In het verleden werden veelal naaldbomen aangeplant, die het niet goed doen onder deze omstandigheden. Doordat deze nu afsterven zie je dat er nieuwe soorten opstaan die er beter tegen bestand zijn.”
Kortom, de bomen die nu afsterven maken plaats voor nieuwe soorten. Een definitief oordeel over deze ontwikkeling kan Veenstra echter niet geven. “De natuur reageert vaak heel langzaam en de effecten zijn pas op de lange termijn zichtbaar.”