NOS Nieuws•vandaag, 16:09
Turkije moet zakenman en filantroop Osman Kavala onmiddellijk vrijlaten, oordeelt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Het hof stelt dat zijn zaak een “systematisch probleem” blootlegt in Turkije dat “gekenmerkt wordt door de detentie en vervolging van politieke tegenstanders, mensenrechtenactivisten en journalisten”.
De 68-jarige Kavala zit sinds 2017 vast en werd in 2022 veroordeeld tot levenslang(opent in nieuw venster) zonder kans op vervroegde vrijlating voor zijn rol bij de Gezi-protesten in 2013 en de mislukte staatsgreep in 2016. Volgens een Turkse rechtbank had hij de protesten rond het Gezipark tegen de regering gefinancierd en deed hij pogingen om de regering omver te werpen.
Een lagere kamer van het EHRM oordeelde in 2019 al dat Kavala moest worden vrijgelaten en dat zijn veroordeling nietig moest worden verklaard. Volgens het hof was er geen bewijs gevonden voor de aanklachten tegen hem. Ook moet Turkije Kavala een schadevergoeding betalen.
President Erdogan verwierp die uitspraak en stelde dat de Turkse rechterlijke macht onafhankelijk en onpartijdig handelt.
De rechters van een hogere kamer scharen zich nu achter de uitspraak van 2019 en herhalen de oproep om zijn vrijlating. Volgens het EHRM was het proces tegen Kavala bedoeld om hem het zwijgen op te leggen. Mensenrechtenorganisaties en critici van president Erdogan stellen dat hij de rechterlijke macht misbruikt om zijn tegenstanders te vervolgen en op te sluiten.
Diplomatieke crisis
Het niet opvolgen van de uitspraak leidde in 2021 tot een diplomatieke impasse tussen Ankara en tien westerse landen, waaronder Nederland. De landen hadden in een verklaring Turkije opgeroepen om Kavala vrij te laten.
Erdogan zag dit als bemoeienis in de binnenlandse politiek en dreigde de ambassadeurs van de landen uit te zetten. Dat dreigement trok hij later weer in.
Vonnissen van het EHRM zijn bindend voor leden van de Raad van Europa. Ook Turkije is lid van de Raad. Het is aan andere leden om te bepalen wat de gevolgen zijn voor het Turkse lidmaatschap van de Europese organisatie als Ankara weigert gevolg te geven aan het definitieve vonnis.