Gordon denkt wel te weten waarom zijn Blushing-zaak in Blaricum niet genoeg opleverde. Volgens hem voelden veel rijke dorpsgenoten zich te goed om tussen zijn fans uit de rest van het land te zitten.

Gordon Beeld: Tijd voor MAX

Gordon heeft onlangs afscheid genomen van zijn Blushing-vestiging in Blaricum. Hoewel de horecazaak volgens hem hartstikke goed werd bezocht, leverde die onderaan de streep simpelweg te weinig op. Voor het tweede jaar op rij hield hij er naar eigen zeggen niets aan over en dan is het op een gegeven moment over en uit.

Elke dag vol

Dat klinkt misschien tegenstrijdig voor een zaak die goed liep, erkent Gordon in de podcast Steengoed. “Prachtige zaak, heel succesvol, elke dag vol. En dan uiteindelijk moet je als ondernemer concluderen van: wat hou ik onderaan de streep over? En als dat dan voor het tweede jaar op rij niks is…”

Hij denkt dat een belangrijk probleem bij de lokale bevolking lag. “Ik denk heel eerlijk gezegd dat het volk van Blaricum zich sowieso te goed en te groot voelde om geassocieerd te worden met de mensen die voor mij kwamen.”

‘Normale mensen’

Wat voor mensen kwamen er dan op Gordon af? “Dat zijn gewoon de normale, simpele mensen uit Zeeland, Middelburg, Groningen. Ze kwamen uit het hele land en dat vonden ze te min.”

Volgens Gordon kreeg hij dat ook daadwerkelijk terug uit het dorp. “Dat hoorde je ook heel vaak. En je hebt toch de lokalen nodig. Er kwamen wel een aantal, maar niet genoeg om je zaak draaiende te houden in de ochtend.”

In het weekend was het probleem er veel minder. “De dagjesmensen kwamen dan massaal in het weekend.”

Geldtrechter

Gordon had geen zin meer om geld toe te leggen op zijn Blaricumse avontuur. “Ik wil niet staan werken voor mijn personeel. Ik wil er wel wat aan overhouden.”

Hij vergelijkt het met zijn eerdere horeca-avontuur in Rotterdam. “Ik heb het ook met Rotterdam gehad, hetzelfde verhaal. Het heeft heel veel centjes gekost, maar ook dat is ondernemen. Ondernemen is risico nemen.”

Zijn twee Amsterdamse zaken doen het volgens hem wél uitstekend. “Ik heb twee waanzinnig lopende zaken in Amsterdam. En ik zag zo dat geld van Amsterdam zo in die trechter van Blaricum gaan. Ja, nou ja, sorry, maar dan houdt het op.”

Moest hij verkopen?

Gordon ergert zich aan de suggestie dat hij financieel gedwongen zou zijn geweest om Blushing Blaricum van de hand te doen. Volgens hem was daar absoluut geen sprake van.

“Waar ik me dan dood aan erger, is dat mensen dan allemaal weer zitten te speculeren van: hij moest het verkopen. Ik was helemaal niet van plan om te verkopen, want ik had het nog wel jaren uit kunnen zingen.”

Uiteindelijk kreeg hij naar eigen zeggen simpelweg een aantrekkelijk bod. “Alleen dit aanbod kwam voorbij en dan denk je: ja, één en één is twee.”